Krijgen we met de nieuwe wet op de arbeidscontracten schone kleren uit China?

Op 29 juni 2007 keurde het Permanent Comité van het Chinese Nationale Volkscongres een nieuwe wet op de arbeidscontracten goed. Deze wet preciseert en vervolledigt de bepalingen over het arbeidscontract in de arbeidswet. Hij treedt vanaf 1 januari 2008 in werking.

Volgens Prof. Chang Kai, directeur van het Instituut Arbeidsrelaties van de Renmin Universiteit (Peking) en auteur van het eerste ontwerp van het wetsvoorstel, hebben in de Chinese KMO's minder dan 20% van de werknemers een arbeidscontract. De binnenlandse arbeidsmigranten (ca. 150 à 200 miljoen), die vooral aan de oostkust in de arbeidsintensieve sectoren werken, hebben meestal geen contract. Bovendien worden bestaande contracten, zowel in de staats- als in privé bedrijven, dikwijls niet nageleefd.

In China zijn die schendingen de belangrijkste oorzaak van sociale conflicten. Het aantal is sinds 2003 verdubbeld, van jaarlijks 300 tot 600 per miljoen werknemers. De nieuwe wet lijkt een poging te zijn om een verscherping van de sociale conflicten te voorkomen. Het regime wil de economisch snel evoluerende maatschappij stabiel houden. De sociale ongelijkheid wordt immers alsmaar groter. Stagnatie en ondertewerkstelling op het platteland, massale ontslagen in de staatsbedrijven en uitbuitende werkomstandigheden in de kleine en middelgrote bedrijven aan de oostkust staan tegenover een steeds rijker wordende ondernemers- en hogere middenklasse. De staatsbedrijven, die vroeger voor levenslange sociale zekerheid van de arbeiders instonden ('de ijzeren rijstkom'), boeten aan belang in.

Buitenlandse investeerders die het niet nauw nemen met de arbeidsrechten, blijven steun genieten van lokale partijautoriteiten. In de privé bedrijven is de officiële vakbond (ACFTU) trouwens amper actief, of verdedigt hij, als onderdeel van de overheidsbureaucratie, de belangen van de werkgevers. Deze arbeidscontractwet regelt een aantal aspecten duidelijker dan voorheen: beperking van proeftijd en contracten van bepaalde duur, ontslagvergoedingen, procedures voor collectief ontslag en uitzendarbeid, boetes voor overtredingen. Verenigingen van buitenlandse investeerders (o.a. de American Chamber of Commerce) uitten kritiek op de eerste versie. Vooral de bepaling dat ontslagen moesten goedgekeurd worden door de officiële vakbond, zat hen dwars.

In latere ontwerpen werd dat afgezwakt. Op papier is deze wet zeker een vooruitgang. Positief was ook de organisatie van een openbare discussie over het eerste ontwerp, waarbij zo'n 200.000 reacties binnenkwamen. Maar net als bij de (progressieve) Chinese arbeidswet, die in 1994 ingevoerd werd, zal hét probleem de naleving ervan vormen. We moeten afwachten of deze wet beter afgedwongen wordt dan de al bestaande arbeidswetgeving. We denken dat daarvoor andere en fundamentelere hervormingen noodzakelijk zijn, o.a. van de positie en de rol van de eenheidsvakbond, de ACFTU. De vele miljoenen kledingarbeidsters bijv. die in Zuidoost China werken, zitten niet te wachten op een nieuwe wet.

De bestaande arbeidswet schrijft een arbeidscontract, achturendag, vijfdagenweek en een max. aantal overuren met een premie voor. Zij moeten 12 à 13 uur per dag moeten werken, soms 7 dagen op 7, zonder overwerkpremies, enige sociale zekerheid of rechten. Zij kijken uit naar een organisatie die hun basisrechten effectief verdedigt en de bestaande arbeidswet doet naleven. Schone Kleren Campagne

Deel dit artikel