Landonzekerheid veroorzaakt bosbranden in Bolivia

Bolivia staat gerangschikt als één van de 15 landen met de grootste biodiversiteit. Toch zal het doordachte inspanningen moeten leveren wil het deze rijkdom in stand kunnen houden. Zolang er jaarlijks 65.000 km2 amazonewoud (gewild of ongewild) in vlammen opgaat, zou die biodiversiteit wel eens heel snel tot een dieptepunt kunnen zakken.

Een belangrijke oorzaak voor de jaarlijkse verwoesting van grote oppervlakten amazonewoud is het gebrek aan een langetermijnvisie, te wijten aan de grote landonzekerheid in Bolivia.

Recht op grond

In de laaglanden (oostelijk deel) van Bolivia is landonzekerheid een groot en nog steeds actueel probleem. Sinds mensenheugenis is er om grond gevochten. Het hele dispuut is tot één simpele, maar inhoudelijk vrij complexe vraag te reduceren: wie heeft recht op welk stuk grond?

Om hieraan tegemoet te komen, werd in 1952 de “Reforma Agraria” (of landbouwhervorming) doorgevoerd met als basisprincipe “de grond is van degene die ze bewerkt”. Om welke reden dan ook, zij het om politieke of andere, men is er nooit in geslaagd om die landbouwhervorming in het oostelijk deel van Bolivia op een correcte manier door te voeren. Integendeel, de hervorming heeft ervoor gezorgd dat grote stukken grond in handen kwam van een kleine meerderheid, ten nadele van de lokale leefgemeenschappen (indígenas en campesinos).

Om deze onevenredige landverdeling recht te trekken, werd in 1996 een nieuwe wet, de INRA-wet*, goedgekeurd. Eén van de doelstellingen van deze complexe wet is de correcte (her)toewijzing van de gronden aan hun eigenaar(s) op basis van de sociale of de sociaal-economische functie ervan.

De toewijzing gebeurt volgens een ingewikkeld juridisch proces dat in vele gevallen nog eens bemoeilijkt wordt doordat eenzelfde territorium bewoond en/of bewerkt wordt door zowel een leefgemeenschap als een particulier. De INRA-wet treedt dan op als “scheidsrechter”. Op basis van documenten, observaties, sociale en economische activiteiten, overleg met de betrokken partijen, ... wordt het terrein al dan niet volledig of gedeeltelijk toegekend aan de leefgemeenschap of aan de particulier.

Tenslotte worden de toegewezen stukken gronden betiteld: m.a.w.  gemeenschappen of particulieren die over een titel beschikken, hebben landzekerheid en worden erkend als eigenaar van hun grond.

Maar, anno 2005, beschikt slechts 5% van de gronden over een titel. Naast disputen, discussies en confrontaties tussen leefgemeenschappen, kleine, middel- en grootgrondbezitters, brengt dit ook andere consequenties met zich mee.

Afwezigheid van een langetermijnvisie

Waarom zouden leefgemeenschappen denken aan een duurzaam beheer van hun territorium als het toch niet van hen is? Het lijkt een egoïstische gedachte, maar bekijk het in zijn context. De mensen zijn op overleven aangewezen, ze denken aan het nu. Morgen is te veraf. Mensen gaan daarom nonchalanter te werk bij het afbranden van hun stuk terrein** : ze nemen het niet zo nauw met de in acht te nemen regels. Soms leidt dit tot een brand die heel wat verder reikt dan voorzien, met alle desastreuze gevolgen vandien...

Ook het aandeel van de groep middel- en grootgrondbezitters in de afgebrande bosoppervlakte is niet te onderschatten. De INRA-wet stelt dat, als ze hun stuk land willen behouden, ze de sociaal-economische functie van het volledige terrein moeten kunnen aantonen. Een manier om hieraan te voldoen is het aantonen van landbouw- en veeteeltactiviteiten. Ook hiervoor moet afgebrand worden. En als je weet dat 1 koe 5 hectare graasland nodig heeft, dan is de berekening gauw gemaakt. Wie zal malen over een hectare meer of minder? Tot het uit de hand loopt natuurlijk...

Groot verlies voor Riberalta

En de gevolgen? In 1 woord samen te vatten: desastreus. De krantenkop van 22 september 2005 “Niet te controleren brand in Riberalta vernietigt 100.000 hectare” heeft me persoonlijk zeer sterk aangegrepen. Ik heb immers als coöperante in Riberalta gewerkt. En het doet pijn te lezen dat de mensen met wie je hebt samengewerkt, op nog geen 2 weken tijd verliezen wat ze gedurende 4 jaar hebben opgebouwd: naast hun traditionele gewassen, zoals rijst en yuca, verliezen ze samen meer dan 400 hectare aangeplante fruit- en houtbomen, cacaobomen (die vorig jaar hun eerste vruchten gaven), bananenplanten, .... Ze verliezen niet alleen hun inkomsten en onderdak, maar ze verliezen ook hun belangrijkste bron van leven: het amazonewoud.

Wordt het dan niet tijd om het thema “landonzekerheid” bovenaan de nationale agenda te plaatsen?

Geschreven door Sara Sabbe, s_sabbe@yahoo.com
27 september 2005

_____
Sara Sabbe werkte de voorbije 2 jaar in Riberalta, een stad te Noorden van Bolivia, als Volens-coöperante bij de partnerorganisatie CIPCA Norte. Eén van de hoofddoelstellingen van CIPCA Norte is het verbeteren van de voedselzekerheid van de lokale leefgemeenschappen, o.a. via de implementatie van land- en bosbouwsystemen, met cacao als belangrijkste product.

___
* INRA: Instituto Nacional de Reforma Agraria – Nationaal Instituut voor Landbouwhervorming
** Er wordt nog steeds gebruik gemaakt van de “slash and burn” techniek

Volens DOOR:

Deel dit artikel