Leerkracht aan het woord: Aurélie Joos

Aurélie Joos: leerkracht aan het woord Aurélie Joos geeft voor het tweede jaar les in het derde leerjaar van de Sint-Albertusschool in Sint-Agatha- Berchem, een Nederlandstalige jongensschool in de Brusselse rand. De meisjesschool geeft uit op de zelfde speelplaats. Recent krijgt de school een nieuwe instroom binnen van leerlingen met andere culturele achtergronden. De nabijheid van Brussel is hier niet vreemd aan. Aurélie ging afgelopen zomer mee op een inleefreis naar Peru die Studio Globo samen met Broederlijk Delen speciaal voor leerkrachten had ingericht. Redenen te over om haar op te zoeken.

Wat deed jou de stap zetten om mee op inleefreis naar Peru te gaan?

Als laatstejaarsstudent gaf ik enkele maanden les in Congo. Dat deed me nadenken over wat mensen drijft om in het onderwijs te staan. Wat boeit ons? Waarom doen we het? Dat denkproces wordt versterkt door in een andere cultuur te leven en te werken. Het is zeer verrijkend om leerkrachten op een andere plek in de wereld te zien omgaan met kinderen die in heel ander omstandigheden leven, maar die in de eerste plaats ook kind zijn. Om op een goede manier te leren omgaan met mijn interculturele klasgroep -wat in het begin niet makkelijk was - had ik nood aan ontmoetingen en uitwisselingen met andere leerkrachten. In mijn zoektocht naar zulke kansen kwam ik op de site van Broederlijk Delen deze inleefreis voor leerkrachten tegen. En gelukkig kon ik nog mee!

Was je al bezig met Peru?

Neen, maar de reis werd erg goed voorbereid: de groep kreeg uitgebreid informatie en vorming over de Peruaanse samenleving, de socio-economische situatie, de cultuur, de religie... je vertrekt met een beter zicht en je kunt veel beter plaatsen wat je ter plekke ziet en meemaakt. Dat maakt een inleefreis net zo boeiend. Achteraf kom je natuurlijk terug met meer vragen dan antwoorden, maar dat is dan weer een uitdaging om verder op zoek te gaan en meer te weten te komen van het land en het volk.

Welke indruk maakten de Peruaanse leerkrachten die je hebt ontmoet?

We hebben zeer gemotiveerde leerkrachten ontmoet. We waren wederzijds erg nieuwsgierig om te horen hoe ieder het onderwijs aanpakt. De Spaanse taal maakte het niet altijd gemakkelijk. Gelukkig is Spaans voor hen de tweede taal. Dat maakte de conversatie vaak eenvoudiger. Zij spreken vooral Quetchua, een van de talen die door de indigenas in de Andes wordt gesproken.

Wat heb jij van hen geleerd?

De leerkrachten die wij hebben ontmoet, zijn heel erg begaan met het levend houden en doorgeven van de eigen Andescultuur die voor een stuk verloren dreigt te gaan. Zij willen die cultuur versterken en de kinderen terug vertrouwen geven in hun eigen cultuur en de waarden van het volk. Ik merkte ook nogal wat gelijkenissen met onze manier van werken. Het grote verschil was dat zij wellicht op een rustigere manier werken en minder gebukt gaan onder druk. Zij moeten heus niet onderdoen voor ons: ik heb er prachtige lessen bijgewoond.

Ben je van plan om in je eigen klas iets te doen met je Peru-ervaringen?

De ervaring is nog heel vers. Ik moet ze zelf ook nog een stuk verwerken. Maar ik heb afgesproken met het derde leerjaar van de meisjesschool om samen een project op te zetten. Wat dat gaat worden, moeten we nog verder uitwerken.
Maar ondertussen probeer ik wel het mondiale aspect in mijn klasleven te integreren. Ik heb in mijn klas een ‘wereldhoek' waar allerlei voorwerpen van andere culturen een plaatsje kunnen vinden. En elke dag start rond de godsdiensthoek. Daar zingen we geregeld Peruaanse en Congolese liedjes of lezen we het Onze Vader in de thuistaal van één van de kinderen.

Het valt me op dat je het mondiale aspect en interculturele elementen in elkaar laat haken.

Tja, ik heb natuurlijk het geluk dat de wereld in mijn klas zit. Doordat de kinderen uit heel verschillende culturele achtergronden komen, kennen ze elkaars gebruiken niet en zijn ze nieuwsgierig naar elkaars cultuur. Zo vroegen ze zich naar aanleiding van het Suikerfeest af waarom de moslimkinderen niet op school waren. Dat is dan een mooie gelegenheid om hier even op door te gaan. Het is een enorme rijkdom om met kinderen uit zoveel culturen samen te mogen zitten. Door de verschillen die de kinderen opmerken op te pakken en er rond te werken, komen ze tot gelijkenissen en worden die verschillen heel gewoon. Het belangrijkste is de voortdurende aandacht bij jezelf om in te pikken op zaken die zich voordoen in je klas, op vragen die gesteld worden. Zo vertelde laatst een kind tijdens de praatronde over een gerecht dat hij had gegeten bij zijn grootmoeder. Doordat hij anderstalig is, kende hij de naam van het gerecht enkel in zijn thuistaal. Hij kon aan de klas niet duidelijk maken wat het nu precies was. Hij stelde voor om het recept aan zijn grootmoeder te vragen. Waarop ik voorstelde om dan maar ineens zijn grootmoeder uit te nodigen in de klas, zodat die het gerecht voor ons zou kunnen maken. Zo wordt het andere heel gewoon.

Terug naar je reiservaring: krijgt die voor jezelf een vervolg?

In Arequipa bezochten we een opvanghuis waar kinderen die op straat werken, geplaatst worden als ze opgepakt zijn bij politierazzia's. Er is niks aanwezig om die kinderen zinvol te begeleiden. Ze worden er enkel ‘bijgehouden'. Met onze reisgroep willen we nadenken op welke manier we hier iets voor kunnen betekenen.

En wil je daar met je klas of met de school iets voor doen?

Dat vind ik toch wel moeilijk. Ik zou wel willen, maar het gaat over zulk een extreme situatie. We mogen bij onze kinderen niet de indruk wekken dat kinderen die op straat werken in Peru, zielige kinderen zijn en allemaal opgesloten worden. Ze worden al zo vaak in de media geconfronteerd met beelden die het Zuiden als probleem neerzetten. In het derde leerjaar zijn ze nog jong om de contexten die daarbij spelen correct te kunnen inschatten. Ik wil in elk geval nog heel goed nadenken over de juiste wijze om dat alles te kaderen.

Is het een aanrader voor leerkrachten om op die manier op reis te gaan?

Natuurlijk! Je verruimt je horizon en je relativeert je eigen situatie. Je wordt ook gevoeliger voor het beeld van het Zuiden dat je soms aantreft in handboeken. Kijk hier, in het leesboek dat we nu hanteren staat één verhaal over een kind in het Zuiden: ‘Moessa woont in een krottenwijk.' Zijn papa maakt een ‘huis', staat er tussen aanhalingstekens. Het is de enige tekst over het Zuiden en het beeld dat de kinderen krijgen is dan van Moessa, een zielige sukkelaar. Ik kan me daar heel erg over opwinden. Dat zou toch niet meer mogen kunnen. Ik ga op zoek naar andere en betere teksten en verhalen. Het Zuiden verdient beter!

 Dit interview verscheen in Wereldreis - december 2008.

 



Studio Globo DOOR:

Deel dit artikel