Liefde tussen Morales en arbeiders is voorbij

Stakingen en demonstraties tegen het loonbeleid van de Boliviaanse regering markeren het einde van de goede verstandhouding tussen de linkse president Evo Morales en de werknemersbeweging.

De regering beperkte dit jaar de algemene loonstijging tot 5 procent, en tot 3 procent voor de politie en het leger. Het nationale minimumloon werd verhoogd met 5 procent tot omgerekend 76 euro per maand.

Dinsdag demonstreerden industriearbeiders in La Paz, terwijl tegelijkertijd een staking van onderwijzers, openbare gezondheidswerker en mijnbouwers gaande was. Vrouwen van politieagenten gingen in hongerstaking tegen de magere loonsverhoging, die volgens hen het verlies aan koopkracht niet compenseert.

Buitensporig

De minister van Economie en Financiƫn, Luis Arce, verdedigde de beperkte loonsverhoging, de laatste sinds het aantreden van Morales. Volgens hem ligt de verhoging ruim boven de inflatie van 2009, die door het Nationaal Instituut voor Statistiek berekend werd op 0,26 procent.

Arce noemt de eisen van de gezondheidswerkers buitensporig: zij eisen een salarisverhoging van 26 procent om de stijging van de voedselprijzen te compenseren.

Morales verhoogde de lonen met 13,7 procent in 2006, zijn eerste jaar als president. Daarna stegen de lonen jaarlijks met gemiddeld 8,7 procent. Tot vorig jaar, toen de stijging 14 procent was, blijkt uit cijfers van het Centrum voor Arbeid en Agrarische Ontwikkelingsstudies (Cedla).

Breuk

De stakingen en demonstraties werden georganiseerd door een dissidente groep leiders van Central Obrera Boliviana (COB), de belangrijkste vakfederatie in Bolivia. Het is het eerste protest sinds het aantreden van Morales in januari 2006.

De protesten brachten een breuk aan het licht binnen de vakfederatie. Secretaris Pedro Montes, wordt door een deel van de leden beschuldigd van "verraad aan de strijd van de arbeiders" doordat hij teveel zou sympathiseren met de regering.



BRON:
IPS

Deel dit artikel