Lokale verkiezingen in Indonesië zorgen voor opflakkering van religieus fanatisme

Betoging tegen Ahok

Indonesië was steeds een baken van stabiliteit in een woelige regio geplaagd door een staatsgreep (Thailand), corruptieschandalen (Maleisië) en een oncontroleerbare populistische president (Filipijnen). Maar daar dreigt verandering in te komen. Er broeit wat in de hoofdstad Jakarta. De voorbije weken kwamen honderdduizenden op straat. Deze massale betogingen verliepen vrij rustig. Er waren geen noemenswaardige rellen, er vielen geen gewonden of doden, zelfs de president kwam één keer opdagen. Toch riep de Britse krant The Guardian op om “de slapende hond Indonesië niet langer te negeren”.

Lokale verkiezingen met nationale weerklank

De directe aanleiding voor de onrust is de gouverneursverkiezing van 15 februari in Jakarta. Ook al kent Indonesië sinds 2001 een doorgedreven decentralisatie, de hoofdstad blijft het middelpunt van het politieke en economische leven. De blitzcarrière van huidig president Jokowi en van zijn voorganger maken duidelijk dat het gouverneurschap van Jakarta een springplank is naar het hoogste ambt.

De kiescampagne - officieel gestart op 26 oktober – verloopt zeer woelig. Vooral na een uitspraak van huidig gouverneur Ahok. Als christen en van Chinese afkomst vertegenwoordigt Ahok twee minderheidsgroepen in dit grootste moslimland ter wereld. Het kiespubliek in Jakarta is naar schatting voor 95% moslim. Ahok vroeg tijdens een onderhoud met potentiële kiezers om zich niet te laten misleiden “door groepen die de koran willen hanteren als politiek wapen”. Zijn uitspraak was een welgekomen aanleiding voor de conservatieve moslimorganisaties om volop in de aanval te gaan. Volgens hun interpretatie van de koran kunnen moslims niet geregeerd worden door een niet-moslim.

Deze uitspraak werd gefilmd en ging meteen viraal. Onder druk van onder meer een massale demonstratie op 4 november die de onmiddellijke arrestatie van Ahok eiste, ging justitie snel te werk. Op 13 december begon de rechtszaak tegen Ahok. Een eventuele veroordeling voor blasfemie kan hem 5 jaar gevangenis kosten, en zijn politieke carrière.

De 3 A’s

Om dit politiek-religieuze spelletje beter te begrijpen is het handig te weten wie de kandidaten zijn die meedingen naar het gouverneurschap, en vooral, door wie ze gesteund worden.

Voor het gemak beperken we ons tot de 3 A's: Agus, Anies en Ahok. Voormalig onderwijs minister Anies Baswedan wordt voorgedragen door 2 partijen, Gerindra en de conservatieve moslimpartij PKS.

Agus Yudhoyono, de zoon van voormalig president Susilo Bambang Yudhoyono, krijgt de steun van de Democratic Party, de partij waarvan zijn vader voorzitter is, en 3 partijen die bekend staan als gematigde moslimpartijen, namelijk PAN, PKB en PPP.

De derde kandidaat is huidig gouverneur Basuki “Ahok” Tjahaja Purnama. Hij krijgt de steun van de PDI-P, Golkar, Hanura en NasDem.

Islamgroepen claimen de politieke agenda

Hoewel Indonesië na de ‘hervorming’ van 1998 wordt geprezen als een model van democratie, ontsnapt het niet aan de toenemende sluipende invloed van conservatieve moslimgroepen op de politieke agenda.

Na een aantal spectaculaire aanslagen in het begin van de jaren 2000 - met als triest hoogtepunt de 202 doden in Bali in 2002 - hebben conservatieve groepen hun zinnen gezet op het beïnvloeden van het politieke discours en de publieke opinie. Alle experten spreken over een relatief kleine groep extremisten in een land met 260 miljoen inwoners, maar hun invloed is buiten proportie.

Het feit dat de meer radicale organisaties, zoals de FPI (Islamic Defenders Front) en Hizbut Tahrir Indonesia, niet vies zijn van geweld en afpersing bij het ‘verdedigen van de islam’, maar nooit aangepakt worden, spreekt boekdelen.

De macht van deze relatief kleine groepen zit in het feit dat weinigen hen durven tegenspreken. Niemand durft echt een lijn te trekken tot hoever de extremisten en conservatieven kunnen of mogen gaan, dus de grens schuift steeds verder op, weg van het wettelijk en ethisch toelaatbare. Dit uit zich op diverse manieren: een 70-tal lokale besturen hebben de sharia - deels - ingevoerd, alcohol wordt her en der verbannen, aanvallen op religieuze minderheden worden ‘getolereerd’, de macht van de MUI, de raad van religieuze moslimleiders, werd gevoelig uitgebreid, en de rechten van holebi’s worden openlijk gecontesteerd.

De reactie op de uitspraak van Ahok moet in dit licht worden gezien. Het FPI reageerde meteen met een YouTube video waarin Ahok werd beschuldigd van blasfemie. Niemand reageerde, Jokowi zweeg als vermoord, en zelfs bij de praatgrage vicepresident Kalla bleef het stil.

Nochtans is de grondwet van 1945 duidelijk: burgers zijn verplicht zich te bekennen tot één van de 6 officieel erkende godsdiensten. Dat staat ook op hun identiteitskaart genoteerd. In de grondwet staat niet dat moslims de islamitische wetgeving of sharia dienen te volgen. Dit vormt een blijvende frustratie voor deze conservatieve groepen en dat is uiteindelijk het finale doel van hun acties.

Ahok probeerde het nog met een publieke verontschuldiging, maar tevergeefs. De mobilisatie draaide reeds op volle toeren, de politie pakte hem op voor een ondervraging. De Moslimraad kwam snel met haar oordeel: “Dit is blasfemie.”

Politieke munt

Het leidt geen twijfel dat Ahok politieke schade zal ondervinden van deze massale mobilisatie tegen zijn persoon. Hoewel de twee andere kandidaten zich onthouden van commentaar, smeden hun bondgenoten allianties met de conservatieve moslims. Gerindra-leider Fadli Zon heeft directe contacten met conservatieve moslimleiders, en ook de DP van Agus probeert er voordeel uit te halen via de goede contacten van zijn vader met de MUI en andere moslimgroepen. Recente opiniepeilingen tonen een dramatische terugval van de steun voor Ahok, en zetten nu Anies in pole position.

Gezien het grote belang van Jakarta kan de schade ook verder nationaal uitdeinen. Het wordt voor Jokowi een uitdaging om het politieke evenwicht te herstellen en vooral om het initiatiefrecht terug in handen te krijgen.

De woede van de conservatieve moslims is deels te verklaren door het feit dat Jokowi in tegenstelling tot zijn voorganger weinig contacten onderhoudt met hun leiders. Dat hij op 2 december het vrijdaggebed bijwoonde werd door de meeste waarnemers positief onthaald. Het wordt uitkijken of Jokowi dit zal kunnen valoriseren zonder toe te geven aan de extremisten.

Tot slot

De kans is klein dat één kandidaat de helft van de stemmen haalt in de eerste ronde. Er komt dus wellicht een tweede ronde op 19 april 2017. Het conflict, sommigen spreken van een diepe politieke crisis, gaat dus nog wel even door. Op 2 december werden 11 mensen, op beschuldiging van landverraad, gearresteerd. Acht onder hen werden snel vrijgelaten. Hoewel ze geen directe banden hebben met moslimgroeperingen lijkt het toch dat ze gebruik wilden maken van het ‘momentum’. Het gaat o.a. om een oudere zus van ex-president Megawati, een generaal op rust, een voormalig dissident, een muzikant, enz. Die vormen minder gevaar dan de conservatieve moslimgroeperingen, maar het is tekenend dat deze figuren wel opgepakt worden. Het wordt beschouwd als een signaal voor de conservatieve moslimgroepen om aan te geven dat er wel degelijk grenzen zijn. Alleen blijven ze zelf voorlopg nog even buiten schot.

Kris Vanslambrouck
Inhoudelijk medewerker partnerwerking Azië

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels