MDG-contracten zijn "te vrijblijvend"

Een nieuw voorstel van de Europese Unie (EU) om ontwikkelingshulp te verbeteren, laat te veel ruimte voor investeringen in transport en energie. Gezondheid en onderwijs moeten absolute prioriteit krijgen, vinden campagnevoerders die zich bezighouden met armoedebestrijding.


Functionarissen in de Europese Commissie, de uitvoerende tak van de EU, overwegen ‘contracten’ te introduceren die landen die hulp ontvangen, moeten helpen de Millenniumdoelstellingen van de Verenigde Naties (MDG’s) te halen op het gebied van armoede.Hoewel het concept ‘MDG-contract’ op zichzelf positief ontvangen is bij campagnevoerders, hebben veel van hen twijfels bij de manier waarop de Commissie de contracten wil gebruiken om maatregelen te financieren die een minder directe link met het eigenlijke doel hebben.

De acht Millenniumdoelen richten zich voornamelijk op gezondheid en onderwijs. Enkele belangrijke doelen zijn het bestrijden van aids, malaria, tuberculose en kindersterfte en het bieden van basisonderwijs aan iedereen. Uit een paper van de Commissie blijkt echter dat het MDG-contract op maat gemaakt kan worden voor bedrijven die in de transportsector of energie-infrastructuur van arme landen willen investeren.

Sasja Bökkerink, beleidsadviseur van Oxfam Novib, vindt dat het document herzien moet worden. Daarbij zou meer nadruk gelegd moeten worden op het tekort aan artsen, verplegers en onderwijzers in arme landen. Oxfam heeft berekend dat er meer dan vier miljoen extra artsen en twee miljoen onderwijzers nodig zijn om de ergste nood te lenigen.

Bökkerink wijst erop dat er disproportioneel veel nadruk ligt op transport en infrastructuur in een serie hulpplannen die bekend staan als country strategy papers (CSP’s) en die de EU onlangs goedkeurden voor Afrika, het Caribische gebied en de Pacific. Het MDG-contract moet volgens haar garanderen dat er voldoende aandacht is voor betaling van personeel in de onderwijs- en gezondheidssector.

“Investeringen in klimaat, infrastructuur en energie zijn uiteraard ook belangrijk”, zegt ze. “Maar het is duidelijk dat de Europese Commissie zich focust op andere kwesties dan gezondheid en onderwijs. Als je naar de CSP’s kijkt, dan ligt sterk de nadruk op transport en infrastructuur. Gezondheid en onderwijs ontbreken bijna helemaal.”

Het MDG-contract zal naar verwachting dit najaar officieel bekend worden. Uit informatie van de Commissie blijkt dat het contract staat voor “een verbeterde en innovatieve benadering” in relatie tot budgetsteun. Daarbij zou ontwikkelingshulp rechtstreeks in de schatkist van het ontvangende land vloeien, in plaats van die alleen te bestemmen voor specifieke projecten. Deze benadering past in het Europese beleid om “nieuwe, meer voorspelbare en minder wisselvallige hulpmechanismen te creëren.”

Momenteel is het zo dat Europese budgetsteun doorgaans drie jaar duurt. De nota beveelt aan om die termijn uit te breiden naar zes jaar, onder een bindend financieel contract voor de lange termijn. Het contract richt zich op betaling van salarissen van onderwijzers en verplegers, maar niet exclusief.

Om in aanmerking te komen voor een contract, moeten regeringen kunnen aantonen dat ze al vooruitgang hebben geboekt op het gebied van de MDG’s en dat ze initiatieven hebben genomen om hun financieel management te hervormen. Tenminste tien arme landen zouden volgens de nota in aanmerking komen voor een MDG-contract, maar de namen van die landen worden niet genoemd.

Frazer Goodwin van de European Public Health Alliance, vindt dat de Commissie niet alleen contracten moet aanbieden aan landen die het al goed doen op het gebied van armoedebestrijding. Er is vaak acuut hulp nodig, zoals in landen die proberen de gevolgen van een oorlog te boven te komen.

Een structurele verbetering van de financiering voor gezondheidszorg is volgens hem noodzakelijk voor de MDG’s. Maar het huidige initiatief is daarvoor niet voldoende, omdat de landen die in de moeilijkste situatie zitten volgens hem nooit in staat zullen zijn aan de criteria te voldoen.

Hoewel volgens budgetregels van de EU 20 procent van alle ontwikkelingshulp naar basisgezondheidszorg en onderwijs zou moeten gaan, is dit in de praktijk veel minder. In 1996 ging 7 procent van de hulp naar gezondheidszorg en in 2005 was dit nog slechts 5 procent.

BRON:
http://www.ipsnews.be

IPS DOOR:

Deel dit artikel