Met welke verwachtingen vertrekken de ngo’s naar Addis Abeba?

wereldbol-geldEind dit jaar herziet de wereld de strijd tegen armoede en ongelijkheid. De bekende Millenniumdoelen, die 15 jaar redelijk goed dienst hebben gedaan, worden vervangen door een nieuw stel doelstellingen voor de volgende 15 jaar. Maar hoe gaan die gefinancierd worden? 

De ambitie is groot want de wereld moet op zoek naar een manier om vooruit te gaan zonder tegen de ecologische grenzen aan te lopen en niemand onderweg achter te laten. Hoewel iedereen in hetzelfde schuitje zit, vormt dat de basis voor een ongezien partij touwtjetrek op de internationale scene.

De omstandigheden zitten dan ook niet mee: de naweeën van een ongeziene internationale financiële meltdown, verschuivende machtsverhoudingen en een steeds groter wordende kloof tussen rijk en arm. Dit jaar krijgen we drie kansen om ons uit dat moeras te tillen. Deze week, in Addis Abeba, dient een eerste kans zich aan. En het gaat meteen over het belangrijkste: de centen.

De vraag van 2 500 miljard

De duurzame ontwikkeling waarover ieder de mond vol heeft komt met een prijskaartje. In ontwikkelingslanden zou de volgende 15 jaar elk jaar 2.500 miljard dollar nodig zijn aan bijkomende middelen.

Die miljarden zullen niet alleen komen uit ontwikkelingssamenwerking, maar ook door kromme systemen die heel wat landen arm houden recht te trekken. We denken aan de miljarden die verloren gaan door belastingontwijking en –ontduiking door moordende schuldaflossingen of gesjoemel met de natuurlijke rijkdommen van heel wat landen. Daarnaast zullen die ook moeten komen door enorme privé investeringen en handelsstromen in goede banen te leiden zodat ze armoede en ongelijkheid de wereld uit helpen.

Leiderschap gevraagd

De top in Addis moet herinnerd worden als het moment waarop de ganse wereldgemeenschap de globalisering opnieuw in handen neemt en de spelregels herschrijft zodat ze werken voor iedereen. Toch riskeert de conferentie helemaal niet herinnerd te worden. De meeste staatshoofden en regeringsleiders sturen hun kat. Even was er het gerucht dat Barack Obama naar Addis zou afzakken, maar dat bleek vooral een middel om druk op de ketel te zetten zodat al voor de conferentie een definiteif akkoord zou bereikt worden.

Voor België gaat minister De Croo die als vicepremier zwaar weegt in de regering. Toch kan dat signaal het gebrek aan leiderschap niet verbloemen. Dat gebrek aan leiderschap staat ook in schril contrast met de uitdagingen die op het bord liggen.

Leiders zetten de eerste stap. Ze gaan met open vizier de toekomst tegemoet niet verlamd door de angst voor het onbekende. Europa, en België met haar, vindt dat vooral de anderen de eerste stap moeten zetten. De EU verwacht meer inspanningen van ontwikkelingslanden, maar daartegenover staat steeds minder bereidheid om zelf met middelen over de brug te komen of te praten over de spelregels. We hebben immers zelf problemen genoeg, lijkt de instelling.

Losse eindjes

Het risico is dan ook niet denkbeeldig dat Addis op een mislukking afstevent. Vaak is de eigenlijke top veeleer ceremonieel. Staats- en regeringsleiders blazen verzamelen om hun handtekening te zetten onder een tekst die vooraf door diplomaten is onderhandeld. Dat is deze keer niet gelukt.

In de komende dagen zal verder moeten gepraat worden over de laatste hete kolen: Hoe ver willen we gaan om mondiale belastingregels recht te trekken? Hoe spreiden we de verantwoordelijkheden over de verschillende landen? Gaan we ervoor zorgen dat de afspraken ook echt worden nagekomen en landen ter verantwoording kunnen geroepen worden? Die vragen liggen nog altijd op tafel.

Niet toevallig zijn het die vragen die open blijven, want uitgerekend hier is leiderschap en visie het meest nodig. Neem de vraag rond een fundamentele aanpak van de manier waarop belastingen worden geïnd. Terwijl honderden miljarden door de mazen van het net glippen als gevolg van kromme regels waarvan vooral ontwikkelingslanden het slachtoffer zijn, weigert de Europese Unie die discussie met hen te voeren.

Vreemd, voor een Europa dat zich trots op de borst klopt met een geschiedenis van vrede, democratie, mensenrechten en gelijkheid. De spelregels worden vandaag gemaakt door de OESO, een exclusieve club van 32 rijke landen. Meer dan 100 ontwikkelingslanden uit praat dus niet mee. Daarom willen de ontwikkelingslanden, samen met de ngo’s, secretaris-generaal Ban Ki Moon en zelfs het Europees Parlement, die discussie binnen de VN voeren. Want ‘als je niet aan tafel zit, sta je op het menu’.

Verantwoordelijkheid

Iedereen aan tafel beseft dat iedereen ook inspanningen zal moeten doen om uit het moeras te raken. Toch wijst Europa graag met de vinger naar de ‘anderen’. Nu is het de beurt aan China, India of Brazilië om inspanningen te doen. Immers, de kloof tussen ‘Noord’ en ‘Zuid’ zou verdwenen zijn. Natuurlijk klopt het dat die landen heel wat vooruitgang hebben gekend, toch tellen ze samen nog steeds 370 miljoen mensen in absolute armoede.

Terwijl Europa de verantwoordelijkheid van zich afschuift, vragen de armste landen de rijke landen niet naar Addis te komen met beloftes van meer dan 40 jaar oud. Het schouwspel in de aanloop naar Addis was dan ook een beetje triest. Even leek het of Europa zou de belofte 0.7% van het BNI aan ontwikkelingshulp te besteden laten vallen. Niemand leek nog zin te hebben die uiterst waardevolle druppel in de financiële oceaan te verdedigen. Hoe kan je als geloofwaardige partner beschouwd worden als je op je beloftes dreigt terug te komen? Een geloofwaardig Europa zegt gewoon wanneer en hoe je die beloftes gaat waarmaken. Zonder meer. En dan begin je aan het echte werk.

Nationale kampioenen

Als Europa dienst weigert, heeft Addis nationale kampioenen nodig. Landen die zelf het verschil trachten maken en een stapje verder gaan. België trekt de kaart van de minst ontwikkelde landen door te pleiten voor een specifieke doelstelling om de helft van de ontwikkelingshulp in die landen te besteden. Op zich een nobel streven, al kan het best zijn dat ook die landen er bekaaid vanaf komen als de dalende trend in de Belgische hulpbudgetten zich blijft doorzetten.

Er is nog een ander terrein waar ons land kampioen kan zijn. Vorige maand stemde het Belgische parlement een unieke wet die vleugels van aasgierfondsen afknipt. Dat zijn speculatieve investeerders die landen die na een schuldencrisis overeind trachten te krabbelen finaal de dieperik in duwen. Dat voorstel was de ideale hefboom om de gesprekken rond een multilateraal mechanisme om schuldencrisissen ordentelijk af te handelen en in de toekomst te voorkomen vlot te trekken. Vandaag weigeren Europa en de VS daarover elke dialoog. Een echte kampioen laat dat soort open doelkansen niet liggen.

Jan Van de Poel, beleidsmedewerker 11.11.11

Deel dit artikel