Militair treffen tussen Congolees en Rwandees leger niet uit te sluiten

'Risico op militair treffen tussen Congolees en Rwandees leger niet uit te sluiten' 
 
Interview van Maarten Rabaey met Kris berwouts, directeur van de ngo-koepel European Network for Central Africa (EurAc), in De Morgen (24/01/2009)

Kris Berwouts, directeur van de ngo-koepel European Network for Central Africa (EurAc), kijkt niet vreemd op van Nkunda's arrestatie. 
"Nkunda lag al een hele tijd overhoop met Rwanda, dat hem liever dan rijk dan kwijt is", zegt hij vanuit Bujumbura (Burundi). "Nkunda kon de 'opstand' niet bezweren van zijn generaal Bosco Ntaganda. Op het ogenblik dat Bosco aansloot bij de gezamenlijke operatie van Rwanda en Congo stond Nkunda helemaal aan de kant. Eigenlijk is hij al jaren wisselmunt voor het FDLR. Rwanda steunde hem omdat Congo het FDLR gedoogt. Nu het FDLR wordt aangepakt is Nkunda's rol uitgespeeld." 

 

Waarom keerde sponsor Rwanda zich tegen Nkunda?
Berwouts:
"Er is sinds de laatste verkiezingen verhoogde internationale diplomatieke druk op Kigali, onder meer na het VN-expertenrapport over hun rol in Oost-Congo. Daarop volgde onmiddellijke actie door Zweden en Nederland, toch loyale partners van Rwanda, die hun budgetsteun voor een deel geschrapt hebben. Op het tweede plan speelt het verbeterde klimaat tussen Rwanda en Congo na een regeringswissel in Kinshasa. Er was de laatste maanden intens diplomatiek verkeer. De nieuwe ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie maakten dat mogelijk, ondanks de sterke persoonlijke afkeer tussen presidenten Kagame en Kabila."

Speelde de verandering van de macht in Washington een rol? 
"Daar heb ik nog geen enkele aanwijzing voor. Het belangrijkste verband lijkt me de timing. Het gebeurt wel meer dat Rwanda en anderen in de regio actie ondernemen op het moment dat de wereldpers elders gefocust is."

Waar moet Nkunda volgens u berecht worden? 
"Momenteel bestaat alleen een door Congo uitgevaardigd internationaal aanhoudingsbevel tegen Nkunda. Er is dus op dit moment geen enkele wettelijke basis om hem buiten Congo te berechten. Voor zover bekend bestaat er geen aanklacht van het Internationaal Strafhof tegen Nkunda."

De oorlog is nog niet voorbij. Het Congolese-Rwandese offensief is vooral tegen het FDLR gericht. Hoe haalbaar is dat offensief?
"Dat moet nog blijken. Er is een groot gevaar voor burgerslachtoffers. Het FDLR leeft dicht bij de bevolking. Gewoonlijk reageert ze op een offensief door slachtingen te begaan tegen burgers, zodat er vlug druk komt vanuit de publieke opinie in Congo om het offensief te stoppen. Dat kan ook nu gebeuren. De vraag is ook hoe haalbaar het is in militair opzicht? Het loopt de laatste weken al niet schitterend met het Oegandees-Congolese offensief tegen de (Oegandese rebellenbeweging) LRA. Het FDLR is echt wel van een ander kaliber."

Hoe duurzaam zal de Congolese-Rwandese samenwerking zijn? 
"Ook dat moet nog blijken. Ik kan me niet erg veel voorstellen bij een samenwerking van het sterkste leger in de regio met een half rebellenleger (CNDP/Bosco) en het zootje ongeregeld dat het regeringsleger van Congo al die jaren gebleven is. Als de commandostructuur klaar en duidelijk is, kan het misschien binnen de perken worden gehouden, maar anders lijkt er toch erg reƫel risico dat binnen afzienbare tijd delen van het Congolees en Rwandees leger met elkaar slaags raken op Congolese bodem."

Wat moet voor de internationale gemeenschap in Oost-Congo nu de grootste prioriteit zijn?
"Zicht krijgen op wat er gebeurt, proberen om het aantal burgerslachtoffers zo klein mogelijk te houden en proberen de deur open te houden voor onderhandelingen met het FDLR. Het is alvast erg opvallend dat de VN-vredesmacht MONUC zowel in de planning als de uitvoering van de operatie buiten wordt gehouden. Ik sluit niet uit dat hen op het einde van de rit de zwarte piet zal toegeschoven 
worden voor de burgerslachtoffers."  
 
bron: Interview gepubliceerd in De Morgen - 24/01/09 met Maarten Rabaey

 

Deel dit artikel