Millenniumdoel 8: Engagement van het Noorden

acht


Met de ondertekening van de Millenniumverklaring en de besluiten van de Monterrey Conferentie engageerden met name de rijke landen zich voor een globaal partnerschap voor ontwikkeling: het rijke Westen moet de arme landen in staat stellen de MDGs te behalen. Dit engagement is neergeschreven in de achtste doelstelling:


Doel 8. Werken aan een mondiaal partnerschap voor ontwikkeling

  • Streefdoel 12: blijven werken aan een open stelsel van handel en financiën, dat gebonden is aan regels, voorspelbaar is en niet discrimineert.
    Gekoppeld aan dit systeem zijn beloften aangaande goed bestuur, streven naar ontwikkeling en de uitbanning van armoede – op nationaal en internationaal vlak.
  • Streefdoel 13: aandacht besteden aan de bijzondere behoeften van de Minst Ontwikkelde Landen. Met inbegrip van de opheffing van tolmuren en quota's voor hun exportgoederen. Extra schuldverlichting voor landen met de grootste geldzorgen. Het schrappen van officiële bilaterale schulden.
  • Streefdoel 14: aandacht hebben voor de bijzondere behoeften van ontwikkelingslanden zonder zeehavens en ook voor de arme, kleine eilandstaten.
  • Streefdoel 15: de schuldenproblematiek van ontwikkelingslanden aanpakken in een bredere context, en wel door maatregelen op nationaal en internationaal niveau te treffen die het vraagstuk terugdringen tot verantwoorde proporties.
  • Streefdoel 16: in samenwerking met de ontwikkelingslanden behoorlijke en productieve werkgelegenheid voor jongeren creëren.
  • Streefdoel 17: in samenwerking met farmaceutische bedrijven in ontwikkelingslanden toegang creëren tot betaalbare basisgeneesmiddelen.
  • Streefdoel 18: in samenwerking met het bedrijfsleven de voordelen van nieuwe technologieën, vooral de informatie- en communicatietechnologie, op brede schaal verspreiden.


In grote lijnen zetten deze doelstelling en bijhorende streefdoelen het Noorden aan tot het voeren van een toegankelijker en niet-discriminerend handels- en financieel beleid, een grondige aanpak van de enorme schuldenlast van het Zuiden, het creëren van grotere toegang tot farmaceutische en technologische mogelijkheden en speciale aandacht voor jeugdtewerkstelling en economisch ongunstig gelegen (ei)landen.

De rijke landen erkennen, in theorie althans, het grote politieke belang van deze doelstelling en stemmen – zeker met de eerste herzieningsconferentie in 2005 in zicht – hun beleid op de Millenniumengagementen af.

In de praktijk valt het op dat de “ontwikkelde” landen, die een grote hand hadden in het opstellen van de MDGs, voor doel 8 niet dezelfde duidelijk becijferde en getimede formuleringen hanteerden die ze voor de zeven andere doelen wél toepasten. De veeleer vage omschrijvingen laten nauwelijks een precieze evaluatie toe; er moet gesleuteld worden aan kwaliteit en kwantiteit van de hulp, maar echt bindende deadlines en becijferde resultaten ontbreken.

De rijke landen zijn overigens niet bijzonder gehaast wanneer het gaat over hun engagementen m.b.t. de officiële bijdrage voor ontwikkelingssamenwerking (Official Development Assistance of ODA).

De belofte van donoren om 0,7% van het BNI aan hulp te besteden is ondertussen enkele decennia oud en werd tijdens de conferentie van Monterrey opnieuw bevestigd.

Ondertussen halen slechts vijf landen die norm (Nederland, Luxemburg, Noorwegen, Denemarken en Zweden). Zes andere landen (w.o. België) hebben, in het kader van de MDGs, 2015 vooropgesteld als uiterlijke streefdatum voor het behalen van de 0,7%-norm.

Voorts is er in Doel 8 ook nergens sprake van kwijtschelding van schulden en houdt men zich wat betreft het streven naar een “open, niet-discriminerend handels- en financieel beleid” grotendeels aan de huidige gang van zaken.
Hoewel tal van internationale studies ondertussen aantonen dat vrijmaking van handel en zeker van kapitaalverkeer op zich niet automatisch gunstig uitvallen voor de armen, worden in de MDGs geen belangrijke verschuivingen of veranderingen in aanpak beoogd.


Een aantal donorlanden kwam rond de jaarwisseling 2004/5 over de brug met een eerste voortgangsrapport.
Daarin worden de tot nog toe geleverde inspanningen belicht en toegelicht.

Het Belgische MDG 8-rapport werd in maart 2005 officieel voorgesteld.

De Belgische ontwikkelingssamenwerking heeft het concept partnerschap sinds 1999 uitdrukkelijk als essentieel beleidsgegeven opgenomen en heeft zijn eigen werking dan ook “gestreamlined” naar MDG-model. (Zie ook België en de Millenniumdoelen).

Deel dit artikel