“Millenniumdoelen worden verkeerd begrepen” (Vandemoortele)

Of de wereld in 2015 de Millenniumdoelen voor armoedebestrijding haalt, hangt niet af van de prestaties van individuele landen en ook niet van de vraag of rijke landen met genoeg geld over de brug komen. Dat zegt Jan Vandemoortele, die bij het VN-ontwikkelingsfonds UNDP mee aan de wieg stond van de Millenniumdoelen, in een interview naar aanleiding van het "halfway point" in de campagne op 7 juli 2007.


Als directeur van de groep Armoedebestrijding bij het UNDP maakte Vandemoortele deel uit van het team dat in 2001 in New York uit de Millenniumverklaring van de Verenigde Naties acht concrete doelstellingen puurde. "We hebben toen tegen elkaar gezegd: 'die Millenniumverklaring leest goed, maar binnen zes maanden spreek niemand er nog over. Waarom zouden we de kwantitatieve doelstellingen niet er niet uithalen en er een goede naam aan geven ?'" Het resultaat waren acht Millenniumdoelen of Millennium Development Goals (MDG's) die de VN-lidstaten willen gerealiseerd zien tegen 2015. Tot de doelstellingen behoren onder meer de halvering van het aantal armen, de reductie van kinder- en moedersterfte en universeel basisonderwijs. Zes jaar later stelt Vandemoortele, tegenwoordig de hoogste VN-vertegenwoordiger in Pakistan, vast dat zijn geesteskind een eigen leven is gaan leiden. Misverstand IPS: in een opiniestuk op de website van de UNDP waarschuwt u ervoor dat de globaal geformuleerde MDG's tegenwoordig ten onrechte als nationale doelstellingen worden geïnterpreteerd. Wat is daar precies het gevaar van ? Vandemoortele: "Je moet je eerst afvragen waarom alle doelstellingen verschillend zijn. Waarom bijvoorbeeld de armoede halveren, de kindersterfte verminderen met twee derde en de moedersterfte met driekwart ? Dat komt omdat de doelstellingen gebaseerd zijn op de globale tendensen van de jaren zeventig en tachtig. De filosofie erachter is dat we minstens dezelfde vooruitgang moeten boeken in de volgende 25 jaar als in de vorige 25 jaar. Dat betekent niet dat wanneer een land er niet in slaagt de globale doelstellingen te bereiken, we op wereldniveau naast de MDG's grijpen. Landen als China en Vietnam trekken de ploeg vooruit, terwijl Malawi, Zambia, Zimbabwe en Cambodja het minder goed doen. Nu hebben we een misverstand gecreëerd dat elk land de globale MDG's moet bereiken en dat is fout. Dat is vooral fout voor Afrika. De boodschap die je nu vaak hoort is dat de wereld de MDG's zou halen, als Afrika niet zo slecht zou presteren. Op die manier geven we indirect de schuld aan Afrika. IPS: Is het voor landen die in het verleden zwakker hebben gepresteerd niet interessant de lat wat hoger te leggen ? Vandemoortele: Ambitieuze doelstellingen zijn goed, maar wanneer ze niet realistisch zijn, mobiliseren ze niemand. De mensen gaan dan zeggen: 'Daar zijn ze weer, de mensen van het Noorden, van de Wereldbank en van de Verenigde Naties, met hun doelen waarvan iedereen weet dat ze niet kunnen worden bereikt.' Je moet ergens een combinatie vinden van ambitie en een goede grond van realiteit" IPS: Anderzijds hoor je ook vaak de kritiek dat de Millenniumdoelen niet ambitieus genoeg zijn. Vandemoortele: "Wanneer de MDG's gewoon de bestaande tendensen doortrekken, is dat inderdaad een status quo. Het verschil tegenover vroeger is dat de omgeving is veranderd. Alleen al de aidsepidemie maakt de globale doelstellingen in Afrika totaal onhaalbaar. De kindersterfte ligt er nu vaak hoger dan in 1990. Zelfs op globaal niveau zijn de doelstellingen ambitieus, onder meer omwille van het slechte milieubeheer, waardoor veel landen kampen met watertekorten." "One size fits all" IPS: Een andere kritiek is dat de MDG's ten onrechte de indruk wekken dat donoren met genoeg hulp alles kunnen oplossen en dat de politieke en economische hervormingen in ontwikkelingslanden zelf vergeten worden. Vandemoortele: "MDG's zijn doelstellingen en om ze te bereiken is er geen uniforme strategie voor alle landen. Er zijn veel wegen die naar Rome leiden. We moeten vermijden dat we opnieuw dezelfde fout maken als met de Washington Consensus (de neoliberale visie op economische ontwikkeling, nvdr), namelijk dat we een 'one size fits all'-strategie gaan toepassen. Dat zie ik nu een beetje gebeuren. Het idee dat donoren kunnen garanderen dat MDG's worden gehaald zodra ze 0,7 procent van hun inkomen aan ontwikkelingshulp betalen, is in mijn ogen waanzinnig. Regeringen in ontwikkelingslanden krijgen een reeks technische hulpmiddelen voorgeschoteld, en zodra je geld krijgt van een donor is het resultaat gegarandeerd. Dat is natuurlijk niet waar." IPS: Nochtans wordt die 0,7-norm door hulporganisaties dankbaar gebruikt om regeringen te herinneren aan de Millenniumbeloften. Vandemoortele: "Jammer genoeg, en dat is ironisch want de doelstelling dat rijke landen 0,7 procent van hun Bruto Nationaal Inkomen aan ontwikkeling moeten geven bestaat al sinds de jaren zeventig. Er is geen enkel kwantitatief verband met de MDG's. Dat wordt er allemaal bijgetrokken, alsof die 0,7 het resultaat is van een grote berekening om de MDG's te halen. IPS: Een campagne in de trant van "Congo haalt de MDG's niet, de regering moet meer geld geven", is volgens u dus twee keer fout ? Vandemoortele: "Twee keer fout, inderdaad. Congo kan de MDG's onmogelijk bereiken, ook als we er miljarden dollars tegenaan gooien. Dat neemt niet weg dat elk land, ook België, minimum 0,7 procent van zijn BNI aan ontwikkelingshulp zou moeten geven, ongeacht van het feit of Congo de MDG's haalt. Politbureau IPS: Ziet u ook voordelen aan de Millenniumdoelen ? Vandemoortele: "Een pluspunt is zeker dat we armoedebestrijding hoger op de internationale agenda hebben kunnen zetten. Een ander positief resultaat is dat er nu tussen een ontwikkelingslanden en rijke landen een internationale consensus bestaat over de prioriteiten inzake mens en ontwikkeling. Ik weet nog dat ik vijf jaar geleden, toen ik met vele collega's binnen de VN aan de slag ging en we na zes maanden hard werk uiteindelijk met de MDG's op de proppen kwamen, dacht dat we iets nuttigs hadden gedaan. Nu begin ik daar wat aan te twijfelen. De MDG's zijn een reductionisme aan het worden van de ontwikkelingsagenda. Dat gevaar heb je altijd wanneer je een complexe problematiek begrijpelijk wil voorstellen aan het grote publiek. De simplificatie wordt soms te ver doorgedreven. Je kan het vergelijken met het politbureau van Moskou in de jaren zestig. Wanneer een doelstelling is geformuleerd, wordt al de rest aan de kant geschoven en alleen maar gelet op het doel dat centraal is vastgelegd. IPS: Ziet u een verlenging van de MDG's na 2015 als een mogelijkheid ? Vandemoortele: "Hoe het zal lopen weet ik niet, maar ik denk van niet. Als we in het stramien blijven hangen dat alle landen de MDG's moeten bereiken, zullen we na 2010 er denk ik heel wat minder over horen. Veel van de overheden die de doelen niet kunnen halen, zullen hun mond houden en iets anders uitvinden. Dan wordt het een winterse stilte rond die Millenniumdoelen."  

BRON:
http://www.ipsnews.be

IPS DOOR:

Deel dit artikel