Minder mensen lijden honger. Maar cijfers zeggen niet alles.



voedselrapport fao
[Foto: FAO]



Het aandeel van de mensen die honger lijden op de totale wereldbevolking is gedaald van  1 op 8 tot 1 op 9.  De Millenniumdoelstelling om honger tegen 2015 te halveren is binnen bereik. Dat blijkt uit een rapport van de Wereldvoedselorganisatie FAO.  Toch moeten hierbij enkele kanttekeningen worden gemaakt.  Nog steeds hebben 805 miljoen mensen honger. Bovendien zijn er sterke regionale verschillen en op sommige plaatsen hebben toch meer mensen honger dan voordien.  




 

De globale cijfers


Het aantal mensen dat honger lijdt is gedaald van 840 miljoen in 2009-11 naar 805 miljoen in 2012-2014.

In 1990-92 leed 18,7% van de wereldbevolking honger. Tegen 2015 zou dit percentage gehalveerd moeten zijn tot 9%. Op dit ogenblik heeft 11,3%  van de wereldbevolking, of 1 op 9, honger.  De doelstelling kan gehaald worden, maar de vooruitgang is ongelijk.  Dat zeggen de drie landbouw- en voedselorganisties van de VN, het Wereldvoedselprogramma (WFP), het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling (IFAD) en de Voedsel- en landbouworganisatie (FAO).

Op de Wereldvoedseltop van 2009 werd ook beslist om het aantal  mensen dat honger lijdt met de helft te verminderen. Maar deze doelstelling ligt nog veraf: in 1990-92 waren 994 miljoen mensen ondervoed, vandaag zijn dat er nog altijd 805 mijoen. Bovendien zijn er nogal wat regionale verschillen.

 

Regionale verschillen


In sub-Sahara heeft 1 op 4  honger. Dat is een vooruitgang want in 1990-92 was dat nog 1 op 3. Maar door de bevolkingsgroei is het aantal ondervoede mensen toch gestegen van 182 miljoen naar 227 miljoen.

In Oceanië heeft 1 op 7 honger, evenveel als in 1990-1992. In West-Azië is de situatie sterk verslechterd vooral door oorlog in Irak en Jemen. Het aantal ondervoede mensen in de regio steeg van 8 naar 18,5 miljoen.

De sterkste vooruitgang vind je in Oost-Azië (China inbegrepen), Zuid-Oostazië en Latijns-Amerika waar zowel het absolute aantal als de verhouding meer dan halveerde.

Ook in Zuid-Azië is het beeld ongelijk:  India drong de honger terug van 210 tot 190 miljoen  ondervoeden, een daling van 1 op  4  naar 1 op 6.  In Bangladesh was er vooruitgang, maar in Pakistan en Afghanistan verslechterde de situatie, opnieuw door oorlog en geweld.

Azië
blijft met 525 miljoen  het continent met het grootse aantal armen.

 

Het succesrecept: Ondersteuning van kleine boeren en sociale bescherming


Het recept voor een succesvol beleid tegen honger is de ondersteuning van  kleine boeren gekoppeld aan sociale bescherming.

Uit het rapport blijkt dat het bestrijden van honger een geïntegreerde aanpak vraagt: investeringen in de landbouw en plattelandsontwikkeling moeten gekoppeld worden aan onderwijs, gezondheidszorg, waardig werk, sociale bescherming en  gelijkheid van kansen. Ook de rol van de vrouwen en jongeren mag niet uit het oog worden verloren.

Investeringen in familiale landbouw zijn cruciaal: familiale landbouw produceert een hoog percentage van het voedsel dat we eten en stelt wereldwijd het meeste mensen tewerk. Kleine boeren zijn de hoeders van biodiversiteit en de natuurlijke rijkdommen. Een beleid ter ondersteuning van de familale landbouw maakt werk van een betere infrastructuur, een betere toegang tot de lokale markt en een vermindering van voedselverlies.

Interventies in de strijd tegen de honger bereiken uiteindelijk de beste resultaten als daar ook sociale beschermingsmaatregelen aan gekoppeld worden.  Bijvoorbeeld: een programma rond  schoolmaaltijden kan gebruik maken van voedsel geleverd door organisaties en coöperatieven van lokale kleinschalige boeren. Dat garandeert een inkomen voor de kleine boer en stimuleert de lokale voedselproductie.


Marc Maes,  Beleidsmedewerker 11.11.11


Meer info:


 

11.be:



11.11.11 voert campagne tegen voedselverspilling. Sorry is niet genoeg




Deel dit artikel