Minister De Gucht gunt Afrika meer markt

Kan de export van landbouwproducten Afrika meer ontwikkeling brengen? Hoe vergroten we markttoegang in Europa voor Afrikaanse (fairtrade)producten?

Twee vragen die ongetwijfeld aan bod zullen komen op het slotdebat van Fair Trade gaat Vooruit. We polsen al even naar de mening van minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (Open VLD), een van de deelnemers aan het debat.


“De meeste Afrikaanse landen krijgen vandaag tarief- en quotavrije toegang tot de Europese markt via een vrijhandelsakkoord (EPA) of het preferentiële ‘Everything but Arms’-systeem. Maar markttoegang is op zich niet voldoende om Afrikaanse producten op de Europese markt te krijgen. Vele Afrikaanse landbouwers kennen de uitvoerkanalen niet. Ze kampen met slechte infrastructuur of hebben geen toegang tot havens. Ook voldoen niet alle producten aan de strenge Europese gezondheidsnormen of de extra regels die grote supermarkten vaak opleggen.”

“We moeten die Afrikaanse landbouwers bijstaan door de infrastructuur te verbeteren en hun capaciteiten te versterken. De Belgische ontwikkelingssamenwerking steunt bijvoorbeeld een belangrijk project van garnalenkwekers in Benin. De export van garnalen uit Benin werd in 2003 stopgezet omdat de producten niet voldeden aan de Europese kwaliteitsnormen. Benin wilde zelf werken aan verbetering. Waarop België besliste, samen met andere donoren, deze inspanningen te ondersteunen door de capaciteit van de lokale kwekers te verhogen.”

“Aid for Trade heet dit soort hulp. België ontwikkelde in 2008 een eigen ‘Aid for Trade’-strategie en wil zich concentreren op kleine landbouwers en KMO’s. Ook fair trade maakt hier deel van uit. Ons land heeft een aantal specifieke instrumenten ter beschikking. Het Trade for Development Centre probeert kleine producenten bij te staan die via eerlijke en duurzame handel hun producten willen verkopen. De Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden geeft kredieten aan kleine bedrijfjes en komt zo tegemoet aan het structurele probleem van financiering.”

“België bouwt ook aan basisinfrastructuur in haar partnerlanden. Een gewone landweg kan het verschil maken om tot een markt te geraken. We besteden ook veel aandacht aan productiviteitsondersteuning en capaciteitsopbouw in de landbouwsector, en zullen nog extra middelen inzetten om ervoor te zorgen dat wat geproduceerd wordt ook een afzetmarkt vindt.”
 
Zuid-Zuidhandel
“Export alleen kan Afrika niet helpen. Ik moet hier het belang van Zuid-Zuidhandel onderstrepen. Vandaag zijn de Afrikaanse landen te sterk afhankelijk van hun handelsrelaties met Europa. Maar ook onderlinge handel komt de eigen ontwikkeling ten goede. Mits een betere infrastructuur zou een land als Uganda landbouwproducten kunnen verkopen op markten in de eigen regio. Zo kunnen zelfs hongersnoden in een regionale context bestreden worden. België is altijd erg geëngageerd geweest in het debat rond voedselhulp. Ik zie niet in waarom deze enkel uit Europa of Amerika moet komen. Ons land ondersteunt lokale producenten in Kongo opdat deze kunnen voldoen aan de voorwaarden van humanitaire agentschappen.”

“Afrika heeft een enorm landbouwpotentieel. Het is echter belangrijk aan diversificatie te werken. Landen die voor hun inkomsten afhankelijk zijn van één cash crop, riskeren al te gemakkelijk in een neerwaartse spiraal te geraken. Toegevoegde waarde kan alleen gecreëerd worden door bijkomende investeringen. Het is daarom essentieel die landen bij te staan om een juridisch klimaat te scheppen dat ondernemers zekerheid biedt en de betrokken autoriteiten garandeert dat de bevolking via belasting of verwerking meeprofiteert van de ontgonnen grondstoffen. Globaal komt het erop neer dat regeringen een degelijk economisch beleid moeten uitbouwen. Ze hebben daarbij enorme mogelijkheden. Vernieuwende landbouwmethoden met respect voor het milieu moeten bij voorkeur daar uitgetest en uitgewerkt worden. Het is niet ondenkbaar dat zij daarin zelfs een pioniersrol kunnen spelen.”

“De Europese Unie geeft nu quota- en tariefvrije toegang aan bijna alle Afrikaanse landen beneden de Sahara. Ook fairtradeproducten genieten daarvan. Belangrijk is dat we in de toekomst verder werk maken van een eenvoudiger regime van origineregels en dat Afrikaanse uitvoerders geholpen worden normen te respecteren. Dit kan via Aid for Trade. Via het Trade for Development Centre zullen meer producenten in aanmerking komen voor een fairtradecertificatie.”
 
Sociale akkoorden
“België is steeds voorstander geweest van het opnemen van sociale normen in vrijhandelsakkoorden. Dit is niet altijd eenvoudig als je met ontwikkelingslanden onderhandelt. Ze beschouwen dat als extra protectionisme. Een goede manier is om via internationale akkoorden tussen de Europese Unie en de betrokken landen opnieuw aandacht te vragen voor de betrokken conventies. Zo gaat het Cotonou-akkoord tussen de EU en de ACS-landen (Afrika, Caraïben en Stille Zuidzee) in op de ‘core labour standards’ en de wil van beide partijen om op een concreet aantal punten samen te werken. Op Europees niveau bestaat een speciaal preferentieel systeem waarbij landen die niet tot de Minst Ontwikkelde Landen behoren extra markttoegang krijgen als ze een aantal milieu- en sociale conventies ratificeren en implementeren. Boycot van bepaalde producten lijkt me niet aangewezen. Op een positieve manier samenwerken, steeds met de sociale context in het achterhoofd: dat is de juiste weg!”

Els Keytsman
Politieke dienst Oxfam-Wereldwinkels

>> Fair Trade gaat Vooruit - 9 mei - Gent. Alle info: www.oww.be/fairtradegaatvooruit

Deel dit artikel