Namibische leerkrachten behuisd “als in steentijd”

Leerkrachten in de openbare scholen van Namibië kijken massaal uit naar ander werk. Ze verdienen bitter weinig, moeten het vaak zonder lesmateriaal stellen en hebben soms zelfs nauwelijks een dak boven hun hoofd. Een en ander bemoeilijkt de geplande hervorming van het Namibische onderwijs.


Martin Natangwe, een Zambiaanse leerkracht wetenschappen die in het noorden van Namibië les geeft, woont met zijn vrouw en zijn vierjarige dochter in een hut die recht uit de steentijd komt. Het bouwsel is opgetrokken uit hout en leem. In het regenseizoen begeven dergelijke hutten het vaak.

De school waar Natangwe werkt, is even gammel. Als er te grote gaten komen in het dak of de muren van een klaslokaal, gaat de les buiten verder, onder een boom. De school heeft geen toiletten en zelfs geen stromend water. Er zijn nauwelijks boeken, schriften en balpennen. Van een speciaal lokaal voor proefnemingen kan Natangwe alleen maar dromen. “Het is moeilijk werken zo”, zucht hij. “Geen wonder dat zo weinig scholieren slagen.”

Van de 13.850 Namibische scholieren die in 2005 deelnamen aan de eindexamens van het secundair onderwijs, haalden er maar 2.840 resultaten die toegang bieden tot hoger onderwijs. En zelfs de kennis van die selecte groep laat te wensen over. De Namibische Universiteit klaagt dat ze studenten moet toelaten die het Engels nauwelijks beheersen. De regering in Windhoek broedt daarom op plannen om het schoolsysteem te hervormen.

Hoe slecht de schoolgebouwen er ook aan toe zijn, goede leerkrachten aantrekken en behouden lijkt de prioriteit. “God keek naar mijn werk en was tevreden. Maar toen zag hij mijn salaris en weende”, staat er op een affiche in het bureau van Norbert Booi in de A. Shipenaschool in Windhoek. De leraar Engels bladert door de personeelsadvertenties van de Republikein, één van de drie Namibische kranten.

Booi geeft les in de hoofdstad, maar ook hij klaagt dat hij nauwelijks leermiddelen heeft en in onmogelijk omstandigheden moet lesgeven. “Je moet wonderen doen om leerlingen hier iets bij te brengen”, zegt hij.

“De klassen zijn hopeloos overbevolkt”, valt Pasilius Haingura, secretaris-generaal van de Koepel van Namibische Lerarenvakbonden (NANTU), hem bij. “Leerkrachten krijgen makkelijk vijftig scholieren onder hun hoede.” Scholieren uit de meeste klassen mogen automatisch overgaan omdat er zeker geen plaats is voor zittenblijvers.

De lonen liggen volgens Haingura veel te laag, en ook de toelagen voor transport en huisvesting noemt hij ontoereikend. Haingura zegt dat de meeste van de 20.000 leerkrachten in het land van baan zouden willen veranderen. “Ze proberen binnen te raken in privé-scholen, maar lonken ook naar overheidsinstellingen en bedrijven.” De NANTU schat dat het openbaar onderwijs elk jaar 2.000 leerkrachten verliest. De lerarenopleiding en de universiteit leveren maar 1.200 nieuwe leerkrachten per jaar.

De Namibische regering erkent dat er een probleem is. In Windhoek werden vijf nieuwe scholen gebouwd en enkele andere instellingen uitgebreid. Vice-premier Libertina Amathila maakt zich ook zorgen over de uitstroom van ervaren leerkrachten. De regering wil het personeelsbestand in de eerste plaats aanvullen met leerkrachten Engels en Wetenschappen.

Het ministerie van Onderwijs heeft ook een programma klaar om de kennis van bestaande leerkrachten aan te scherpen op het vlak van Engels, wiskunde en wetenschappen. Sommige leerkrachten zouden daarvoor naar buurland Zambia en zelfs naar Cuba reizen. Het onderwijzend personeel zou zich ook meer moeten gaan toeleggen op kennis die een direct nut heeft op de arbeidsmarkt.

Geld lijkt het grootste probleem. De regering zette in mei in de nieuwe begroting 41 miljoen dollar opzij voor de onderwijssector – een groot bedrag voor het arme land. De komende vijf jaar wil de Windhoek 256 miljoen euro vinden om het opleidingsprogramma te financieren. IPS (PD)

IPS DOOR:

Deel dit artikel