Nieuw Israëlisch militair bevelschrift kan uitwijzingen Palestijnen uit Westelijke Jordaanoever doen toenemen

Berlanty Azzam, één van de slachtoffers van het militaire bevelschriftAmnesty International is bezorgd over een nieuw bevelschrift van het Israëlische leger, dat de uitwijzing van Palestijnen uit de bezette Westelijke Jordaanoever kan vergemakkelijken.

Militair bevelschrift Nr. 1650 werd op 13 april in de Westelijke Jordaanoever van kracht. Het geeft een ruimere invulling aan het begrip 'indringer', namelijk iedereen die zich op de Westelijke Jordaanoever bevindt zonder een vergunning van de Israëlische autoriteiten.

Zij die beschouwd worden als 'indringers' kunnen gedeporteerd worden naar andere landen of onder dwang overgebracht worden naar de Gazastrook. Ze kunnen ook strafrechtelijk vervolgd worden.

Amnesty International stuurde op 27 april een brief aan de Israëlische vice-eerste minister Ehud Barak. Daarin drukt Amnesty haar vrees uit over het feit dat de nieuw gehanteerde, bredere definitie van 'indringer' zou leiden tot een uitbreiding van de huidige praktijk van de Israëlische autoriteiten om individuen uit de Westelijke Jordaanoever te verbannen naar de Gazastrook.

"Dit nieuwe militair bevelschrift is een schande in het licht van de reeds lang bestaande praktijk van de Israëlische autoriteiten om individuen de Westelijke Jordaanoever uit te zetten", aldus Philip Luther, adjunct-directeur van Amnesty's Midden-Oosten en Noord-Afrika programma.

"Sinds 2003 heeft Israël Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever onder dwang verhuisd naar de Gazastrook op basis van het feit dat hun adressen geregistreerd stonden in Gaza."

Het verhaal van Berlanty Azzam
Op 28 oktober 2009 werd de 21-jarige Palestijnse studente Berlanty Azzam gearresteerd door het Israëlische leger in de Westelijke Jordaanoever. Ze zou enkele weken later afstuderen aan de universiteit van Bethlehem. Ze werd in de boeien geslagen, geblinddoekt en naar de Gazastrook gebracht.

Op 9 december 2009 besliste het Israëlische Hooggerechtshof Berlanty geen toelating te geven voor haar terugkeer naar Bethlehem om haar studies te kunnen voltooien.

De argumentatie bij de beslissing focuste op het feit dat het adres op haar identiteitskaart in Gaza geregistreerd staat. Ook zou de vergunning, die ze ontving in 2005 om van Gaza naar de Westelijke Jordaanoever te reizen, onvoldoende zijn.

"We zijn eveneens bezorgd dat de verbrede categorie van ‘indringer' ook zou kunnen worden toegepast op individuen die jaren geleden naar de Westelijke Jordaanoever kwamen en die verzoeken hebben ingediend bij de Israëlische autoriteiten voor familiehereniging", aldus Philip Luther. "Voor zover we weten is er in duizenden van dergelijke verzoeken nog geen uitspraak."

Sinds juni 2007 bevindt de Gazastrook zich onder een strenge Israëlische blokkade die de invoer van basisgoederen, waaronder voedsel, brandstof, educatief, medisch en bouwmateriaal sterk beperkt.

Schending van Vierde Conventie van Genève
De verplichte transfer van Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever naar Gaza, en de deportatie van Palestijnen naar andere staten, is een schending van Artikel 49 van de Vierde Conventie van Genève ter bescherming van burgers in tijden van oorlog: "Individuele of massale verplichte transfers, net als deportaties van beschermde personen van bezet gebied naar het territorium van de Bezettende Macht of naar dat van enig ander land, bezet of niet, zijn verboden, ongeacht het motief."

De Israëlische autoriteiten hebben in het verleden ook Palestijnen gedeporteerd van de Westelijke Jordaanoever naar andere landen.

In 1992 deporteerde Israël 415 mensen, die verdacht werden van betrokkenheid bij Hamas en Islamitische Jihad, op een illegale wijze naar Libanon. In 2002 deporteerde Israël 13 Palestijnen, die betrokken waren bij de belegering van de Geboortekerk, naar Europese staten. 26 anderen werden onder dwang naar Gaza overgebracht.

Lees meer Expelled from the West Bank

Deel dit artikel