Nieuw VN-rapport legt oorlogsmisdaden in Aleppo bloot

Aleppo, wat er van overblijft

Volgens een nieuw VN-onderzoeksrapport over Aleppo begaan alle strijdende partijen oorlogsmisdaden. Het Aleppo-evacuatieplan in december 2016  kwam neer op een gedwongen verplaatsing van burgers, een oorlogsmisdaad onder internationaal recht. De internationale gemeenschap moet lessen trekken uit dit nieuwe VN-rapport.

De Syrische regering is volgens de VN verantwoordelijk voor de doelbewuste aanval op een VN-hulpkonvooi op 19 september, voor het gebruik van chemische wapens en clustermunitie, en voor doelbewuste aanvallen op ziekenhuizen, medisch personeel, scholen, waterstations, markten en bakkerijen.

Russische gevechtsvliegtuigen waren eveneens op grote schaal betrokken. ‘Day after day, hospitals, markets, water stations, schools and residential buildings were razed to the ground by pro-government forces. Fearing bombardments civilians avoided hospitals, including pregnant women’. Honderden burgers kwamen om het leven. De VN-onderzoekscommissie vond geen enkel bewijs dat de geviseerde ziekenhuizen gebruikt werden voor militaire doeleinden.

Surrender or starve

De gruwelijke aanval op Oost-Aleppo was volgens de VN een zoveelste voorbeeld van een doelbewuste “surrender or starve” strategie van de Syrische regering, waarbij belegerde gebieden tot overgave worden gedwongen. ‘By using brutal siege tactics reminiscent of medieval warfare to force surrender, Government forces and their allies prevented the civilian population of eastern Aleppo city from accessing food and basic supplies while relentless airstrikes pounded the city for months, deliberately targeting hospitals and clinics, killing and maiming civilians, and reducing eastern Aleppo to rubble’.

Het grondoffensief om Aleppo te heroveren werd volgens de VN niet geleid door het Syrische leger maar door Syrische, Libanese, Iraanse, Iraakse en Afghaanse pro-regeringsmilities. In de nasleep van de herovering van Oost-Aleppo maakten deze milities zich ook schuldig aan buitengerechtelijke executies, plunderingen, arbitraire arrestaties en gedwongen inlijvingen in het Syrische leger.

Het evacuatieplan voor Oost-Aleppo (december 2016) is volgens de VN een duidelijk voorbeeld van gedwongen verplaatsing van burgers, een oorlogsmisdaad onder internationaal recht. ‘Under the terms of the agreement, which follows previous similar agreements, including those applied to Daraya and Moadamiyah in August 2016, civilians had no option to remain. Such agreements amount to the war crime of forced displacement of the civilian population’.

Oorlogsmisdaden 

De VN-onderzoekscommissie beschuldigt ook de gewapende oppositiegroepen in Aleppo - inclusief het aan Al Qaida gelieerde Jabhat Fatah al Sham (JFS) - van oorlogsmisdaden. Deze groepen vuurden geïmproviseerde raketten en andere projectielen af op West-Aleppo en op het Koerdische district Sheikh Maqsoed. Deze aanvallen hadden geen duidelijk militair doelwit en waren duidelijk gericht op het terroriseren van de burgerbevolking en zijn dus oorlogsmisdaden. Tientallen burgers kwamen om het leven.

Het VN-rapport beschuldigt de gewapende oppositiegroepen ook van het gebruik van “menselijke schilden”, het verhinderen van de bewegingsvrijheid van burgers, het in beslag nemen van humanitaire hulp en het gebruik van burgergebouwen voor militaire doeleinden. Zo beschrijft het rapport een voorval in het district Masaken Hanano waar minstens vier burgers werden gearresteerd toen ze probeerden Oost-Aleppo te ontvluchten, terwijl andere burgers werden geïntimideerd om in Oost-Aleppo te blijven.

Welke lessen moeten we trekken?

Alle strijdende partijen begingen oorlogsmisdaden, maar de omvang van de Syrisch-Russische oorlogsmisdaden is beduidend hoger. De VN verduidelijkt ook expliciet dat er sprake is van doelbewuste oorlogsmisdaden. Er was dus geen sprake van een onvermijdelijke collateral damage die gepaard ging met de “bevrijding” van Oost-Aleppo.

De VN merkt verder op dat het grondoffensief om Aleppo te heroveren niet geleid werd door het Syrische leger maar door allerlei binnen- en buitenlandse extremistische milities, wat een belangrijke impact kan hebben op de toekomst van Syrië.

De claim van sommige analisten en media dat Oost-Aleppo “bezet werd door Al Qaida” lijkt ook weerlegd, aangezien de VN schat dat er zich hooguit 150 tot 200 JFS-strijders in Oost-Aleppo bevonden. JFS-strijders maakten zo 1.9 tot 3.3 % uit van het totale aantal gewapende oppositiestrijders in de stad.

Tot slot beveelt de VN in het rapport aan om ‘af te zien van toekomstige evacuatie-akkoorden die resulteren in de gedwongen verplaatsing van de burgerbevolking’. In plaats van dergelijke lokale bestanden te promoten, moet de internationale gemeenschap veel meer inspanningen leveren om een nationaal staakt-het-vuren te ondersteunen en volledige humanitaire toegang te verzekeren.

De VN roept verder ook op om een nieuw VN-mechanisme te steunen dat toekomstige rechtszaken voorbereidt en om de wapentoevoer naar alle strijdende partijen stop te zetten.

Willem Staes
Beleidsmedewerker Midden-Oosten

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels