Nieuws van het Afrika Europa netwerk juni 2014

De 'Doing Business' ranglijst van de Wereldbank

In de jaren '80 legde de Wereldbank (WB) door middel van Structural Adjustment Programs (SAP) liberalisatiemaatregelen op aan ontwikkelingslanden. Om leningen te verkrijgen moesten arme landen hun grenzen open stellen voor buitenlandse investeerders, beperkingen op import en export opheffen en werden zij aangemoedigd om ruwe grondstoffen te exporteren om hun economieën te stimuleren.

Deze SAP's werden in 2002 opgeheven na heftige kritiek vanuit het maatschappelijk middenveld en de academische wereld. Via een zijdeur creëert de WB nu echter weer een ingang voor het neoliberalisme. De 'Doing Business' (DB) ranglijst is gebaseerd op dezelfde economische filosofie. Het richt zich op liberalisering en directe buitenlandse investeringen als motor voor economische groei. De ranglijst beoordeelt landen op grond van het gemak waarmee er zaken kunnen worden gedaan, met andere woorden: in hoeverre nationale wetgeving gunstig is voor private ondernemingen. De ranglijst stimuleert ontwikkelingslanden om hun economieën te dereguleren en om sociale en ecologische eisen naar beneden bij te stellen, om zo hun positie op de ranglijst te verbeteren.

Hoewel de ranglijst niet specifiek is gericht op landbouw, heeft het toch een grote impact op het landbouwbeleid van ontwikkelingslanden, omdat de Wereldbank groot voorstander is van industriële landbouw. In haar Agriculture Action Plans, pleit de WB voor "een hervorming van procedures voor landregistratie en een systematische omschakeling van kleinschalige naar commerciële landbouw." Dit staat haaks op de Afrikaanse werkelijkheid. De belangrijkste producenten van voedsel in Afrika zijn kleine boeren. Door grootschalige landbouw te promoten, lopen zij het risico hun land kwijt te raken aan buitenlandse investeerders. Daardoor zullen zij in armoede vervallen en zal honger op het continent toenemen.

Belastingvoordeel voor multinationals in Sierra Leone

Elk jaar loopt Sierra Leone, een van de armste landen in Afrika, enorme inkomsten mis door de belastingvoordelen van multinationale ondernemingen. Het gaat jaarlijks om een grotere som geld dan wordt uit gegeven aan b.v. onderwijs en medische zorg. De mijnbouwondernemingen profiteren het meest. Twaalf jaar na het eind van de bloedige burgeroorlog in het land, leeft nog steeds 50 procent van de burgers onder de armoedegrens.

Daarover gaat een rapport, Losing Out, dat is gebaseerd op onderzoek van de Budget Advocacy Network (BAN), de National Advocacy Coalition on Extractives (NACE) en het Tax Justice Network Africa (TJNA). Abu Bakarr, coördinator van BAN, stelt vragen bij zowel de hoogte van de belastingvoordelen als de wijze waarop contracten worden toegewezen. "De afgelopen jaren heeft Sierra Leone alle moeite gedaan om haar grote voorraden ijzererts, diamant en bauxiet te exploiteren. De regering ziet maar al te graag dat buitenlandse ondernemingen investeringen doen," aldus Bakarr. "Dit alles heeft ertoe geleid dat er achter gesloten deuren te veel belastingvoordeel is toegezegd aan bedrijven. De enigen die inzicht hebben, is een klein aantal ministers en ambtenaren. Vaak is zelfs het parlement niet op de hoogte, laat staan het publiek." Het spreekt voor zich dat als er geen publiek toezicht is op dit soort zaken, het onmogelijk is voor gekozen parlementariërs of organisaties vanuit het maatschappelijk middenveld om te bepalen of de afspraken in het belang zijn van het land.

Ontwikkelingslanden bieden vaak dit soort voordelen aan internationale bedrijven, in de hoop buitenlandse investeringen aan te trekken. Het rapport stelt echter dat er weinig bewijs is dat het ook werkt. Het lijkt er eerder op dat er een race to the bottom ontstaat tussen landen die met elkaar wedijveren om investeringen aan te trekken. Zo heeft de regering in Sierra Leone onlangs belangrijke belastingvoordelen toegezegd aan twee Britse investeerders, London Mining en African Minerals. London Mining hoeft de eerste drie jaar van haar activiteiten slechts zes % inkomstenbelasting te betalen – terwijl 30 % gangbaar is in het land.

In de landbouwsector, legt de regering ook een rode loper uit voor investeerders. Ze krijgen een vrijstelling van 10 jaar op het betalen van corporate income-belastingen en hoeven minder importbelasting te betalen. Terwijl Sierra Leone grote investeringen moet doen in infrastructuur om buitenlandse investeerders ter wille te zijn, zit de lokale bevolking met de gebakken peren: vervuiling van het milieu, land grabbing en gedwongen verhuizingen. De samenleving zou moeten profiteren van de investeringen. Maar mijnbouw en industriële landbouw leveren maar weinig banen op. (Bron : Independent Catholic News, 15/4/2014)

 Congo eist miljard dollar voor bescherming regenwoud

De DR Congo stelt de internationale gemeenschap een verrassende deal voor: betaal 730 miljoen euro om een regenwoud ter grootte van Engeland te beschermen. Zo niet, dan dreigt het gekapt te worden.

Meer dan de helft van alle Afrikaanse wouden ligt in de Democratische Republiek Congo, het tweede grootste regenwoud ter wereld na het Amazonewoud. Maar de Congolese regering voert aan dat ze niet over de middelen beschikt om de enorme bosgebieden in het land te beschermen zonder buitenlandse hulp. "De DRC aanvaardt zijn verantwoordelijkheid om de bossen te beschermen voor het welzijn van de mensheid", zei de Congolese minister van Leefmilieu N'sa Mputu Elima. "Maar als ontwikkelingsland hebben we een partnerschap met industrielanden nodig om de financiële steun te leveren die nodig is voor het programma." Het land verwijst naar een eerdere, gelijkaardige deal die met Indonesië is afgesloten.

Het is niet het eerste pay-for-performance voorstel in Afrika, maar wel uniek door de schaal waarop het wordt voorgesteld. Congo wil 9 miljoen hectare woud beschermen in een landschap van 12 miljoen hectare, bijna de oppervlakte van Engeland. In de regio wonen naar schatting 1,8 miljoen mensen en heel wat bedreigde diersoorten zoals de bosolifant en de bonobo. (Bron : IPS)

Deel dit artikel