Noodhulpproject Dierenartsen Zonder Grenzen in Kenia als groot succes geëvalueerd

In 2006 heerste er droogte en hongersnood in Kenia, met drastische gevolgen voor de Turkana nomaden en hun dieren. Om onherstelbare schade te voorkomen, organiseerde Dierenartsen Zonder Grenzen een noodhulpproject. 5000 geiten werden aangekocht bij de nomaden en herverdeeld onder de zwaarst getroffen families. Nu, één jaar later, kunnen we de balans opmaken. De actie bleek een enorm succes.

 

Het droogteseizoen van oktober 2005 tot maart 2006 was een erge beproeving voor het vee in de Turkana-regio. De dieren hadden te weinig eten en moesten lange afstanden afleggen om water en voedsel te vinden. Daarmee kwam ook de voedselzekerheid van de lokale bevolking in het gedrang. De gezinnen, die gescheiden werden van hun dieren, hadden geen toegang meer tot hun traditionele voeding (melk en bloed). Ze konden ook hun vee niet verkopen om met die opbrengst granen te kopen.

Om het hoofd te bieden aan deze dramatische toestand, stelde Dierenartsen Zonder Grenzen voor om, met de financiële steun van de FAO (Voedsel en Landbouw Organisatie van de Verenigde Naties). Men kocht 5.000 geiten van meer dan 2000 herders en verdeelde de dieren onder de meest kwetsbare families. Deze werkwijze had twee voordelen voor de herdergemeenschappen. Enerzijds voor de geitenhouders die niet te erg getroffen waren en hun jonge dieren tegen een aantrekkelijke prijs konderen verkopen. Anderzijds voor de veetelers die door droogte en ziekte een groot aantal van hun dieren verloren waren. Op die manier konden ze hun kudde opnieuw samenstellen.

 

Het verloop van de operatie
In totaal werden er 37 centra aangeduid die de verdeling van 5.000 geiten aan de 317 kwetsbare gezinnen in goede banen moesten leiden. Maar liefst 2.709 verkopers, van wie 31% vrouwen, hebben hiervoor dieren geleverd. Alle lokale medewerkers, zowel traditionele als technische en administratieve krachten waren bij deze grootschalige operatie betrokken. Er werden drie gemeenschapstechnici geselecteerd en opgeleid, die de operaties nauwkeurig opvolgden.

 

De begunstigden
Elke begunstigde ontving 15 geiten van het project en 2 extra geiten van de gemeenschap. Herders wiens veestapels onder het minimum geslonken waren, vrouwelijke familiehoofden, gehandicapten en wezen kregen voorrang. Bij de verdeling van de dieren hield men ook rekening met verschillende parameters, zoals het aantal lokale verliezen die door droogte en ziekte veroorzaakt waren, de beschikbaarheid van graasweiden en waterpunten, de aanwezigheid van plaatselijke diergezondheidswerkers, de mate waarin de gezinnen afhankelijk waren van hun dieren…

 

De geitenleveranciers
Ook voor de leveranciers van de dieren werd een lijst met selectiecriteria opgesteld. Die bevatte vragen over de neerslag in het gebied, de aard van de aangeboden dieren, hun conditie en hun sterftepeil, de marktwaarde, de wil van de gemeenschap om de jonge geiten te verkopen… De keuze werd ook beperkt tot nomaden die geen dieren van buiten de regio (m.a.w. potentiële dragers van nieuwe ziekten) verhandelen. Tijdens de aankoop van de geiten controleerden dierenartsen nauwkeurig hun leeftijd, grootte, geslacht en gezondheidstoestand. Daarna werden de dieren gemerkt en ontdaan van parasieten. Na een reeks vergaderingen en onderhandelingen werd een vaste prijs voor jonge vrouwelijke dieren van 12 à 18 maanden bepaald. 48 uur na de verdeling werden de verkopers betaald.

Dierenartsen Zonder Grenzen bezocht in deze periode regelmatig de begunstigde groepen. Zo kwam men tot de vaststelling dat er nog te veel fouten gebeurden bij de fokpraktijken en het onderhoud van het vee. Er werden extra opleidingen georganiseerd voor zowel de begunstigde families de stamhoofden, de ambtenaren voor diergezondheid als de plaatselijke destockeringscommissies. Tijdens deze korte opleiding werd dieper ingegaan op het beheer van de kudde, de diergezondheid, de droogte en de gevolgen hiervan voor de mens. Ook de rol van de verschillende betrokkenen, zoals de verkopers en de begunstigden, kwam hier aan bod.

 

Tegenslagen
Ondanks de succesvolle samenwerking verliep het noodhulpproject niet voor 100% van een leien dakje. Meer dan eens viel een versleten voertuig in panne en soms waren er problemen met de veiligheid. Gelijktijdig met het project vatte de Keniaanse regering een ontwapeningsoperatie aan, wat bij sommige gemeenschappen het angstgevoel deed toenemen. Ook de ligging van de beschikbare graasweiden zorgde voor problemen. In de periode tussen de aanvang van het project en de herverdeling van de geiten, was de weidegang erg verslechterd, waardoor de veeboeren hun dieren naar gunstigere gebieden moesten brengen. Schurft en longontsteking brachten het geitenbestand schade toe, terwijl de getroffen gebieden maar over beperkte reserves aan geneesmiddelen beschikten.

 

Groot succes dankzij samenwerking van herders en ambtenaren
Het noodhulpproject was een succes. Zowel voor de verkopers, die zonder tussenpersonen een rechtvaardige prijs voor hun dieren hadden gekregen, als voor de begunstigden, die nooit eerder in het verleden hun kudde zo vlug opnieuw hadden kunnen samenstellen. Beide groepen spraken de grootste tevredenheid uit, vooral omdat de hele aanpak de tradities van de herdersgemeenschappen respecteerde. Een groot deel van het succes is te danken aan de goede samenwerking van alle betrokken partijen. De stamhoofden stuurden de bekwaamste afgevaardigden van hun gemeenschappen naar de openbare vergaderingen, die dan samen zetelden met de ambtenaren van het Departement voor Dierlijke Productie en de Raad voor de Dierenhandel.

 

Lessen voor de toekomst

  • Een cruciaal punt zowel voor de veeteelt als voor de landbouw, is het gebrek aan water. Het het aantal drenkplaatsen moet toenemen en het regenwater moet opgevangen worden zodat men het kan gebruiken om de bodem te bevloeien.
  • De handel moet verbeterd worden. Veehandelaars moeten een opleiding krijgen, evenals de veeboeren, die hun dieren regelmatiger en vóór de droogteperiodes zouden moeten verkopen.
  • De heropbouw van de veestapel moet tijdens of na het regenseizoen gebeuren. Het moet ook vereenvoudigd worden door middel van verbeterde transportvoorwaarden, verbindingen en veiligheid.
  • De woonplaatsen van de verschillende grote families (awis) liggen verspreid. Zo’n woonplaats bestaat uit een veekraal en een omheining die de verschillende hutten omsluit. Het vee wordt ondergebracht in deze kralen. Het zou veiliger zijn wanneer deze “awis” zich hergroeperen in grotere groepen: de “adakars”, de traditionele herdergemeenschappen.

 

Over Dierenartsen Zonder Grenzen
In de derde wereld is het dier vaak de enige bron van gezond voedsel; de enige bron van leven. Daarom werd in 1989 Dierenartsen Zonder Grenzen opgericht. Sinds 1995 is DZG een officieel erkende humanitaire organisatie. Samen met de minstbedeelden ijveren onze dierenartsen voor het behoud van de kudde en de verbetering van de veeteelt in ontwikkelingslanden. Maar zonder uw hulp lukt dat niet! Daarom hebben wij uw steun hard nodig.

Dierenartsen Zonder Grenzen
Paul Deschanellaan, 36-38
1030 Brussel
Tel: 02/539.09.89
Fax : 02/539.34.90

 

Meer weten over onze projecten of een on line overschijving doen? Bezoek onze website  www.dzg-belgium.org.

Deel dit artikel