OESO beraadt zich over toekomst ODA: reactie 11.11.11

oeso-dac-hlmeeting-oct2017

Begin deze week kwam het ontwikkelingscomité van de OESO (DAC) bijeen in een High Level Meeting in Parijs. Donoren namen er nieuwe beslissingen over wat ze kunnen aanrekenen als officiële ontwikkelingshulp (ODA, Official Development Aid).

Het DAC benadrukt opnieuw dat armoedebestrijding en bijdragen aan duurzame ontwikkeling de kernopdrachten van ODA blijven. Het comité herbevestigt nogmaals het belang om 0,7% van het bni aan ontwikkelingssamenwerking te spenderen. Toch is waakzaamheid geboden. Er zal meer nodig zijn om in de toekomst te garanderen dat de hulp terechtkomt bij wie haar het meeste nodig heeft.

Modernisering van ODA

Het DAC is binnen de OESO de groep van donoren die definiëren wat officiële ontwikkelingshulp of ODA is, die regels opstellen over wat donoren als ODA kunnen aanrekenen en bepalen welke landen in aanmerking komen om ODA te ontvangen. Sinds 2012 is het DAC aan een moderniseringproces bezig van die ODA. Sindsdien werden al verschillende belangrijke beslissingen genomen.

Eigenlijk zijn er twee verschillende discussies binnen die moderniseringsoefening.

1. Enerzijds zijn er de oefeningen om de bestaande regels te verduidelijken en te stroomlijnen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de de rapportering van de kost van de eerstejaarsopvang van vluchtelingen, die volgens de OESO mag aanrekend worden als ODA. Dit is vooral een technische oefening.

2. Anderzijds zijn er ook politieke discussies aan de gang. Donoren willen in de toekomst ook andere financiële stromen kunnen aanrekenen als ontwikkelingshulp. Concreet gaan de discussies binnen het DAC over de rol van de private sector en over de uitgaven in de sfeer van vrede en veiligheid, zoals VN-vredesoperaties. Je moet deze discussies zien tegen het licht van de belofte om de 0,7%-norm te halen tegen 2030. Vele donoren zijn daarom geneigd de rekbaarheid van wat ODA is te vergroten. Daarenboven staat ontwikkelingssamenwerking vandaag wereldwijd steeds meer onder druk om ingezet te worden voor andere doeleinden dan waar de steun oorspronkelijk voor bedoeld is. Zo wordt de migratieagenda steeds prominenter binnen het (Europese) ontwikkelingsbeleid.

ODA voor de allerarmsten?

Op de High Level Meeting werden een aantal cruciale zaken herbevestigd: de finaliteit van ODA (armoedebestrijding en de aanpak van ongelijkheid), het belang van de 0,7%-norm (een belofte sinds de jaren 1970) en het belang van de principes over de doeltreffendheid van ontwikkeling (zoals ongebonden hulp, transparantie en ownership). Toch blijft waakzaamheid geboden opdat de hulp terechtkomt bij wie haar het meeste nodig heeft.

De belangrijkste zorg van de ngo's gaat over de private sector. Het DAC legt veel nadruk op de rol van de private sector in de financiering van de Sustainable Development Goals. Als civiele maatschappij zijn we ervan overtuigd dat deze inderdaad een rol te spelen heeft. Wat ons zorgen baart is dat er onvoldoende garanties zijn dat die financiering bijdraagt aan armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling die op mensenrechten is gebaseerd. Zo is er het gebrek aan garanties over hoe additioneel deze middelen zijn ten aanzien van de publieke middelen voor ontwikkelingssamenwerking. Er is ook te weinig transparantie en eigenaarschap van de partnerlanden zelf. Het risico bestaat dat donoren kiezen voor gebonden hulp, waarbij partnerlanden verplicht worden om goederen en diensten te kopen bij bedrijven van het hulpbiedende land. Dit maakt hulp volgens internationaal onderzoek 15 tot 30% duurder. Er zijn ook geen garanties die mogelijke nefaste effecten op sociaal, fiscaal en ecologisch vlak uitsluiten.

Duidelijkheid over kost opvang vluchtelingen

Opvang van vluchtelingen is belangrijk en moet waardig georganiseerd worden. Maar deze uitgaven dragen niet bij aan structurele antwoorden op armoede en ongelijkheid. Daarom kunnen zij geen ODA zijn. Dit stond (helaas) niet ter discussie binnen het DAC. Wel zijn we tevreden dat er nu duidelijkheid en eenvormigheid in de regelgeving gekomen is, die ons zal toelaten dit beter op te volgen en te vergelijken.

Vrede en veiligheidsdiscusie (voorlopig) niet heropend

De beslissingen over wat in het kader van vrede en veiligheid kan worden aangerekend als ODA werden reeds in het voorjaar 2016 genomen. Er is nu ook een handboek uitgewerkt dat uitlegt hoe de donoren die beslissingen in detail moeten gaan interpreteren. Ook hier zal de civiele samenleving waakzaam blijven omdat veel grijze zones blijven bestaan. Een opsteker is alvast dat de discussie niet meteen heropend werd om nog meer zaken op te nemen als ODA, zoals een nog grotere coëfficient van VN-vredesoperaties. Een aantal donoren binnen het DAC zijn vragende partij hiervoor.

België moet kaart trekken van armoedebestrijding

Het moderniseringsproces binnen het DAC is nog niet afgerond, zeker wat betreft de inbreng van de private sector. Verdere definiëring van de regels moet de komende maanden duidelijkheid brengen. Transparantie hierover en verdere betrokkenheid van civiele maatschappij en overheden in het Zuiden zullen hierbij cruciaal zijn om te garanderen dat dergelijke instrumenten in het teken staan van armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling. Ook België moet binnen het DAC mee aan deze kar trekken.

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel