OESO-rapport internationale klimaatfinanciering: reactie 11.11.11

scale-earth-money

De OESO maakte op 29 november de meest recente cijfers rond internationale klimaatfinanciering bekend. Dat is de financiering die de rijke landen beloofden aan ontwikkelingslanden om hun klimaatuitdagingen aan te pakken. Volgens het rapport steeg de publieke financiering in 2017.

De methodologie van het rapport staat echter ter discussie. Voor 11.11.11 toont dit opnieuw de noodzaak aan voor universele afspraken over de internationale klimaatfinanciering.

Volgens de OESO werd in 2017 54,5 miljard USD aan publieke klimaatfinanciering besteed. Slechts een klein deel van die financiering (12,9 miljard USD) ging volgens het rapport naar aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering, terwijl 3 maal zo veel beschikbaar was voor het verminderen van de uitstoot (mitigatie). Voor de meest kwetsbare landen is vooral aanpassing aan de gevolgen belangrijk.

Het probleem is dat er geen afspraken bestaan over de rapportering over dit engagement. Voor dit rapport werd dezelfde methodologie gebruikt als het sterk gecontesteerde OESO-CPI rapport van 2015. Veelgehoorde kritiek is bijvoorbeeld dat de gerapporteerde cijfers niet enkel giften bevatten, maar ook leningen en exportkredieten. Het zijn vooral de leningen die stijgen. Wanneer je enkel naar giften kijkt, is het beeld veel minder rooskleurig: 12,8 miljard USD in 2017. De stijging tegenover 2013 (10,3 miljard USD) is klein. Bovendien zijn deze cijfers eenzijdig opgesteld door donorlanden en dus niet gecontroleerd of goedgekeurd door ontwikkelingslanden.

Internationale afspraken nodig

Het rapport komt er enkele dagen voor de klimaattop in Katowice (COP24), waar de internationale klimaatfinanciering een belangrijk onderdeel van de agenda is. Onder meer afspraken over hoe landen moeten rapporteren en wat kan meetellen wordt daar besproken. Voor 11.11.11 zijn deze afspraken cruciaal, omdat ze ervoor moeten zorgen dat de cijfers correct en vergelijkbaar zijn.

"Hoewel het rapport enkele inzichten brengt die nuttig zijn in de aanloop naar de top, is het jammer dat de OESO-landen er opnieuw voor kozen om eenzijdig hun visie op te leggen. Net daarom zijn universele afspraken over deze kwestie cruciaal." zegt Bogdan Vanden Berghe, directeur van 11.11.11.

Extra engagementen cruciaal voor succes klimaattop

Daarnaast maakt het rapport duidelijk dat meer publieke inspanningen nodig zijn om de engagementen na te komen. De rijke landen beloofden immers om tegen 2020 minstens 100 miljard dollar per jaar te voorzien, met daarin een evenwicht tussen financiering voor aanpassing en mitigatie. Hoewel het aandeel financiering voor aanpassing sterker steeg dan dat voor mitigatie, is er nog steeds een sterk onevenwicht. Dat kan enkel aangepakt worden met extra publieke engagementen.

Vertrouwen dat de financieringsbeloftes zullen nagekomen worden is een sleutel tot succes van de klimaattop. De beloofde middelen zijn cruciaal voor het uitvoeren van de klimaatplannen van ontwikkelingslanden en dus voor het behalen van de doelstellingen van het Akkoord van Parijs. De recente VN-rapporten (IPCC en UNEP) toonden immers aan dat veel meer nodig is van alle partijen om de opwarming te beperken tot 1,5°C.

"Alle rijke landen moeten in Katowice extra engagementen op tafel leggen. Duitsland beloofde bijvoorbeeld al 1,5 miljard euro. Wij vragen dat ook België zo snel mogelijk een nieuw engagement formuleert, dat stijgt zoals internationaal afgesproken". 11.11.11 staat niet alleen met deze vraag. De interparlementaire klimaatresolutie, gestemd in de drie regionale en het federale parlement, stelt dezelfde vraag aan onze regering.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels