Ontwikkelingslanden leveren hun bijdrage aan de strijd tegen klimaatverandering

Meer dan honderd landen uit het Zuiden, dat jarenlang werden gezien als passief in de strijd tegen de klimaatverandering, hebben nationale klimaatplannen ingediend bij de Verenigde Naties (VN). De plannen zijn gericht op vermindering van de CO2-uitstoot en het creëren van een schonere economie.

De nationale plannen laten verschillende ambitieniveaus zien en sommige doelen zijn afhankelijk van internationale financiering. De landen zetten echter wel druk op de grote vervuilers in de wereld en versterken het standpunt dat de strijd tegen de klimaatverandering vraagt om bijdragen van alle landen, zeggen experts.

"We zien een aantal stevige beloften uit landen op het zuidelijk halfrond, ondanks hun beperkte rol in het veroorzaken van de klimaatverandering", zegt Ellie Johnston van Climate Interactive, een Amerikaanse klimaatorganisatie.

In de nationale plannen richten de ontwikkelingslanden zich vooral op schone energie, de strijd tegen ontbossing, de noodzaak van nieuwe financieringsvormen en klimaataanpassing. Honderdzesenveertig regeringen dienden voor de deadline van 1 oktober hun nationale plan (INDC) in. Negenenveertig landen deden dat niet.

2 graden Celsius

De beloften van landen worden opgenomen in een nieuw, universeel bindend verdrag dat in december goedgekeurd moet worden tijdens de VN-Klimaatconferentie (COP21) in Parijs.

De gepresenteerde plannen zijn echter onvoldoende om de wereldwijde temperatuurstijging lager dan 2 graden Celsius te houden ten opzichte van het pre-industriële niveau. Als die grens van 2 graden overschreden wordt, dreigt volgens wetenschappers een klimaatcatastrofe.

Climate Interactive stelt op grond van een analyse van de nationale plannen dat die resulteren in een temperatuurstijging van 3,5 graden tegen het jaar 2100. Een andere schatting, van Climate Action Tracker, voorspelt dat de plannen, als ze geïmplementeerd worden, de opwarming van de aarde beperkten tot 2,7 graden Celsius.


De verschillen in de schattingen worden veroorzaakt door gebruikte rekenmethode, vooral met betrekking tot de uitstoot van China en India na 2030. Deze twee opkomende economieën zijn in de afgelopen twintig jaar uitgegroeid tot grote uitstoters van broeikasgassen. China staat wereldwijd op de eerste plaats en India op de derde plaats. De tweede plaats wordt bezet door de Verenigde Staten, de vierde door Rusland en de vijfde door Japan.

"Onze analyse laat zien dat er ambitieuzere bijdragen nodig zijn om onder de grens van 2 graden te blijven. We hopen dat de klimaatgesprekken in Parijs dit mogelijk maken", zegt Johnston.

Ontbossing

Enkele regeringen in het Zuiden hebben ambitieuze plannen neergelegd. "Er zijn behoorlijk wat landen die veel verder gaan dan wat als hun eerlijke deel ('Fair share') beschouwd kan worden", zegt Tasneem Essop, hoofd van de WWF-delegatie voor de klimaatgesprekken in Parijs. De Zuid-Afrikaanse activist zegt dat het probleem van de INDC's is dat bij de vorige top in Lima geen duidelijke standaarden zijn opgesteld voor de nationale plannen.

Costa Rica heeft beloofd de uitstoot per hoofd van de bevolking terug te brengen tot 1,19 ton in 2050. Gehoopt wordt dat het wereldwijde gemiddelde niet hoger zal zijn dan 2 ton per hoofd van de bevolking. Kameroen is van plan de uitstoot terug te brengen met 32 procent, uitgaand van het niveau dat in 2035 bereikt zou zijn als de huidige groei doorzet. Maar net zoals veel andere landen laat Kameroen het bereiken van dat doel afhangen van internationale financiering.

Op Papoea-Nieuw-Guinea, waar houtindustrie sterk is, is de aanpak van ontbossing en verandering van landgebruik het belangrijkste probleem. Brazilië heeft voorgesteld de emissie voor 2015 met 37 procent te reduceren ten opzichte van het niveau in 2005. Het is een van de weinige landen in het Zuiden die "absolute doelen" hebben gesteld.

"Het probleem met alle INDC's, niet alleen in het Zuiden, is dat ze niet gebaseerd zijn op een gezamenlijk raamwerk met gezamenlijke standaarden", zegt Essop. "Daardoor zijn ze moeilijk te vergelijken."

Tot de landen die de deadline van 1 oktober niet gehaald hebben, behoren enkele landen die beperkte technische capaciteit hebben om doelen op te stellen. Bij enkele andere landen zou volgens experts weinig motivatie zijn om aan de klimaatdoelen te werken. Landen die nog geen INDC hebben ingediend, zijn onder meer Bolivia, Iran, Maleisië, Pakistan, Saoedi-Arabië, Soedan en Venezuela.

Deel dit artikel