Paniek en chaos aan grens met Libië en Tunesië

De grens tussen Libië en Tunesië wordt overspoeld met vluchtelingen. Sinds 21 februari zijn al meer dan 40.000 mensen de Libische grens overgestoken naar Tunesië en elke dag komen er duizenden bij. De Belgische federale overheid trekt 1 miljoen euro uit voor de humanitaire hulpverlening ter plaatse door het Internationale Rode Kruiscomité.

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Olivier Chastel noemt de toestand in de regio zorgwekkend. De situatie aan de grens is chaotisch. Naast Libiërs proberen ook gastarbeiders uit Bangladesh, Egypte, Nepal, Vietnam en Somalië het land te verlaten. Allemaal willen ze de onrust en het geweld in Libië ontvluchten. Sommigen hebben al een hele reis achter de rug voor ze de grens bereiken. Ze komen vaak uitgeput en zwaarbeladen aan.

De Tunesische Rode Halve Maan heeft vluchtelingenkampen opgesteld, verdeelt voedsel en biedt psychosociale steun. Ook proberen het Internationale Rode Kruis en de Tunesische Rode Halve Maan familieleden te herenigingen die elkaar in de drukte uit het oog verloren. Al meer dan 1300 vluchtelingen konden dankzij het Rode Kruis hun families telefonisch contacteren.

_mg_43131-w590
De grens kan de grote mensenmassa niet slikken. Duizenden mensen zitten vast en af en toe breekt er paniek uit. De Tunesische Rode Halve Maan moet meermaals ingrijpen om de situatie onder controle te houden. Er staat een eerstehulpteam stand-by in geval van nood.

“Er zijn nog geen ernstige blessures voorgevallen, maar we hebben wel al enkelen behandeld die gewond raakten door het geduw aan de grens”, vertelt Dokter Eloued Hosni van de Tunesische Rode Halve Maan.

Rode Kruis-Vlaanderen stuurt samen met het Nederlandse Rode Kruis een vliegtuig met hulpgoederen ter plaatse.

Voor meer informatie over de Rode Kruishulpverlening klik hier.

[credit: Getty Images/ICRC/DE MOUSTIER, Gratiane]

Deel dit artikel