Q&A - Handelsakkoord EU-Canada

EU-Canada

Op 5 juli erkende de Europese Commissie dat CETA, het geplande handelsverdrag tussen Europa en Canada, wel degelijk geratificeerd moet worden door de nationale parlementen van de lidstaten.

Een goede zaak, zo lijkt het, ware het niet dat het akkoord al kan worden uitgevoerd VOOR de parlementen zich er over mogen buigen. Daarmee wordt CETA het eerste Europese handelsakkoord dat de fel bekritiseerde investeerder-staat geschillenregeling (ISDS) bevat.

11.11.11, dat al jaren ijvert voor meer democratische handelsakkoorden zowel hier als in ontwikkelingslanden, waarschuwt voor ISDS en tegen de systematische voorlopige uitvoering van handelsakkoorden.

 

Waarover besliste de Commissie op 5 juli en waarom is dat zo belangrijk?

In de Europese Unie voert de Europese Commissie het Europese Handelsbeleid uit. Op haar voorstel neemt de Raad (van ministers van de EU) onderhandelingsrichtlijnen aan en op basis daarvan onderhandelt de Commissie een handelsakkoord. Als de onderhandelingen afgerond zijn legt de Commissie het akkoord voor aan de Raad voor ondertekening. Na de goedkeuring door de Raad wordt het akkoord overgemaakt aan het Europese Parlement en ook aan de nationale parlementen als het akkoord ook betrekking heeft op zaken waarvoor de lidstaten bevoegd zijn. Bij haar beslissing om een akkoord voor te leggen aan de Raad duidt de Commissie ook aan welke delen van het akkoord exclusief Europees zijn en welke delen ook betrekking hebben op de bevoegdheden van de lidstaten.

Het is deze beslissing die de Europese Commissie op 5 juli nam voor CETA, het handelsakkoord met Canada. De week voordien had de Commissie aangegeven dat wat haar betreft CETA een volledig exclusief Europees akkoord was en dat de parlementen van de lidstaten zich dus niet zouden moeten/mogen uitspreken. Dat leidde tot protest van het middenveld, regeringen en parlementen. Onder die druk besloot de Commissie om CETA dan toch maar voor te leggen als een gemengd akkoord.

Deze beslissing is belangrijk omwille van de vergaande inhoud van het CETA-akkoord en vooral omwille van de investeerder-staat geschillenregeling (ISDS). CETA is het eerste Europese handelsakkoord met ISDS.

Is CETA een 'gemengd' akkoord of niet?

Als een internationaal akkoord, bijvoorbeeld een handelsakkoord, enkel bevoegdheden bevat die aan de EU toebehoren is het een “exclusief” Europees akkoord. Als het ook aan bevoegdheden raakt van de lidstaten, is het "gemengd".

Als CETA een gemengd akkoord is dan is de goedkeuring nodig van het Europese Parlement én van de parlementen van de lidstaten.

Als CETA niet gemengd is, maar exclusief Europees, dan hebben de parlementen van de lidstaten niets meer in de pap te brokken en volstaat de goedkeuring van het Europese Parlement.

De bevoegdheid van de Europese Unie voor handel staat vermeld in art.207 van het Verdrag over de functionering van de Europese Unie (VFEU, deel van het Verdrag van Lissabon). Sinds 2009 horen daar ook "Directe buitenlandse investeringen" bij. Op basis daarvan voegt de Europese Commissie investeringsbescherming en de investeerder staat-geschillenregeling (ISDS) toe aan de handelsakkoorden die ze onderhandelt. De lidstaten vinden echter dat er aspecten zijn zoals portofolio investeringen en geschillenregeling die niet inbegrepen zijn in het begrip "directe buitenlandse investeringen".

Maakt het uit of CETA een gemengd akkoord is of niet?

Ja, als CETA niet gemengd is mogen de parlementen van de lidstaten er zich niet over uitspreken. CETA kan dan zeer snel van kracht worden na goedkeuring door de Raad en het Europese Parlement. Nochtans bevat CETA de fel betwiste investeerder-staat-geschillenregeling, bekend onder de Engelse afkorting ISDS. Gezien de vergaande impact van ISDS op vlak van rechten, rechtspraak en besluitvorming vindt 11.11.11 het onaanvaardbaar dat ISDS zou doorgedrukt worden zonder de toestemming van de nationale parlementen. 11.11.11 vindt overigens dat CETA niet mag goedgekeurd worden omwille van ISDS.

ISDS geeft buitenlandse investeerders het recht om via internationale arbitragetribunalen schadevergoeding te eisen van een regering, als ze vinden dat die hun belangen schaadt.

Daarmee installeert ISDS de discriminatie tussen burgers en lokale investeerders enerzijds en buitenlandse investeerders anderzijds. Buitenlandse investeerders mogen nationale rechtbanken links laten liggen en schadevergoedingen eisen op basis van vaag geformuleerde investeringsbeschermingsnormen. Burgers en lokale investeerders moeten zich op basis van de lokale wetten wenden tot de binnenlandse rechtspraak.

Wat is de mening van de Raad van ministers hierover?

De meerderheid in de Raad vindt dat CETA gemengd is. De Europese Commissie is pas sinds het Verdrag van Lissabon (2009) bevoegd voor investeringen. De meerderheid van de lidstaten heeft altijd al volgehouden dat deze overdracht van bevoegdheden maar gedeeltelijk was en enkel sloeg op de directe buitenlandse investeringen en niet op portofolio investeringen en de geschillenregeling.

Dit standpunt is ook expliciet opgenomen in het onderhandelingsmandaat dat de lidstaten in 2011 aan de Commissie gaven, om een investeringshoofdstuk aan CETA toe te voegen. In het mandaat staat het volgende: "Het is de bedoeling om in het hoofdstuk over investeringsbescherming elementen van een gemengde bevoegdheid in te voegen zoals portfolio-investeringen, geschillenregeling, eigendom en aspecten van onteigening".

Zowel de Europese ministers van Handel als de voorzitters van de Commissies Buitenlandse Zaken van 21 nationale parlementen hebben trouwens al eerder meegedeeld aan de Commissie dat ze vinden dat CETA gemengd is Een aantal parlementen hebben ook resoluties in die zin aangenomen.

Waarom wil de Europese Commissie CETA voorstellen als een exclusief Europees akkoord?

Als CETA een exclusief Europees akkoord is dan gaat de ratificatie een heel stuk sneller en kan ISDS veel sneller opgenomen worden in al de toekomstige Europese handelsakkoorden. Als CETA snel kan uitgevoerd worden dan kan daarmee ook druk gezet worden op de VS om ISDS "Europese stijl" op te nemen in het kader van de onderhandelingen voor het TTIP-handelsakkoord tussen de EU en de VS.

Bovendien heeft de campagne van het Europese middenveld tegen ISDS ertoe geleid dat er alsmaar meer kritische stemmen opgaan in de Europese nationale parlementen. De Commissie kiest voor de vlucht vooruit.

Nochtans heeft de Europese Commissie vorig jaar nog een advies gevraagd aan het Europese Hof van Justitie naar aanleiding van het akkoord tussen de EU en Singapore, dat ook ISDS bevat.

De Commissie wilde toen weten of

  • de EU de bevoegdheid heeft om het EU-Singapore alleen af te sluiten
  • welke bepalingen in het akkoord binnen de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen
  • welke bepalingen binnen de gedeelde bevoegdheid vallen met de lidstaten
  • welke bepalingen binnen de exclusieve bevoegdheden vallen van de lidstaten

Het antwoord van het Hof wordt pas verwacht in het voorjaar van 2017. Toch wou de Commissie nu zelf al de beslissing nemen om CETA voor te stellen als een exclusief EU-akkoord. Blijkbaar is de Commissie plots gehaast.

Volstaat een meerderheid binnen de Raad om het voorstel van de Commissie af te wijzen?

Nee. Als de Europese Commissie het CETA-akkoord zou hebben voorgelegd aan de Raad als exclusief Europees, dan was er in de Raad unanimiteit vereist om deze interpretatie af te wijzen. Naar verluidt was Italië bereid om de exclusiviteit van CETA te aanvaarden, wat de overige lidstaten voor het blok zou gezet hebben. Vandaar dat er druk is uitgeoefend op de Commissie om CETA voor te leggen als een gemengd akkoord.

De kans bestond dat een aantal lidstaten, gefrustreerd door de vereiste van unanimiteit over het gemengde karakter van CETA, vervolgens tegen de ondertekening van CETA zouden gestemd hebben. Een aantal parlementen hebben dit trouwens ook al van hun regering gevraagd: als CETA niet zou erkend worden als gemengd, mochten hun regeringen CETA niet aanvaarden.

Kan de Raad de parlementen buiten spel zetten?

Ja. Nu de Commissie beslist heeft om CETA voor te leggen aan de Raad moet de Raad binnenkort (in september) in feite drie beslissingen nemen: over de ondertekening, over het gemengd karakter, en over de voorlopig uitvoering.

De goedkeuring van een internationaal akkoord door de Raad komt er eigenlijk op neer dat het akkoord formeel mag getekend worden en vervolgens mag worden voorgelegd aan het Europese Parlement (en desgevallend ook aan de parlementen van de lidstaten). Eens getekend kan er aan het akkoord niets meer gewijzigd worden en mogen de verdragspartijen volgens internationaal recht ook niets meer doen wat zou ingaan tegen het doel van het akkoord. De ondertekening van CETA is voorzien tijdens de EU-Canadatop in oktober 2016.

De discussie over het gemengde karakter is nog niet voorbij. De Commissie was van mening dat CETA niet gemengd was, maar heeft onder druk toegeven om CETA toch als gemengd voor te leggen aan de Raad. Nu moet de Raad aanduiden welke artikels in het akkoord gemengd zijn.

De Raad kan ten slotte beslissen om de voorlopige uitvoering van CETA toe te laten (de zgn. 'provisional application'). Dat is ondertussen al de (slechte) gewoonte geworden in de EU.

Als de Raad tot de voorlopige uitvoering beslist kan het akkoord na de goedkeuring door het Europese Parlement voorlopig worden uitgevoerd voor wat de Europese bevoegdheden betreft. De rest van het akkoord gaat dan pas in uitvoering nadat de parlementen van de lidstaten CETA hebben goedgekeurd. Precies daarom is het nodig om aan te duiden welke artikels in het akkoord gemengd zijn.

Maar met een beslissing tot voorlopige uitvoering plaatsen de ministers in de Raad in feite zelf hun eigen nationale parlementen voor voldongen feiten, want het is bijzonder moeilijk om een internationaal verdrag te verwerpen dat voor een groot gedeelte al enige tijd toegepast wordt.

Wat ISDS betreft is het trouwens zo dat de bijzondere rechten die bij voorlopige uitvoering verleend worden aan de buitenlandse investeerders nog drie jaren blijven voortbestaan, nadat een nationaal parlement CETA verwerpt.

Wat wil 11.11.11 dat de Raad doet?

Samen met het Belgische StopTTIP/CETA platform roept 11.11.11 de Raad op om:

  • CETA te bevestigen als een gemengd akkoord
  • CETA niet te ondertekenen (vooral omwille van ISDS)
  • geen voorlopige uitvoering van CETA toe te laten, maar de stemming in de nationale parlementen af te wachten.

Om die eisen kracht bij te zetten wordt er in het najaar overal in Europa actie gevoerd. In België zet het Stop TTIP/CETA platform op 20 september, twee dagen voor de Raad zijn beslissing neemt, een grote betoging op touw in Brussel.

Het StopTTP/CETA-platform is een brede coalitie van vakbonden, mutualiteiten, consumenten-, milieu-, mensenrechten- en Noord-Zuidorganisaties.

11.11.11 DOOR:

Actie

Op 22 september beslissen de Europese ministers van handel in de Raad van de EU over het voorstel van de Commissie.

11.11.11 roept samen met het Belgische StopTTIP/CETA Platform op voor een betoging tegen de handelsakkoorden met Canada (CETA) en de Verenigde Staten (TTIP) op 20 september.

 

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels