Ramp in Bangladesh: Het is geen tragedie, het is moord

bangladesh rana plaza disaster
 
Westerse bedrijven hebben mee schuld aan drama in Bangladesh. Consumenten kunnen de bedrijven dwingen werk te maken van fabrieksinspecties en strengere veiligheidsregels. Dat schrijft Jef Van Hecken, coördinator Zuid-Azië van Wereldsolidariteit

Chaos alom. Veiligheidsdiensten kunnen de massa niet op afstand houden. Vrijwilligers slaan zich onder luid geschreeuw een doortocht naar de zoveelste ziekenwagen.

Met meer dan duizend zijn ze, de redders van het eerste uur. In een hitte van meer dan dertig graden, tussen puin en stof, geholpen met een zaklamp, een stuk touw en met de blote hand gaan ze de grote betonblokken te lijf: op zoek naar overlevenden. In het gebouw worden ledematen geamputeerd om levens te redden. Onwezenlijk, bovenmenselijk.

jef van hecken wereldsolidariteit 100In de chaos zie ik ook paniek of razernij omdat zoveel onschuldige arbeidsters nog tussen het puin van het ingestorte gebouw liggen. Of onmacht omdat ze niet snel genoeg iedereen onder het puin vandaan kunnen halen. Of een mix van dat alles. Ook op mijn weg naar de plaats van de ramp, had ik het al opgemerkt. Op sommige plaatsen blokkeren met stokken gewapende jongeren de kruispunten. Elders zie ik groepen mensen richting Savar trekken, woest omdat opnieuw collega's moesten sterven in onveilige werkomstandigheden. De brand in de Tazreen-fabriek van eind november vorig jaar ligt nog vers in het geheugen.

Ik deel de kwaadheid van de lokale mensen. Ik voel onmacht en opstandigheid. Worden hier dan nooit lessen uit getrokken? Er zijn te veel gelijkenissen met soortgelijke rampen in 2005 (Spectrum), 2006 (Tejgaon), 2010 (Begunbari) en 2012 (Tazreen).

Gebouwen, niet eens zo oud, voldoen niet aan de bouwvoorschriften. Extra verdiepingen zijn zonder vergunning toegevoegd, maar de basisconstructie kan het gewicht niet dragen. En wat me nog het meest boos maakt is dat arbeidsters gedwongen worden verder te werken in levensgevaarlijke omstandigheden.

Dinsdag werd het getroffen gebouw 's middags ontruimd vanwege scheuren en gekraak. Experts moesten erbij gehaald worden: werknemers mochten naar huis. Maar de volgende dag moesten ze weer aan het werk. Gedwongen, anders zouden ze hun job verliezen. Met de schrik in het hart zijn vele honderden naar binnen gegaan en zo de dood in gejaagd.

Ik ben verontwaardigd, want deze tragedie kon worden voorkomen. Maar als de arbeidsters hun stem verheffen en zich willen organiseren voor veilig werk, worden ze ontslagen, of op een zwarte lijst gezet zodat ze elders ook niet meer aan de bak komen.

Opkomen voor je rechten doe je in de kledingsector niet ongestraft. Vakbondswerk is gevaarlijk: vorig jaar moest een vakbondsleider zijn activiteiten nog met zijn leven bekopen. Mensenlevens zijn van geen tel. Het is alsof slachtoffers er jammer genoeg bijhoren, als zogenaamde collateral dammage van het economisch systeem.

Hoeveel nog?

Terecht maakt vandaag een Bengaalse krant de analyse dat dit geen tragedie is, maar moord. Wat hebben deze jonge mensen misdaan dat ze hun job met hun leven moeten bekopen? Velen onder hen zijn ongeschoold, soms ook ongeletterd vanuit het platteland naar de stad gekomen, op zoek naar een inkomen om hun levensstandaard te verhogen. Is daar iets mis mee? Op zoek naar een inkomen, vinden ze de dood.

Natuurlijk moeten bouwovertredingen hier beteugeld worden. Natuurlijk mogen werkgevers hun werknemers niet louter beschouwen als instrumenten om winst te maken. Natuurlijk moet vakbondswerk in de Bengaalse kledingsector mogelijk worden.

Maar ook westerse bedrijven hebben een verpletterende verantwoordelijkheid. De kledingmerken, die orders plaatsen en boetes opleggen als een order niet tijdig klaar is. Als consumenten kunnen we hen dwingen het Bangladesh Fire and Building Safety Agreement te ondertekenen. Door mee te doen aan acties van de Schone Kleren Campagne. Deze overeenkomst – ontwikkeld door Bengaalse en internationale vakbonden – omvat onafhankelijke fabrieksinspecties, verplichte verbeteringen aan de gebouwen en betere veiligheidsregels. Twee buitenlandse bedrijven hebben dit al ondertekend. Waar wachten de andere kledingbedrijven nog op? Hoeveel doden moeten er nog vallen?


Jef Van Hecken, coördinator Zuid-Azië van Wereldsolidariteit

Deel dit artikel