Rampenreductie: zijn geld waard!

Vandaag, 13 oktober, is de internationale werelddag voor rampenreductie.

Van 1994 tot 2003 werden meer dan 2,5 miljard mensen getroffen door ruim 5.600 rampen. Die veroorzaakten meer dan 600 miljard euro schade. Ter vergelijking: in de periode 1984 tot 1993 werden iets meer dan 1,6 miljard mensen door natuurrampen getroffen, tijdens de jaren zeventig waren er dat zo’n 740 miljoen, de economische schade werd op 120 miljard euro geschat . De voorbije decennia troffen natuurrampen dus steeds meer mensen. Een evolutie die onder andere te wijten is aan de degradatie van het milieu, de globale toename van extreme weersomstandigheden, een snelle en ongecontroleerde urbanisatie en onaangepaste ontwikkelingspraktijken.


Leidt een aardbeving, een orkaan of een overstroming de facto tot een ramp? Extreme natuurverschijnselen zullen altijd wel schade veroorzaken. De mate waarin de bevolking getroffen wordt daarentegen, is sterk afhankelijk van haar kwetsbaarheid.
Bij elke grote ramp van de afgelopen jaren zien we dat heel wat leed had kunnen vermeden worden. Aardbevingsbestendige woningbouw bijvoorbeeld had het dodental en de schade na de zware aardbevingen in Iran (2003) en Gujarat (2001) aanzienlijk kunnen beperken.
De verschillende orkanen die onlangs de Caraïben en het zuiden van de Verenigde Staten teisterden, veroorzaakten een enorme materiële schade, terwijl het dodental in de meeste landen opvallend laag bleef. Met uitzondering van Haïti, waar de doortocht van de orkaan Jeanne duizenden doden eiste. Omdat het de Haïtiaanse bevolking ontbrak aan ‘early warning’-systemen en evacuatieplannen, bleek zij volledig onvoorbereid en aan haar lot overgelaten te zijn. De massale ontbossing van het eiland voor de productie van houtskool verhinderde dat het water van de zware orkaanregens door de grond opgenomen werd. Daardoor overspoelden grote delen van Haïti.
Toch mogen we hieruit niet besluiten dat armere landen niet in staat zijn om de gevolgen van rampen te beperken. Cuba geldt als voorbeeld. Toen in november 2001 de zwaarste orkaan in 50 jaar dat land trof, werden 700.000 mensen in nood tijdig geëvacueerd. Er vielen slechts 5 doden. Ook dit jaar slaagde Cuba erin honderdduizenden mensen tijdig in veiligheid te brengen zonder ook maar één dodelijk slachtoffer te moeten betreuren. De politieke wil om te investeren in rampenparaatheid is in deze problematiek dus niet weg te denken. 

Kunnen we natuurrampen voorkomen, of althans beperken? Daarvoor is er in de eerste plaats nood aan preventie. Daarnaast moeten we voldoende voorbereid zijn om efficiënt in te grijpen als het noodlot toeslaat. Nemen we een eenvoudig voorbeeld uit het dagelijkse leven als illustratie. Wanneer we met de auto rijden, hebben we steeds een eerstehulpkoffertje bij de hand. We zijn dus ‘voorbereid’ (rampenparaatheid). Maar die EHBO-koffer halen we het liefst zo weinig mogelijk boven. Daarom trachten we de gevolgen van een aanrijding te ‘beperken’. Door steeds onze veiligheidsgordel te dragen en voorzichtig te rijden (rampenbeheersing of preventie).
Voor natuurrampen geldt hetzelfde. We kunnen ons voorbereiden op rampen door evacuatieplannen en -oefeningen op te zetten, evacuatiecentra op te richten, hulpploegen op te leiden, educatie- en informatiecampagnes te organiseren, enzovoort. De beheersing en preventie van rampen gebeurt door woongebieden te verplaatsen, aangepaste bouwvoorschriften en technieken in te voeren,  mangrovevegetatie aan te planten tegen overstromingen, te herbebossen, enzovoort.
Dergelijke investeringen in rampenreductie lonen. Zo heeft de Rode Halve Maan in Bangladesh 150 cycloonschuilplaatsen gebouwd. Zij bieden elk onderdak aan 1.500 mensen voor een kostprijs (onderhoud inbegrepen) van 5 euro per persoon per jaar. Die schuilplaatsen hebben de afgelopen jaren duizenden mensenlevens gered. In Vietnam heeft het Rode Kruis sinds 1994 langs de kustlijnen l2.000 hectare mangrovebossen aangeplant om het risico op overstromingen te verminderen. Voor een totale kost van minder dan € 1 miljoen wordt – afgezien van de verminderde kans op overstromingen – jaarlijks voor meer dan € 6 miljoen bespaard op het onderhoud van de dijken. Volgens de Wereldbank kunnen de economische verliezen, veroorzaakt door natuurrampen, gereduceerd worden met ongeveer 250 miljard euro. Dat kan door slechts één zevende van dat bedrag te investeren in maatregelen om de risico’s op natuurrampen te beperken.

Dat het belang van rampenreductie op alle niveaus (publieke opinie, beleidsmakers, ngo’s en internationale organisaties, donoren…) erkend wordt, blijft relevant. Een belangrijke uitdaging voor de ontwikkelingssamenwerking tijdens de komende decennia is de kwetsbaarheid van de bevolking bij rampen te reduceren. Rampen kunnen immers jaren van ontwikkeling in een mum van tijd tenietdoen. Zo heeft de orkaan Mitch de economische ontwikkeling in Honduras 20 jaar teruggedraaid. 
Maatregelen nemen om de impact van rampen te beperken, is essentieel. Zonder ernstige inspanningen op het vlak van rampenreductie zullen de Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen niet gehaald worden. Daarom durven we stellen dat rampenreductie centraal staat in de weg naar een succesvolle ontwikkeling.
 
Axel Vande veegaete
Departementshoofd Internationale Zaken Rode Kruis-Vlaanderen

Deel dit artikel