Recht in gewapende conflicten: 30 jaar na de aanvaarding van de Aanvullende Protocollen

 

Recht in gewapende conflicten: 30 jaar na de aanvaarding van de Aanvullende Protocollen

Proportionaliteit bij militaire operaties, collaterale schade, het principe van onderscheid en onnodig leed. Voor wie het internationaal humanitair recht en de berichtgeving uit conflictzones op de voet volgt, zijn deze termen gemeengoed. Vooral de laatste jaren zijn ze niet uit de discussie over internationaal humanitair recht te weren: stond het aantal burgerslachtoffers in Libanon in verhouding tot de militaire doelstellingen? Neemt de NAVO in Afghanistan voldoende voorzorgsmaatregelen om schade aan burgers te beperken?

Nochtans zijn de principes achter deze termen niet nieuw. Reeds op  8 juni 1977 werden ze in het internationaal humanitair recht verankerd met de aanvaarding van de Aanvullende Protocollen bij de Verdragen van Genève. En zelfs toen was dat niet meer dan een herbevestiging en verdere ontwikkeling van de bestaande regels.

De onderhandelingen over de Aanvullende Protocollen kwamen er 30 jaar geleden om de bestaande regels aan de realiteit van de toenmalige conflicten aan te passen en zo een betere bescherming te bieden. Aan het einde van het 4 jaar durende onderhandelingsproces heerste opluchting en optimisme. Opluchting over de bereikte consensus in verband met de regels voor oorlogvoering en de nieuwe set regels voor niet-internationaal gewapende conflicten. Optimisme over de toekomst die betere vooruitzichten bood voor de bescherming van kwetsbare personen in gewapende conflicten. Een blik op de actualiteit, 30 jaar na de totstandkoming van de regels, toont echter geen fraai beeld.

De eerste maanden van 2007 werden gekenmerkt door de intensivering van een aantal conflicten en wijdverspreid geweld, met ongezien lijden tot gevolg voor ontelbare kinderen, mannen en vrouwen. De dramatische realiteit in Irak, de dagelijkse tol aan slachtoffers en de wreedheid van het geweld, gaat het begrip van velen te boven. De grootteorde van de cijfers gaat voorbij aan het individuele leed en de gevolgen voor vele gezinnen. Jammer genoeg is Irak geen alleenstaande uitzondering. De lijst van landen in conflict is lang, te lang.

Hedendaagse conflicten vertonen veelal een mix van confrontaties met lokale, regionale en globale betrokkenheid en gevolgen. Naast een aantal internationale conflicten, is er een toenemend aantal uiterst complexe interne conflicten waarin een veelheid aan actoren met diverse motieven en wrokgevoelens deelnemen. Opvallend hierin is de toenemende invloed van niet-staat actoren: ze duiken op in vele conflictzones en splitsen zich gemakkelijk op in los georganiseerde entiteiten onder een wisselend bevel. Hun grensoverschrijdend actieterrein stelt hen tegenover staten op een globaal niveau. Terrorisme en anti-terroristische maatregelen vormen een patroon in hedendaagse conflictsituaties.

Niet verwonderlijk dat 30 jaar na de laatste globale herziening van het internationaal humanitair recht opnieuw stemmen opgaan voor een actualisering van dit recht. Maar is deze vraag terecht?

Niettegenstaande de drieste realiteit in vele actuele conflicten, waren de Aanvullende Protocollen wel degelijk in staat betere garanties te bieden. Er was niet enkel het hoofdstuk over de bescherming van de bevolking tegen de gevolgen van de vijandelijkheden. De taken en omstandigheden voor de hulpverlening werden er beter omschreven en men dacht aan mechanismen voor toezicht op de naleving van het recht. Vele bepalingen van de Aanvullende Protocollen genieten vandaag de status van internationaal gewoonterecht en zijn ook bindend voor niet-verdragsstaten.

Hoewel de Aanvullende Protocollen met consensus aanvaard werden, waren er toch een aantal struikelpunten die vandaag opnieuw voor discussie zorgen. In 1977 hadden staten het nog moeilijk het internationaal humanitair recht als norm voor interne gewapende conflicten te aanvaarden. Daarom werd een hoge drempel voor hun toepassing ingevoerd. Vandaag is er een evolutie om aan slachtoffers van internationale en interne conflicten een gelijke bescherming te bieden. Knelpunt ditmaal zijn de conflicten waar niet-staat actoren die niet aan de minimumvereisten voldoen een voorname rol spelen: in welke mate wordt de strijd tegen Al-Qaeda beheerst door het internationaal humanitair recht?

Een tweede hekel punt tijdens de onderhandelingen betrof de uitbreiding van het statuut van strijder naar leden van verzetsbewegingen. Een essentieel element daarbij is de wijze waarop deze strijders zich kenbaar maken en de minimumnormen waaraan zij moeten voldoen. Het onderscheid tussen burgers en strijders is essentieel in het internationaal humanitair recht, alleen is het voor heel wat nieuwe actoren niet duidelijk tot welke categorie zij behoren. Hebben de gevangenen in Guantanamo recht op de bescherming van het internationaal humanitair recht? Mogen leden van transnationale terreurorganisatie overal en op ieder moment worden aangevallen?

Het internationaal humanitair recht is een recht in ontwikkeling, dat vele malen is bijgeschaafd op basis van ervaringen in voorbije conflicten. Het Rode Kruis heeft daar steeds een belangrijke rol in opgenomen. In 1977 was het een stuwende kracht tijdens de onderhandelingen over de Aanvullende Protocollen. Ook vandaag volgt het met argusogen de uiteenlopende initiatieven over de interpretatie en toepasbaarheid van de bestaande regels. Het kan immers niet ontkend worden dat de nieuwe actoren op de huidige strijdtonelen een uitdaging vormen voor de bestaande normen.

Toch is waakzaamheid geboden. De oplossing voor de huidige uitdagingen is niet uitsluitend bij nieuwe verdragen te vinden. Verdragen moeten op voldoende politieke wil kunnen steunen om ook op het terrein hun toepassing te vinden. Bovendien dient er nauwlettend op worden toegezien dat, in het vuur van nieuwe onderhandelingen, de bestaande verworvenheden niet worden ondermijnd. Dit zou noch slachtoffers, noch strijders in huidige en toekomstige conflicten ten goede komen.


Rode Kruis-Vlaanderen stelde op haar IHR-website een dossier samen over de Aanvullende Protocollen bij de Verdragen van Genève. Meer algemene achtergrondinformatie vind je op de homepage bij de actuele items.

 

 

 

 

 

 


 

Deel dit artikel