'Respect voor Rode Kruis maakt werk gemakkelijker'

Wie: Mieke Van Poucke
Wat: Medewerker Rode Kruis-Vlaanderen in Sri Lanka die onmiddellijk na de aardbeving naar Haïti gestuurd werd
Waarom: Om noodhulpgoederen te verdelen als lid van het Benelux noodhulpinterventieteam

Het is woensdagnacht, 13 januari 2010. Een sms’je maakt me wakker. Het is een nieuwsberichtje van een Sri Lankaanse krant. Een zware aardbeving heeft verschillende steden in Haïti getroffen en er werd een tsunami-alarm uitgestuurd. “Wat moet dat arme land nog meer meemaken”, flitst het door mijn hoofd.

Een uur later krijg ik nog een berichtje. De noodhulpcoördinator van Rode Kruis-Vlaanderen vraagt of ik naar Haïti kan vertrekken. Ik maak mijn man wakker en stuur een sms’je naar mijn baas. Beiden schrikken, maar maken geen bezwaar. Ze weten dat ze me moeilijk kunnen tegenhouden.

Dan gaat alles snel. Ik boek mijn ticket, annuleer de cursus rampenparaatheid in Bangkok, geef taken door aan collega’s, bel mijn ouders op, pak mijn spullen in en volg intussen ook nog het laatste nieuws op de website van het Internationale Rode Kruis en CNN.

(c) Rode Kruis. MiekeOp 15 januari om 13 uur vertrek ik van Colombo naar Santo Domingo via Dubai, Londen en Miami. Daar zal ik de andere leden van het Benelux noodhulpinterventieteam (Emergency Response Unit, ERU) ontmoeten. Vandaaruit reizen we met de bus verder naar Port-au-Prince.

Eindelijk aangekomen in de Haïtiaanse hoofdstad verkennen we samen met collega’s van het Internationale Rode Kruis en de Amerikaanse distributie-ERU de toestand ter plaatse. Op 19 januari organiseren we onze eerste bedeling. 350 families, of zo’n 1750 mensen, krijgen plastic zeilen, dekens, hygiënekits en kooksets.

We verdelen de goederen van op onze vrachtwagen. Mocht het fout gaan, dan kunnen we de deuren onmiddellijk sluiten en evacueren. Maar alles gaat goed. Alleen wie een ticket kan tonen, heeft recht op hulp. Dit ticket krijgen ze van Rode Kruisvrijwilligers die op zoek gaan naar de meest kwetsbaren onder de slachtoffers. Ze geven voorrang aan vrouwen, bejaarden, ouderloze kinderen en mensen met een handicap. We moeten dit honderd keer uitleggen aan alle omstanders, maar de mensen begrijpen het en blijven rustig.

Toch blijft elke verdeling spannend, want de mensen zijn gewend dat organisaties de overgebleven goederen aan de omstanders uitdelen. Wij doen dat niet. Zodra alle mensen met een ticket hun spullen gekregen hebben, is het alle hens aan dek om de deuren van de vrachtwagens te sluiten en te vertrekken vooraleer honderden mensen de vrachtwagen bestormen. Dankzij het respect voor en goede imago van het Haïtiaanse Rode Kruis, lukt het om ons werk te doen zonder gewapende escortes.

Wanneer onze taak voor de dag erop zit, trekken we ons terug in het basiskamp van het Rode Kruis. Ik deel een tent met Laurence, de Luxemburgse medewerker van de Benelux ERU. Onze tent staat pal naast de grote eettent van het Spaanse Rode Kruis. Vroeg gaan slapen zit er niet echt in, want naar oude gewoonte eten onze Spaanse collega’s pas om 23 uur ‘s avonds en houdt de luidruchtige generator ons tot dan wakker. Om 4 uur ’s morgens vliegen de eerste helikopters en vliegtuigen van het Amerikaanse leger over. Onze nachten zijn dus heel kort!

(c) Rode Kruis. Mieke en Laurence op de base campIn het kamp zijn er maar drie toiletten voor de ruim tweehonderd Rode Kruishulpverleners. Een medewerker die op een dag de wc verliet met het noodhulpdossier van het Internationale Rode Kruis kon op heel wat boze blikken rekenen! De douche in het kamp is een emmer water die je over je hoofd moet trekken. Het is mijn enige moment van privacy, zonder telefoons of radiocommunicatie.

Overdag lopen, rennen en vliegen we in de hitte en het stof van Port-au-Prince. Toch staan we af en toe stil bij de verhalen van de mensen rondom ons. Onze chauffeur toont ons zijn volledig vernielde huis waar zijn twee dochters onder het puin gestorven zijn. Madame Ferna, de coördinatrice voor de vrijwilligers van het Haïtiaanse Rode Kruis, barst in tranen uit wanneer haar broer haar opbelt met het nieuws dat zijn twintigjarige zoon aan zijn verwondingen is gestorven.

Deze verhalen maken het werk loodzwaar. Op 1 februari komt de aflossing aan en dat is geen dag te vroeg. Uitgeput en met hese stem leggen we uit hoe we te werk gaan en wat we bereikt hebben. We hebben op dat moment samen met andere Rode Kruispartners al hulp kunnen verlenen aan 32.000 families. Een sterk team neemt het van ons over, dus we kunnen met een gerust hart naar huis.

Na drie weken hard werken kunnen we eindelijk uitrusten. Mijn collega’s van het Haïtiaanse Rode Kruis kunnen dit echter niet: zij zullen dit loodzware werk nog vele weken doen. Niet betaald en toch vol energie helpen ze hun eigen mensen. Mijn Rode Kruispet af voor hen, hun moed en goede hart. Bon courage mes amis!

Deel dit artikel