Rijke landen pompen elk jaar 9 miljard in buitenlandse steenkoolprojecten

Westerse landen breken een lans voor het klimaat, maar ze hebben in de afgelopen acht jaar voor in totaal meer dan 73 miljard dollar belastingsgeld in vervuilende buitenlandse steenkoolprojecten gepompt.

Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van verschillende milieu-organisaties.

Deze week is in het Duitse Bonn een klimaatconferentie begonnen, waar de cruciale klimaattop in Parijs eind dit jaar wordt voorbereid. De OESO-landen die er aan tafel zitten, mogen niet uit het oog verliezen dat ze samen gemiddeld 9 miljard dollar per jaar in steenkoolprojecten investeren, zeggen het Wereldnatuurfonds (WWF), de Natural Resources Defense Council (NRDC) en Oil Change International.

"Veel regeringen van industrielanden breken een lans voor ambitieuze actie tegen het klimaat, maar tegelijk investeren hun landen in steenkoolprojecten in het buitenland", zegt Samantha Smith van het WWF. "Je kunt niet allebei doen en geloofwaardig blijven. Het is hoog tijd dat de rijke landen hun middelen in de oplossingen pompen, zoals hernieuwbare energie, eerder dan belastingsgeld te blijven gebruiken om de klimaatverandering aan te zwengelen."

Het rapport toont aan dat de internationale financiering voor steenkool tussen 2007 en 2014 verantwoordelijk is voor een uitstoot die vergelijkbaar is met die van Italiƫ. Japan is de grootste financier van steenkool met in totaal 20 miljard dollar, gevolgd door Zuid-Korea en Duitsland.

Ontwikkeling

Het rapport weerlegt ook de boodschap dat investeringen in steenkool tot broodnodige ontwikkeling leiden in de armste landen. Geen dollar van de investeringen was bestemd voor de armste landen, stellen de organisaties, terwijl een kwart bedoeld was voor rijke landen die geen energietekort hebben.

In aanloop naar de klimaattop in Parijs hebben verschillende Scandinavische landen, Groot-Brittanniƫ, de VS en Frankrijk en de Wereldbank al beloofd niet langer te investeren in steenkoolprojecten.

"Alle rijke landen moeten dat voorbeeld volgen", zegt Smith. "Als ze ontwikkelingslanden in Parijs beloftes rond uitstootreducties vragen, moeten ze ervoor zorgen dat hun investeringsbeleid volgt. Het is tijd om te investeren in de oplossingen, en niet langer in de vervuilende brandstoffen van het verleden."

Deel dit artikel