Rio+20: Ontwikkelingslanden omarmen groene economie

Ontwikkelingslanden zouden de groene economie enkel in de slottekst van Rio+20 willen opnemen als daar duidelijke voorwaarden voor financiering aan gekoppeld zijn. "Dat is niet meer dan een gerucht", stelt de Venezolaanse delegatie. "Het zijn de rijke landen die dwarsliggen."

Vorige week donderdag verliet de grootste groep ontwikkelingslanden (G77) een werkgroep over groene economie. Ze hekelden dat rijke landen op de rem gaan staan wanneer het gaat over de transfer van geld en technologie om een verandering in de productie- en consumptiepatronen door te voeren.

"De onderhandelingen over de groene economie verliepen zeer vlot. Tot de financiële middelen voor de uitvoering ter sprake kwamen", verklaart Claudia Salerno, hoofd van de Venezolaanse delegatie.

"Hoe is het mogelijk dat wij, die al tegen armoede moeten strijden, verder willen gaan in deze transitie dan de landen die zich in een betere positie bevinden om veranderingen door te voeren?"

"De voorstellen om de economie te vergroenen die de geïndustrialiseerde landen in januari op tafel legden, zouden tot nieuwe handelsbarrières hebben geleid. Daar hebben we ons altijd tegen verzet", meent de Venezolaanse.

Crisis

"Het kan niet de bedoeling zijn dat het akkoord twintig jaar van onderhandelingen binnen de Wereldhandelsorganisatie overboord gooit, alleen omdat iemand een crisis beleeft", zegt ze in een verwijzing naar de Europese Unie.

In ieder geval zit het debat opnieuw op het goede spoor. Het hoofdstuk over de groene economie "is nu een van de onderdelen waarover een akkoord is bereikt over het grootste deel van de tekst", legt Salerno uit. Waarom er dan geen consensus bestaat over een enkele paragraaf die de financiële middelen van de uitvoering regelt? "Omdat de rijke landen zich verzetten."

"Iedereen kampt met een verschillende crisis. Europa blijft zijn crisis opwerpen als een rechtvaardiging. De wereldleiders moeten maar eens beslissen of iets als een crisis een langetermijnvisie mag verhinderen", aldus Salerno.

Bolivia

De delegaties van Bolivia, Cuba, Ecuador, Nicaragua en Venezuela, verenigd in de Bolivariaanse Alliantie voor de Volkeren van Onze Amerika's (ALBA), konden er zaterdag alvast niet mee lachen.

"De G77 trok zich terug uit de onderhandelingen over de groene economie. ALBA zag dat de financiële middelen voor de uitvoering ervan in zo'n absurde richting gingen, dat private liefdadigheid als bron van financiering werd geopperd", zegt René Orellana, klimaatonderhandelaar van Bolivia.

"We weten niet of ze met ons lachen, of echt de internationale samenwerking willen ontmantelen", verklaart hij. "Nergens staat vermeld dat de verplichtingen uit verschillende internationale verdragen worden opgeschort in economisch moeilijke tijden."

Vervuilende energiebronnen

Bolivia, Venezuela en andere Latijns-Amerikaanse landen die olie, gas en steenkool ontginnen, zitten met een dilemma: hoe kunnen ze duurzame ontwikkeling bereiken met een economie die steunt op vervuilende productiemiddelen?

"We zijn erg afhankelijk van deze niet-hernieuwbare bronnen en omdat we kwetsbaar zijn, kunnen we die afhankelijkheid niet meteen wegwerken zonder de transfer van technologie", stelt Orellana.

"Maar we zijn slechts verantwoordelijk voor 0,03 procent van alle broeikasgassen", benadrukt hij. "En plotseling willen ze dat landen die geen schuld hebben aan de klimaatverandering een grote verantwoordelijkheid opnemen om de uitstoot te verminderen. Als we dat van de ene op de andere dag doen, zullen onze landen elke bron van inkomsten verliezen."



BRON:
IPS
IPS DOOR:

Deel dit artikel