Ruim helft armen valt buiten sociaal vangnet

SafetyNets 2015-infographic-header

Vijfenvijftig procent van de armen in de wereld is beperkt beschermd tegen honger en economische, sociale of politieke crises. Dit ondanks de uitbreiding van socialezekerheidsprogramma's in ontwikkelingslanden in de afgelopen jaren.

Volgens een recent verschenen rapport van de Wereldbank zijn de meeste armen zonder sociaal vangnet te vinden in lage-inkomenslanden, vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara en Zuid-Azië. In landen in deze regio's bereiken bijvoorbeeld bijstandsuitkeringen en schoolmaaltijden maar 25 procent van de extreem armen, vergeleken met 64 procent in hogere-middeninkomenslanden.

Bestaande socialezekerheidsmechanismen zijn onvoldoende om de armoedekloof te dichten, waardoor ongeveer 773 miljoen mensen moeite hebben om te overleven, zeggen experts.

De Wereldbank en de ILO delen de visie van sociale zekerheid voor iedereen, van een wereld waar ieder mens dat bescherming nodig heeft, die kan krijgen.

Het rapport, het tweede in een serie, volgt op de aankondiging van de doelstelling om binnen vijftien jaar iedereen in de wereld sociale bescherming te bieden. De Wereldbank en de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) deden die aankondiging op 30 juni in een gezamenlijke verklaring. "De Wereldbank en de ILO delen de visie van sociale zekerheid voor iedereen, van een wereld waar ieder mens dat bescherming nodig heeft, die kan krijgen", staat in die verklaring.

"De nieuwe ontwikkelingsagenda die momenteel bepaald wordt door de wereldgemeenschap – de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) – bieden een ongekende kans voor onze instituten om de krachten te bundelen om universele bescherming voor iedereen, overal, te realiseren."

Verkeerde prioriteiten

Het rapport komt vlak voor de VN-conferentie over Financiering voor Ontwikkeling (FfD) in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba volgende week. Daar spreken wereldleiders over financiering van de ontwikkelingsagenda na 2015. Sociale zekerheid voor iedereen staat in Addis Abeba hoog op de agenda.

De vijf meest omvangrijke sociale zekerheidsprogramma's zijn te vinden in China, India, Zuid-Afrika en Ethiopië. Reguliere bijstand bereikt daar in totaal 526 miljoen mensen.

Volgens het rapport hebben alle landen minstens één soort socialezekerheidsprogramma, terwijl het gemiddelde ontwikkelingsland er twintig heeft. Wereldwijd maken ongeveer 1,9 miljard mensen gebruik van een vorm van bijstand. Lage-inkomenslanden besteden hieraan gemiddeld 1,6 procent van hun bruto binnenlands product (bnp). In rijkere landen gaat het om gemiddeld 1,9 procent.

De Wereldbank stelt dat slechte beleidskeuzes ten grondslag liggen aan de gebrekkige zorg voor armen. Brandstof- en elektriciteitssubsidies bijvoorbeeld reduceren het bedrag dat overheden overhouden voor sociale uitgaven. Deze subsidies bieden disproportionele voordelen aan de rijken. Zo geeft Jemen bijvoorbeeld 9 procent van zijn bbp uit aan energiesubsidies en 3 procent aan socialezekerheidsprogramma's. Het land, dat al enkele jaren in een politiek woelig tij verkeert, is een van de armste landen in de Arabische wereld. Meer dan 54 procent van de bevolking leeft in armoede.

Meest efficiënte methode

Waar ontwikkelde landen zoals de Verenigde Staten en de Europese Unie kampen met de balans tussen het bieden van sociale zekerheid en het handhaven van economische groei in een kwakkelende economie, hebben ontwikkelingslanden hun sociale zekerheid uitgebreid in een poging de armoede te verminderen.

Voor elke uitgekeerde dollar, stijgt het totale inkomen van de begunstigden van 1,08 dollar tot 2,52 dollar

Uitkeringsprogramma's, in het rapport aanbevolen als de meest efficiënte methode, "hebben positieve gevolgen voor de plaatselijke economie." Voor elke uitgekeerde dollar, stijgt het totale inkomen van de begunstigden van 1,08 dollar tot 2,52 dollar.

"Er bestaan sterke bewijzen dat deze programma's arme gezinnen helpen te investeren in hun gezondheid en de opleiding van hun kinderen. Hun productiviteit wordt ook hoger en ze kunnen beter omgaan met economische tegenslagen", zegt Arup Banerji, directeur Sociale Zekerheid en Arbeid bij de Wereldbank.

Deel dit artikel