Rwandese vluchtelingen bang voor terugkeer

De VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) wil vanaf december de vluchtelingenstatus van Rwandese vluchtelingen opheffen. De UNHCR kan opheffing aanbevelen en individuele landen kunnen daartoe besluiten als de omstandigheden in het land van herkomst veranderen.

In 1994 werden in Rwanda als gevolg van een etnisch conflict naar schatting 800.000 Hutu's en Tutsi's vermoord in honderd dagen tijd. Tijdens en na het conflict vluchtten veel Rwandezen naar het buitenland.

Opheffing van de vluchtelingenstatus kan alleen als er fundamentele en diepgaande veranderingen hebben plaatsgevonden in het land van herkomst. Volgens de conventie van Genève moeten burgers kunnen rekenen op langdurige bescherming van hun eigen regering.

De Unhcr kan opheffing aanbevelen, maar het is aan individuele landen om wel of niet in te stemmen met opheffing.

Diverse niet-gouvernementele organisaties zetten vraagtekens bij de situatie in Rwanda. Sinds 2009, toen de Unhcr voor het eerst liet merken na te denken over opheffing van de vluchtelingenstatus, kreeg Rwanda veel kritiek van mensenrechtenorganisaties.

Amnesty International, Human Rights Watch en kerkelijke groeperingen melden in recente rapporten dat er in Rwanda sprake is van politieke verdwijningen, dubieuze arrestaties het hinderen van de oppositie bij het registreren van hun politieke partijen.

Intimidatie

Volgens Claude Kayitare van het Rwandese Platform voor Dialoog, Waarheid en Gerechtigheid weet de Rwandese president Paul Kagame tegenover de buitenwereld het beeld op te houden dat zijn land goed bestuurd wordt. "Als er hoog bezoek in Rwanda komt, krijgt dat alleen de goede dingen te zien. Bezoekers kunnen niet op eigen initiatief rondkijken, dat gaat altijd onder begeleiding", zegt hij.

Kayitare is een Rwandese Tutsi-vluchteling die nu in Zuid-Afrika woont. Daar raakte hij bevriend met Theogene Nshimyimana, een Hutu. Beide mannen zeggen dat Kagame een "militaire staat" heeft gecreëerd en dat hij intimidatie gebruikt om het volk onder controle te houden.

De militaire inlichtingendienst heeft volgens Kayitare een uitgebreid netwerk van burgerinformanten en het leger wordt ingezet om angst te zaaien. "Kagame kreeg vorig jaar 95 procent van de stemmen bij de presidentsverkiezingen. Hoe waarschijnlijk is zo'n meerderheid? Als er bij het uitbrengen van je stem een soldaat met een geweer naast je staat, wat doe je dan? Wat als hij erachter komt dat je niet voor Kagame hebt gestemd? Kom je dan nog wel veilig thuis? Mensen voelen zich dan geïntimideerd", zegt Kayitare.

Cholera

Nshimyimana vluchtte in 1994 uit Rwanda, maar voelde zich gedwongen terug te keren omdat in zijn vluchtelingenkamp in de Democratische Republiek Congo cholera uitbrak. "Ik kwam veilig thuis, maar mijn familie voelde zich onder druk staan om bij de autoriteiten te melden dat ik terug was, als ik zou blijven. De regering houdt iedereen in de gaten die tegen het regime is. Mijn vader was bang vermoord te worden als ik ontdekt zou worden bij hem thuis", zegt Nshimyimana. "

Kayitare en Nshimyimana zien de terugkeer van Rwandezen die nog in landen als Zuid-Afrika, Zambia en Tanzania zitten, als een grote pr-actie voor Kagame.

"Vluchtelingen zijn niet goed voor zijn imago. Hij wil dat we terugkomen, zodat hij iets kan doen aan de schadelijke situatie waarin vluchtelingen zich uitspreken tegen zijn politiek. Hij werkt internationaal aan een goed imago en thuis noemt hij ons in het parlement honden, vliegen en kikkers", zegt Kayitare.

*Robyn Leslie is communicatiemedewerker bij de Jesuit Refugee Service in Zuid-Afrika.



BRON:
IPS

Deel dit artikel