Standpunt Belgische Coalitie Rio+20

Belgische Coalitie Rio+20 - (Rio de Janeiro 20-22 juni 2012)

rio plus 20De Belgische coalitie Rio +20 verenigt de vakbonden, de Noord-Zuidbeweging, de leefmilieu NGO's, de jeugdraden, de sociale economie organisaties, de vrouwenorganisaties en de platformen voor duurzame ontwikkeling.

Zij vragen België, Europa en de leiders van de hele wereld om van de top van Rio +20 dé top te maken waarop beslist werd om te kiezen voor een ander ontwikkelingsmodel, dat gaat in de richting van een duurzame wereld.


Sedert de Top in Rio in 1992, zijn talrijke inspanningen geleverd om de duurzame ontwikkeling (sociaal, op vlak van het leefmilieu en economisch) vorm te geven op alle beleidsniveaus: van op het internationale (de Verklaring van Rio) over het nationale (via de plannen voor duurzame ontwikkeling) naar het lokale (agenda 21).

In de praktijk stellen we vast dat deze inspanningen de sociale en ecologische achteruitgang niet hebben verhinderd. Integendeel. Het is cruciaal om een stand van zaken op te maken van de weg die sedert 1992 werd gegaan, rekening houdend met de VN-engagementen en processen van het laatste decennium.

De internationale top "Rio +20" moet de maat nemen van de sociale en ecologische impasse waarin de mensheid is beland. Onze staats- en regeringsleiders moeten de oorzaken van de verschillende crisissen aanpakken om de groeiende ongelijkheid tussen en binnen landen een halt toe te roepen en om te buigen.

De vaststelling dat de crisissen met elkaar verbonden zijn, moet als gevolg hebben dat Rio + 20 het concept van duurzame ontwikkeling (sociaal, leefmilieu en economisch) opnieuw centraal stelt en geen vrede neemt met de promotie van de "groene economie" als een oplossing voor alle kwalen.

De erkenning en het behoud van de globaal publieke goederen ("the commons") is een conditio sine qua non om te verhinderen dat het verhandelen van deze goederen de volkeren het gebruik en recht tot gebruik ervan zouden ontzeggen.





1. Een duurzame samenleving

 

Een duurzame samenleving uitbouwen betekent kiezen voor een ontwikkelingsmodel waarin de drie dimensies van de duurzame ontwikkeling als volgt geïntegreerd worden: een economie ten dienste van sociale doelstellingen binnen de gebruiksruimte van onze planeet.

Dit betekent:

  • het realiseren van sociale rechtvaardigheid en het welzijn. Het bannen van armoede en de sociale ongelijkheden (inclusief de man-vrouw ongelijkheid);
  • door gebruik te maken van de economie, wat veronderstelt dat de huidige productie en consumptie wordt aangepast en dat de rijkdom wordt herverdeeld;
  • met respect voor en terugkeer naar de gebruiksruimte van onze planeet, wat inhoudt het behoud en het herstel van de globaal publieke goederen .

Deze drie assen, opgenomen in het plan van Johannesburg, moeten in uitvoering gebracht worden overeenkomstig de principes van de verklaring van Rio met speciale aandacht voor de principes van participatie (principe 10), participatie van de vrouwen (principe 20), het voorzorgsprincipe (principe 15), het principe van gedeelde maar verschillende verantwoordelijkheid (principe 7) binnen de grenzen van de respectievelijke mogelijkheden en met respect voor het recht op ontwikkeling (principe3).


Een duurzame samenleving wordt gerealiseerd via het recht op water en watersanering en het publiek beheer van de watervoorraden ten voordele van elke burger, via de voedselsoevereiniteit gebaseerd op een duurzame boerenlandbouw, via het stoppen van de ontbossing tegen 2020, via de omschakeling van miljoenen jobs in duurzame en waardige jobs via een rechtvaardige transitie, via duurzaam beheer van de oceanen, via de vermindering van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen vanaf 2015, via herstel van natuurlijke rijkdommen (biodiversiteit, visbestanden,...), via het recht op duurzame energie voor allen, via recht op onderwijs, door capaciteitsversterking en toegang tot technologie,... en dit alles met respect voor gendergelijkheid




2. De weg naar een duurzame samenleving



2.1. Een sterk internationaal kader


  • In de schoot van de algemene vergadering van de VN moet een Raad voor Duurzame Ontwikkeling worden opgericht met een echt gezag. Dit betekent dat deze Raad moet zorgen voor duurzaamheidscriteria op economisch vlak, dat hij ervoor moet zorgen dat ze gerespecteerd worden en dat de coherentie van alle multilaterale beslissingen verzekerd wordt;


  • Er moet beslist worden tot een internationaal mechanisme van rapportering en verantwoording, niet enkel voor de publieke actoren maar ook voor de internationale financiële instellingen (Wereldbank, IMF, regionale ontwikkelingsbanken,...) en de transnationale bedrijven, zodanig dat de Raad voor Duurzame Ontwikkeling de kans krijgt om hun activiteiten op te volgen, te controleren en desgevallend te sanctioneren;
  • Een duidelijke en transparante agenda moet worden opgesteld om UNEP te versterken tot een Internationale Leefmilieu-organisatie (UN Environment Organisation) die kan controleren en sanctioneren en evenwaardig is met de Internationale Arbeidsorganisatie en de Wereldhandelsorganisatie, die op haar beurt moet ondergebracht worden onder de VN.


2.2. Dwingende indicatoren en Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen

 

  • In Rio moet gekozen worden voor nieuwe duurzaamheidsindicatoren op het sociale, ecologische,economische en beleidsvlak en deze moeten onmiddellijk in gebruik genomen worden;


  • Een duidelijke en transparante agenda moet worden opgesteld om te komen tot Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) voor alle landen, gebaseerd op de Universele verklaring van de rechten van de Mensen en de gelijkwaardigheid binnen de verdeling van de natuurlijke rijkdommen en binnen de grenzen van wat onze planeet aankan.
    Deze doelstellingen moeten opgesteld en in uitvoering gebracht worden in dialoog met de civiele maatschappij. Op basis van de evaluatie van de millenniumdoelstellingen en als vervolg van en complementair aan deze doelstellingen moeten ze in 2015 in voege treden.

  • De Raad voor Duurzame Ontwikkeling krijgt het mandaat om deze doelstellingen te definiëren, uit te voeren en op te volgen.


2.3. De noodzakelijke hefbomen


  • Herverdelen: het internationale financiële en economische systeem moet worden hervormd.
    Er is nood aan regulering en verbod op speculatie, een verbod op belastingparadijzen en een rechtvaardige herverdeling van de rijkdom . Er is nood aan een rechtvaardige belasting van bedrijfswinsten en een systeem van financiële rapportage "country by country" en "project by project" om de grote spelers te kunnen vatten.

  • Heroriënteren: alle beleidskeuzes moeten in overeenstemming gebracht worden met duurzame ontwikkeling. Dit betekent de internalisering van de sociale en milieukosten, de erkenning van de waarde van diensten die de biodiversiteit en ecosytemen leveren, systematische en verplichte milieu- en sociale impactstudies van het handels-, financiële, landbouw-, klimaat-, ontwikkelings-, migratiebeleid enz...,de integratie van de man/vrouw-gelijkheid, het onderwerpen van de wereldhandel aan de internationale conventies en verdragen i.v.m. arbeid, leefmilieu en mensenrechten en de installatie van een mechanisme van universele sociale bescherming.

  • Financiering: elke subsidie die een negatieve invloed heeft op het leefmilieu of sociaal vlak (subsidies voor fossiele energie, voor niet duurzame landbouw en visserij, voor kernenergie,...) moet afgeschaft worden. Er moeten nieuwe financieringsbronnen beslist worden voor het samenbrengen van nieuwe publieke financiering, bovenop de vroegere engagementen voor publieke ontwikkelingshulp. We denken hier aan de internationale financiële transactietaks en een internationale heffing op energie voor vlieg- en maritiem transport.

Meer info:
Jean-Pierre De Leener
- 11.11.11 Beleidsmedewerker Duurzame Ontwikkeling en Landbouw

Deel dit artikel