'Too little, too late' voor de slachtoffers van Darfoer


Opinie door Jacob Kellenberger
Jacob Kellenberger is voorzitter van het Internationale Rodekruiscomité

Twee grimmige vaststellingen kunnen worden gedaan met betrekking tot het conflict in Darfoer, in West-Soedan. Op grote schaal vonden schendingen van het internationaal humanitair recht plaats, voornamelijk aanvallen op burgers. Bovendien kwam de hulpverlening te laat op gang en was zij ontoereikend, ondanks de aanzienlijke impact op honderdduizenden mensen.

Een realiteit die door de regering van Soedan, de gewapende oppositiegroepen, de internationale gemeenschap en de humanitaire actoren dringend dient aangepakt te worden. Het Internationale Rodekruiscomité (of ICRC, International Committee of the Red Cross) stelt zich daarbij ten doel de burgerbevolking van Darfoer beter te beschermen. Daarom dringt het ICRC er bij alle partijen van het conflict op aan om de regels en normen van het internationaal humanitair recht ten volle te respecteren.

In samenwerking met de Soedanese Rode Halve Maan en andere Rodekruis- en Rodehalvemaanverenigingen heeft het ICRC zijn capaciteit stelselmatig opgevoerd om een antwoord te bieden op de crisis, ook in de meest afgelegen gebieden. Daarbij maakte het vooral gebruik van zijn mogelijkheid om de gevechtslinies over te steken en zich door heel Darfoer te verplaatsen. De essentie van de ICRC-operatie is hulp verlenen aan 300.000 ontheemden en medische bijstand verlenen door de rehabilitatie van ziekenhuizen, de beschikbaarstelling van ondersteunend personeel en de levering van medisch materiaal.

Voor de mensen in Darfoer vormen al die inspanningen een wezenlijk verschil. Maar toch volstaan ze niet. Om de cirkel van geweld en verplaatsing van personen te doorbreken, is politieke actie noodzakelijk. De Soedanese overheid, de gewapende oppositiegroepen, de Verenigde Naties en regionale organisaties moeten daarbij beslissen welke vorm die politieke actie dient aan te nemen.

Zes maanden geleden ontkenden de Soedanese autoriteiten de toestand in Darfoer. Volgens Khartoem was een hoofdzakelijk onzichtbaar 'stammenconflict' aan de gang, tegen een achtergrond van vredesinspanningen in het historische Noord-Zuid conflict in Soedan. De humanitaire noden, zo stelde men, werden door externe propaganda overdreven. Daarin is nu verandering gekomen. Darfoer is uitgegroeid tot een enorme humanitaire operatie. Voor het Internationale Rodekruiscomité momenteel  de grootste wereldwijd .

De impact van deze oorlog op de bevolking is vernietigend. Het is onmogelijk om precies te bepalen hoeveel doden er zijn. Cijfers over het aantal mensen dat gedwongen werd zijn woonplaats te verlaten, zijn onbetrouwbaar. De vernietiging van de levensmiddelen betekent voor velen dat ze aangewezen blijven op externe hulp. Zowel voor mensen die hun woonplaats ontvluchtten als voor achtergeblevenen zijn de gezondheids- en levensomstandigheden erg pover. Zulke omstandigheden blijven dan ook hun dagelijkse tol aan mensenlevens eisen.

De oorlog in het algemeen, en de hardvochtige wijze waarop die wordt gevoerd in het bijzonder, hebben een immens en onnodig lijden veroorzaakt. De bevolking van Darfoer is gewoon te overleven in harde omstandigheden, maar door de extreem gewelddadige aard van het conflict leven velen in diepe ellende. Daarbij moeten ze het hoofd bieden aan vernedering, mishandeling, ziekte en dood.

De basisprincipes van het oorlogsrecht zijn en worden nog steeds geschonden. Er wordt amper een onderscheid gemaakt tussen burgers en strijders. De oorlog heeft vooral het meest kwetsbare segment van de burgerbevolking getroffen: vrouwen, kinderen, ouderen en zieken. Terreurdaden tegen de bevolking zijn dagelijkse kost, verkrachting alomtegenwoordig. Aan die schendingen van het internationaal humanitair recht moet een einde komen. Respect voor de regels van het internationaal humanitair recht, dat burgers wil beschermen, is essentieel om de verdere verplaatsing van personen te voorkomen. Bovendien is het een basisvoorwaarde voor de veilige terugkeer van de vele vluchtelingen.

De voornaamste verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de Soedanese overheid. Zij heeft de taak haar eigen bevolking te beschermen. Ofwel heeft de overheid tot op heden gefaald, ofwel was zij niet in staat die taak te vervullen. De internationale gemeenschap heeft dan weer de verplichting het internationaal humanitair recht in alle omstandigheden te doen naleven. Regeringen moeten erkennen dat humanitaire actie geen politieke actie kan vervangen om de burgerbevolking te  beschermen.

Deel dit artikel