Tsjaad draait Wereldbank een loer

De Wereldbank overweegt maatregelen tegen de regering van Tsjaad. Tsjaad wil olie-inkomsten die het volgens een overeenkomst met de Wereldbank aan ontwikkeling moet uitgeven, gebruiken om overheidstekorten te dekken.


Tsjaad, een van de armste landen ter wereld, wil een groter deel van de inkomsten uit zijn oliepijpleiding naar Kameroen gebruiken voor de betaling van salarissen en pensioenen. De pijpleiding werd met steun van de Wereldbank aangelegd, op voorwaarde dat het grootste deel van de inkomsten gebruikt zou worden voor prioriteiten als gezondheidszorg, onderwijs, sociale voorzieningen en plattelandsontwikkeling. Daarnaast moet het Centraal-Afrikaanse land 10 procent van de olie-inkomsten opzij zetten in een Future Generations Fund (FGF), bedoeld voor de periode na het 'olietijdperk'.

Vijftien procent van de olie-inkomsten vloeit nu in de schatkist. De regering van Tsjaad wil dat percentage verhogen tot 30 procent en het FGF-geld ook aanwenden voor onmiddellijke uitgaven. Ook wil het Centraal-Afrikaanse land de prioriteiten bijstellen om meer geld te kunnen uitgeven voor defensie. De plannen zijn al goedgekeurd door het kabinet, maar nog niet door het parlement. De door de Wereldbank gesteunde olie-installaties, inclusief de 1.000 kilometer lange pijpleiding, hebben 4 miljard dollar (3,4 miljard euro) gekost. Het project zal de staatskas in Tsjaad naar verwachting tenminste 2 miljard dollar (1,7 miljard euro) opleveren over een periode van 25 jaar. Dat is 80 miljoen dollar (68 miljoen euro) per jaar. Via de pijpleiding worden dagelijks 225.000 vaten olie getransporteerd. Het gaat om een joint-venture tussen oliemultinationals ExxonMobil, Chevron en het Maleisische staatsoliebedrijf Petronas.

De Wereldbank besloot in 2000 in het project te stappen, op voorwaarde dat het zou bijdragen aan de armoedebestrijding in het land. Op de deelname van de Bank werd kritisch gereageerd door plaatselijke en internationale groeperingen, onder meer omdat financiële instellingen, inclusief in de private sector, hun investeringen in projecten daarvan laten afhangen.

Ondanks de protesten, besloot de Wereldbank die olievoorzieningen te financieren met ruim 292 miljoen dollar (247 miljoen euro). In antwoord op de kritiek van ontwikkelingsorganisaties en milieugroeperingen, beloofde de Wereldbank om te voorkomen dat het project zou leiden tot groei van armoede en corruptie, zoals dat eerder gebeurde in landen als Nigeria en Equatoriaal Guinea.

Organisaties als Oxfam Amerika, het Bank Information Centre en Friends of the Earth Frankrijk, willen dat de Wereldbank alle financiering aan Tsjaad opschort als het land wetswijzingen doorvoert die een andere verdeling van de olie-inkomsten mogelijk maken. De Wereldbank is terughoudender. 'We kunnen maatregelen treffen als Tsjaad contractbreuk pleegt. Of die maatregelen er komen, is helemaal afhankelijk van de aard van de eventuele veranderingen', aldus Tim Carrington, woordvoerder van de Wereldbank. 'We hopen echter dat het niet zover hoeft te komen.' (JS/PD)

IPS DOOR:

Deel dit artikel