TTIP. Hard roepen is nodig

ttipbetoging 20sep2016 vlaggen11

In De Standaard van dinsdag 27 september blikt Hendrik Vos terug op de succesvolle TTIP-betoging van vorige week en roept hij op tot een genuanceerd debat over het onderwerp. Hij heeft overschot van gelijk. Het TTIP-verdrag dringt zo diep in de poriën van onze samenleving door dat we niet anders kunnen dan er uitgebreid en genuanceerd bij stil te staan. Alleen, dan moeten we wel de ruis uit het debat halen.

Het is voor ons frustrerend om telkens als je een bezwaar optekent tegen TTIP of CETA automatisch in de hoek van de protectionisten gestoken te worden. Wij stonden in het verleden namelijk dikwijls op de barricaden om handel de motor te laten zijn van economische ontwikkeling van een land of een regio. Denk maar aan het verlagen van hoge invoertaksen op textiel, verwerkte grondstoffen of duurzame suiker uit het Zuiden.

Mochten TTIP en CETA klassieke handelsakkoorden zijn dan lagen alleen de bedrijven en de handelaars er wakker van en stonden wij niet op straat. Maar de wereld is veranderd, ik kan het niet treffender verwoorden dan ex –WTO-baas Pascal Lamy. "De oude wereld van handel was een wereld waar productieketens nationaal waren en obstakels werden gevormd door het beschermen van producenten tegen buitenlandse concurrentie", "De nieuwe wereld is er één waar productie transnationaal is (...) en waar de obstakels voor handel samenhangen met het beschermen van de consument tegen risico.

Traditionele obstakels voor handel als tarieven en exportbelastingen, zijn er nauwelijks nog tussen de VS, de EU en Canada. De overblijvende obstakels zijn wetten, normen en standaarden in de VS en de EU waardoor burgers, consumenten en soms ook de natuur beschermd wordt.

Het is die verschuiving die de betogers in de gaten hebben en waar ze vrezen dat Europa door de knieën zal gaan. Zullen die wetten door TTIP of CETA plots allemaal overboord gegooid worden? Natuurlijk niet. Handelsakkoorden zijn subtieler dan dat. Ze leggen vooral beperkingen op aan de toekomstige regelgeving. Die moet, ik citeer letterlijk uit de akkoorden, "zo weinig mogelijk handelsverstorend zijn" en "zo weinig mogelijk belastend voor het bedrijfsleven" of "niet minder belastend dan nodig".

Van vluchtelingen wordt verwacht dat ze zich aanpassen aan de wetten en normen van een land. Maar buitenlandse bedrijven kunnen in datzelfde land de wetten en normen aanpakken via een schimmig arbitragesysteem.

Van vluchtelingen wordt verwacht dat ze zich aanpassen aan de wetten en normen van een land. Maar buitenlandse bedrijven kunnen bovenstaande citaten aangrijpen om in datzelfde land de wetten en normen aan te pakken via een schimmig arbitragesysteem. De aangeklaagde overheid zal moeten bewijzen dat een bepaalde maatregel echt nodig was. Gelekte teksten uit de TTIP onderhandelingen en het gepubliceerde CETA-verdrag laten zien dat de EU ons voorzorgsprincipe slecht verdedigt, dat wil zeggen aan het loslaten is.

Soms gebeurt dat zelfs op voorhand. Zo merken we nu al dat de Europese Commissie belangrijke besluitvorming, zoals over hormoonverstorende producten, uitstelt om de TTIP onderhandelingen niet te bemoeilijken. En het is ons niet ontgaan dat de Commissie haar eigen brandstofrichtlijn heeft uitgehold om de invoer van Canadese teerzandolie te vergemakkelijken.

Laat ons ook niet vergeten dat de voorgestelde arbitragemechanismen in TTIP en CETA al van kracht zijn in handelsakkoorden met ontwikkelingslanden. Hoe langer hoe meer maken bedrijven er effectief gebruik van. Soms met miljoenenclaims tot gevolg. Maar meer nog met op de benen bibberende overheden die uit schrik voor schadeclaims van buitenlandse bedrijven pro-actief zuinig zijn met beschermde maatregelen voor burgers, consumenten, inheemse volken of het milieu.

De tegenstanders van de akkoorden wegzetten als pamflettaire roepers is zowat het sterkste argument dat de voorstanders ervan op dit moment nog hebben.

Het is deze cocktail – en het gebrek aan transparantie erover - waar wij ons zorgen over maken. Want we kunnen ons niet voorstellen dat de akkoorden écht gaan over economische groei. Volgens studies van de EU zelf, gaat het over een éénmalige verhoging van het BNP met maximaal 0,5% voor TTIP en van 0,08% voor CETA (na volledige uitvoering van de akkoorden over 7 à 10 jaar). Dat zijn het soort schommelingen die we ook zien als de prijs van een vat olie stijgt of daalt.

Het is lastig dat deze boodschap niet op onze affiches paste. Want de tegenstanders van de akkoorden wegzetten als pamflettaire roepers is zowat het sterkste argument dat de voorstanders ervan op dit moment nog hebben.

Bogdan Vanden Berghe
 

Vind je ook dat handelsakkoorden de rechten van burgers, consumenten en milieu moeten resprecteren? Steun 11.11.11.

Omwille van verwerkingskosten, is het toegestane minimumbedrag € 10

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels