Tunesië en Egypte beducht voor westerse leningen

Regeringen en internationale instellingen die tot voor kort de autoritaire regimes in Tunesië en Egypte sponsorden, komen nu met geld over de brug om het economische herstel en de democratische transitie in deze landen te bespoedigen. Maar over de voorwaarden van deze miljardenleningen is weinig bekend.

"Er werden weinig details gegeven over de vorm die deze hulp zal aannemen", waarschuwt Amr Hassanein. Hij is voorzitter van Meris, een regionale afdeling van ratingbureau Moody's. "Hoe vrijgevig het ook lijkt, reken maar dat er voorwaarden aan verbonden zijn."

De leiders van de acht rijkste landen (G8) die vorige week vergaderden in het Franse Deauville, verklaarden dat internationale ontwikkelingsbanken tot 14 miljard euro konden verschaffen aan Egypte en Tunesië in de komende drie jaren. Eerder hadden het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank Egypte al 3 miljard euro beloofd aan "zachte" leningen voor de komende 24 maanden. De Bretton Woods-instellingen zwaaiden ook al 1 miljard euro naar Tunesië.

Nee bedankt, Obama

Mogelijk wil de internationale gemeenschap zo graag economische hulp verstrekken om de prille Arabische democratieën te steunen. Maar economen waarschuwen dat Egypte en Tunesië de kleine lettertjes moeten lezen alvorens te tekenen. "Bij deze overeenkomsten schuilt het gevaar in de details", zegt Hassanein. "Regeringen en instellingen die fondsen verschaffen, willen in de eerste plaats hun winst maximaliseren."

Het kan geen kwaad dat beide partijen de voorwaarden en gevolgen van een deal begrijpen en aanvaarden, maar de voorwaardelijke hulp die nu wordt aangeboden aan Egypte en Tunesië kan een beleid opleggen dat indruist tegen de eisen van de bevolking dat in opstand is gekomen. "Voorwaardelijke hulp uit het buitenland aanvaarden, is verraad aan de martelaren wier bloed werd vergoten tijdens de revolutie", meent de Egyptische activist Mohamed Mansour. "Bedankt Obama, maar we redden het wel."

Veel Arabieren geven westerse regeringen en financiële instellingen de schuld voor de decennia van politieke repressie en onaanvaardbare economische voorwaarden die tot de opstanden hebben geleid. Ze zagen bijvoorbeeld dat Washington jaarlijks 1,4 miljard euro uittrok voor militaire en economische hulp aan het regime van Moebarak, en dat Europese donoren betaalden voor de gevreesde veiligheidsdiensten van Ben Ali.

Verkiezingen

Na het vertrek van Ben Ali en Moebarak werd duidelijk dat omwentelingen niet goedkoop zijn. Egypte raamt de kosten voor zijn opstand op 2,4 miljard euro, vooral door verliezen in de toeristische sector. Minister van Financiën Samir Radwan voorziet een begrotingstekort van 21,5 miljard euro (ongeveer 11 procent van het bbp) voor het fiscale jaar dat in juli begint. Hij vraagt 8,3 miljard euro aan hulp om het tekort op te vangen.

De Tunesische interim-regering is op zoek naar 17 miljard euro voor de komende vijf jaar. Met het geld wil ze de werkloosheid aanpakken, die naar schatting 30 procent bedroeg, voor de opstand losbarstte in januari.

Ondanks deze slechte economische vooruitzichten eisen sommige lokale groepen dat hun regering elke buitenlandse hulp afwijst. Ze vrezen dat internationale kredietverleners Egypte en Tunesië willen opsluiten in economische langetermijnstrategieën en politieke allianties, nog voor er een volwaardige regering is. "Het parlement zou moeten beslissen over deze leningen, maar we hebben nog geen parlement", vindt ook Hassanein.

De militaire raad die Egypte tijdelijk bestuurt, plant parlementsverkiezingen in september en presidentsverkiezingen twee maanden later. Tunesië mikt op juli voor de parlementsverkiezingen, maar stelt ze mogelijk uit tot oktober als er meer tijd nodig blijkt voor de voorbereidingen.

Eigen middelen

De twee landen hebben niet de luxe om te wachten tot na de verkiezingen om hun economie op orde te brengen, stelt Alia El-Mahdi als decaan van de faculteit Economische en Politieke Wetenschappen aan de Universiteit van Cairo. Inkomsten uit toerisme zijn zeer sterk gedaald en van investeringen is er amper nog sprake. De buitenlandse reserves raken uitgeput.

Toch verwacht El-Mahdi niet veel heil van buitenlandse leningen. "Egypte en Tunesië hebben dringend nood aan een instroom van liquide middelen, en de gemakkelijkste oplossing is een lening. Maar ze zouden beter hun eigen middelen aanwenden en hun begroting herstructureren. Beide landen zouden voorzichtiger moeten omspringen met hun uitgaven, want dit is niet het moment om geld te verspillen."



BRON:
IPS
IPS DOOR:

Deel dit artikel