Twee auteurs, twee visies: voedt hulp conflict?

Stel je voor dat je een internationale hulpverlener bent in een vluchtelingenkamp. Je ontdekt dat soldaten belastingen heffen op rijst en tenten en de opbrengsten gebruiken om wapens aan te kopen. De soldaten gebruiken die wapens en drijven zo meer mensen naar vluchtelingenkampen. Anderen worden zelfs gedood. Wat doe je?

Met deze provocerende vraag opent Nederlandse journaliste, Linda Polman haar boek ‘De Crisiskaravaan. Achter de schermen van de noodhulpindustrie’. Polman beargumenteert dat humanitaire hulp vaak conflict verlengt als deze hulp misbruikt wordt.

Het Rode Kruis sprak met Polman en met Fiona Terry, auteur van het boek ‘Condemned to repeat? The paradox of humaniatarian action’. Beide auteurs stellen dezelfde vragen, maar komen tot geheel andere conclusies.

linda-polman-web_335-w150Linda Polman

Journalist en auteur van ‘De Crisiskaravaan. Achter de schermen van de noodhulpindustrie’

Rode Kruis: In je boek beargumenteer je dat humanitaire hulp het lijden van mensen door conflict verlengt. Hoezo?
Polman: Hulporganisaties hebben sinds 1995, na de ervaring in het vluchtelingenkamp in Goma, Congo,  zelf al meermaals een analyse uitgevoerd. Een element dat steeds terug naar boven komt is het gebrek aan coördinatie. Dit maakt dat hulporganisaties makkelijk manipuleerbaar zijn door regimes die ten voordele van zichzelf controle willen over hulp.

krisiskaravaan1_icrc-393In je boek maak je er een punt van dat er de afgelopen decennia een sterke en snelle groei is geweest van hulporganisaties en dat dit het moeilijk zou maken een verenigd front te vormen. Is de coördinatie die je zoekt dan echt haalbaar?
Het is mogelijk. Maar alleen als we willen dat die oplossing werkt. Het is een gelijkaardige discussie die wel eens over de Verenigde Naties (VN) wordt gevoerd. We roepen allemaal hoe machteloos de VN wel niet is. Maar de lidstaten kunnen het zo machtig maken als ze zelf willen. Hetzelfde is van toepassing op hulporganisaties.

Als we bijvoorbeeld allemaal zouden overeenkomen dat de VN het grootste coördinerende orgaan zou moeten zijn en we geven hen die macht, dan is het misschien wel mogelijk. Het probleem is de bereidheid van donors en hulporganisaties om een compromis te sluiten en een deel van hun soevereiniteit op te geven. Zij willen meestal niet dat anderen beslissingen voor hen gaan maken.

In Haïti doet men momenteel een poging tot een clusteraanpak om hulporganisaties die rond gelijkaardige kwesties werken te coördineren. Deze clusters zouden ons dichter bij vooruitgang kunnen brengen, maar zodra een hulporganisatie zijn autonomie moet afstaan aan een ander, zullen ze stilaan vertrekken.

Je stelt ook dat hulporganisaties hun hulp zouden moeten terugtrekken als ze merken dat die misbruikt wordt. Kan je ons een voorbeeld geven?
Een voorbeeld is Darfur. Het gebrek aan coördinatie van hulporganisaties in Darfur heeft hen tot marionetten van het regime gemaakt. Er is weinig onderzoek naar de hoeveelheid hulp die door de Soedanese overheid of door rebelgroepen in de vluchtelingenkampen toegeëigend wordt.

Als hulporganisaties samen tegen het misbruik in zouden gaan, zouden ze waarschijnlijk meer kans hebben het te voorkomen. Ik zeg niet dat dit het probleem volledig zou stoppen, maar het zou voor regimes en gewapende groepen veel moeilijker zijn hulp te misbruiken. Hulporganisaties moeten zich verzetten tegen het misbruik en tegen de regimes zeggen: “We zijn de grootste organisaties ter wereld, we zijn machtige ngo’s met grote budgetten en wij zullen de voorwaarden bepalen” en onderhandelen over een betere deal.

Maar als je terugtrekt, straf je dan niet diegenen die in nood zijn terwijl het weinig impact op het verloop van het conflict heeft?
Organisaties komen steeds met het volgende argument: “het is onze morele verantwoordelijkheid en ons mandaat te blijven”. Maar ik ben van mening dat er ook een morele kwestie is over de gevolgen van blijven. Het is voor mij belangrijker dat hulporganisaties zelf zeggenschap hebben over hun hulpgoederen. Daarover moeten ze tot een akkoord komen, anders moeten ze er niet naartoe.

fiona_terry-w150Fiona Terry

Voorzitter Artsen Zonder Grenzen Australië en auteur van ‘Condemned to repeat? The paradox of humanitarian action’

Rode Kruis: Je hebt zelf meer dan twee decennia ethische dilemma’s van humanitaire hulp meegemaakt en je hebt hier meermaals over geschreven. Wat is jouw visie over Polmans argument?
Terry: Na de aanval op Rwandese vluchtelingenkampen in 1994 begon ik met het schrijven van mijn boek. Er volgden overhaaste reacties van enkele journalisten en analisten. Zij zeiden: “Nu moeten we toegeven dat de Rwandese vluchtelingenkampen mensen hielpen die schuldig waren aan genocide en mensen herbewapende om controle te krijgen over de bevolking. We moeten ervoor zorgen dat dit nooit meer gebeurd en alle hulp stopzetten, want hulp is slecht.”

Daarom ging ik in mijn boek dieper in op wat nu juist de bijdrage is van hulp aan gewapend conflict. Hoe belangrijk is het? We gooien met woorden zoals “verlengt mogelijk oorlog”, maar in mijn boek is het echt niet zo’n belangrijke factor. Hulp kan serieuze negatieve effecten met zich meebrengen. Maar oorlog verlengen?! Het komt zelden voor dat een gewapende groep afhankelijk is van hulp om te overleven.

krisiskaravaan2_icrc-393Een van de standpunten die Linda Polman inneemt is dat sommige hulporganisaties het concept neutraliteit gebruiken als excuus om niet in te gaan tegen het misbruik van hulp. Wat denk jij?
Ik zou neutraliteit niet als zondebok nemen. Ik denk juist dat neutraliteit een gesofisticeerde positie is om in te nemen. Wat Linda beschrijft is eerder iets dat schuilgaat achter een technisch, bureaucratisch antwoord dat het volgende stelt: “Wel, het is onze job om hulp te verlenen, dus dat gaan we dan ook doen”. Dat is geen neutraliteit.

Sommigen beargumenteren dat steeds minder hulporganisaties belang hechten aan dat principe van neutraliteit, omdat het misschien niet begrepen wordt en moeilijk is om te bewerkstellen. Ga je akkoord?
Ik ga niet akkoord met dat argument. Neutraliteit is juist wel een belangrijke tactiek om mensen te bereiken die het meeste nood aan hulp hebben.

Als een organisatie neutraal wil zijn, moet men nadenken over hoe elke kant de hulp zal percipiëren.  Soms denk ik dat je moet zeggen: “De mensen aan deze kant hebben de hulp niet even hard nodig als de mensen aan de andere kant, maar omdat het belangrijk is voor ons om toegang te hebben tot degenen die de hulp het hardst nodig hebben, moeten we ook hulp bieden aan diegenen die het niet zo hard nodig hebben.”

Dat was zeker het geval bij de situatie in Darfur. Sommige hulporganisaties vonden dat het vooral de boeren het ergst getroffen waren. Daarom verleenden ze alleen hulp aan de boeren. Ze trokken naar de vluchtelingenkampen en gaven alleen hulp aan een kant van het conflict. Hierdoor hadden ze uiteindelijk minder toegang tot de hulpbehoevenden.

In dit geval denk ik dat het Rode Kruis slim was. Bij aanvang zette het kampen op, maar het verplaatste zich ook en hielp mensen in rurale gebieden. Hierdoor kon het Rode Kruis de boeren helpen en tegelijkertijd kijken wat er nodig was bij de andere bevolkingsgroepen, zoals de nomaden. Het Rode Kruis begon dan ook veterinaire diensten aan te bieden en waterputten te construeren. Hierdoor maakte het Rode Kruis een betere indruk en kregen ze meer toegang tot meer bevolkingsgroepen en regio’s.

(foto's: ICRC)
Rode Kruis-Vlaanderen DOOR:

Deel dit artikel