Unicef: "Water en sanitair voor iedereen" kunnen we niet uitstellen tot 2030

Water halen in Mali

Bij de formulering van de nieuwe duurzaamheidsdoelen (SDG’s), waarover onlangs werd beslist door de lidstaten van de Verenigde Naties, werd telkens het belang benadrukt van hun onderlinge verbondenheid. In de 6de doelstelling, "Zorgen voor toegang tot water en sanitaire voorzieningen voor iedereen", komt dat belang het duidelijkst naar voren.

Sanitair en hygiëne zijn de rechtstreekse winsten die we halen uit een betere toegang tot water. Maar als we Doelstelling 6 niet halen, kunnen de andere doelstellingen en streefcijfers onmogelijk worden bereikt. De vooruitgang op het vlak van onderwijs, gezondheid, ongelijkheid en extreme armoede hangt af van hoe goed we het doen op het vlak van water en sanitair. Dat zegt Geeta Rao Gupta van Unicef, het Kinderagentschap van de Verenigde Naties.

Enkele jaren geleden verklaarden de Verenigde Naties (VN) de toegang tot water en sanitair tot een basismensenrecht. Vandaag zijn er nog steeds 663 miljoen mensen die geen vlotte toegang hebben tot schoon drinkwater; 2,4 miljard mensen bezitten geen toilet.

Wij van Unicef zijn met name bezorgd om de kinderen, die nog het meest van al getroffen worden door de afwezigheid van basishygiëne. Het beïnvloedt hun gezondheid. Ziekte door een gebrek aan schoon water en hygiëne is de voornaamste doodsoorzaak van kinderen onder vijf jaar oud. Honderden kinderen worden dagelijks ziek en sterven aan te vermijden aandoeningen die rechtstreeks te maken hebben met slechte sanitaire omstandigheden.

Het beïnvloedt hun opvoeding. In veel dorpen gaan meisjes niet naar school omdat ze water moeten halen, omdat ze geen geschikte plek hebben om zich te verschonen als ze menstrueren, of omdat ze hun moeder moeten helpen bij de verzorging van zieken, die vaak ziek werden door het drinken van vervuild water.

Het beïnvloedt hun ontwikkeling. Steeds meer zaken wijzen erop dat een gebrek aan water en sanitair rechtstreeks verband houdt met ondervoeding. Wereldwijd lijden 159 miljoen kinderen aan groeiachterstand, wat onherstelbare schade veroorzaakt op fysiek en cognitief vlak. Naast de gevolgen voor het individuele kind, beïnvloedt dit de toekomst van hele generaties en in het verlengde daarvan ook de lokale en nationale economie.

Het beïnvloedt gelijkheid en vermogen. Een belangrijk streven van de SDG's is het terugdringen van ongelijkheid. De Wereldbank heeft berekend dat investeren in water en sanitair voor de 20 procent armsten een grotere economische return oplevert dan welke andere investering ook, en dus het potentieel heeft om sociale ongelijkheid weg te werken.

Gegevens uit 45 ontwikkelingslanden tonen aan dat in 7 op de 10 gezinnen het de meisjes en vrouwen zijn die belast worden met het aandragen van water. Een vlottere toegang tot water zal dus ook de genderongelijkheid mee helpen wegwerken.
Dit alles vergt een enorme mentaliteitswijziging avan de regeringen. Maar het moet gebeuren. Instituten en overheden die rond het thema werken moeten ondersteund en versterkt worden. Zij voor wie het meeste op het spel staat, armen, vrouwen en jongeren, moeten direct betrokken worden.

Toegang tot water is niet enkel een zaak van waardigheid en mensenrechten. Het is een fundamentele voorwaarde om al de rest van de doelstellingen te halen die de  overheden wereldwijd hebben aangenomen.

We moeten onmiddellijk werken aan Doelstelling 6, anders riskeren we om elke vooruitgang die we de afgelopen 15 jaar hebben geboekt, opnieuw  te verliezen, en zo de toekomst in gevaar te brengen. Er is geen tijd te verliezen.

Deel dit artikel