Vluchtelingencrisis in Irak

refugees sinjar-red-cross Ibrahim-Malla
[Foto: © www.ifrc.org Ibrahim/Malla]

Het dorp Sinjar ligt in het noordwesten van Irak. Er wonen zo'n 23.000 mensen en de lokale afdeling van de Iraakse Rode Halve Maan, een zustervereniging van Rode Kruis-Vlaanderen, telt 40 vrijwilligers. In enkele weken tijd is de populatie van het dorp gegroeid met 70.000 extra inwoners, families die het geweld in de nabijgelegen stad Tal Afar ontvluchten. Logo Rode Kruis



De meeste nieuwkomers zijn vrouwen en kinderen die de tocht van ongeveer 50 kilometer te voet hebben afgelegd, met nauwelijks meer bij zich dat de kleren die ze dragen. De reis is moeilijk en de meesten die aankomen, hebben verzorging nodig.

De inwoners van Sinjar doen hun best om de vluchtelingenstroom zo goed mogelijk op te vangen. Vrijwilligers van de Rode Halve Maan leiden de hulpverlening en werken de afgelopen weken onafgebroken om de vluchtelingen onderdak, voedsel, water en melk voor baby's te bezorgen.

"Het is een uitdaging om onderdak te vinden voor iedereen", zegt Muhammad Shariif, de afdelingsvoorzitter. "We plaatsen mensen onder andere in scholen en moskeeën, en zelfs in onze eigen huizen. Ook de lokale pastoor stelt zijn kerk open voor families."

Sharif zegt dat iedereen in het dorp zijn eigen problemen opzij zet om te helpen. "Alle vrijwilligers werken hard, maar we zijn bezorgd over de grote noden. De levensomstandigheden op sommige opvangplekken is erg moeilijk."

Azad Khodor (20) is al zes jaar vrijwilliger bij de Iraakse Rode Halve Maan. "Ik heb nog nooit zoveel mensen in nood gezien", aldus Khodor. "Gisteren heb ik nog een oude man geholpen die in een bouwwerf sliep. Hij had niets, niet eens een matras om op te slapen. Ik heb hem een paar basishulpgoederen gebracht en hij was zo bij. Dat gaf me veel voldoening."

 

Deel dit artikel