Waarom het terugkeerbeleid mank loopt

Protest tegen de manier waarop mensen in detentiecentra behandeld worden

België legt te veel nadruk op de gedwongen uitwijzing van sans-papiers. Dat moet anders, meent 11.11.11-directeur Els Hertogen, die pleit voor een open dialoog met de herkomstlanden en voor meer kansen op legale migratie.

De overheid slaagt er alsmaar moeilijker in om mensen zonder wettige papieren vrijwillig of gedwongen terug te sturen naar hun herkomstland (DS 23 januari). In 2019 daalde het aantal tot 8.620, het laagste aantal sinds 2010. Onderzoek toonde eerder al aan dat naar schatting slechts 6,5 procent van de uitgeprocedeerde asielzoekers in België terugkeert naar het herkomstland. België is geen uitzondering. Ondanks alle Europese investeringen in een terugkeerbeleid gingen de terugkeercijfers voor Afrikaanse landen er over de hele EU op achteruit.

Elk asielbeleid houdt ook een terugkeerbeleid in. Als bescherming in België of een ander EU-land na een zorgvuldige asielprocedure niet nodig blijkt, moet ons land de terugkeer mogelijk maken. Een jarenlang leven in irregulariteit maakt migranten uitermate kwetsbaar voor uitbuiting en misbruik, en ondergraaft voorts ook het draagvlak voor een reguliere, georganiseerde migratie.

In het terugkeerbeleid moet in de eerste plaats worden ingezet op de (meer duurzame) vrijwillige terugkeer. Gedwongen uitwijzing kan alleen als uiterste maatregel.

Alternatieve recepten nodig

Internationale migratie is van vitaal belang voor de Afrikaanse economieën

De gebruikte recepten in België lijken opgebruikt. Met een grote nadruk op gedwongen terugkeer, repressie en de uitbreiding van de gesloten centra (ook voor kinderen) lijkt de grens bereikt. Alternatieven zijn nochtans mogelijk. Nederland toont dat het anders kan. Projecten die inzetten op bed, bad, brood en begeleiding in een rustige omgeving boeken er indrukwekkende resultaten. Voor een meerderheid van de mensen wordt een oplossing gevonden (zij het vrijwillige terugkeer, of alsnog toegang tot een duurzaam verblijf in Nederland). Het aantal verdwijningen in de irregulariteit zijn er beperkt tot een minimum.

De oplossingen voor het falende terugkeerbeleid zijn natuurlijk niet alleen in eigen land te vinden. In veel herkomstlanden laat de situatie een veilige en duurzame terugkeer niet toe. Zo raakt 72 procent van de mensen die worden teruggestuurd naar Afghanistan, opnieuw ontheemd door het geweld. In dit soort situaties gooit een gedwongen terugkeer alleen meer olie op het vuur.

Het falende terugkeerbeleid is ook het gevolg van een gebrekkige medewerking van de landen van herkomst. Het terug opnemen van landgenoten is een internationale plicht, toch klaagden de laatste staatssecretarissen voor Asiel en Migratie zonder uitzondering over een gebrek aan medewerking. Terzijde: de hardste roepers over het terugnemen van 'criminele illegalen' blijken vandaag niet bereid om eigen Belgische onderdanen uit Syrië terug op te nemen.

Ook in de samenwerking met de herkomstlanden lijken de oude recepten (het onder druk zetten van landen door te schrappen in budgetten voor ontwikkelingssamenwerking) stilaan opgebruikt. De reden is vrij eenvoudig. Internationale migratie is van vitaal belang voor de Afrikaanse economieën. Het volstaat om te kijken naar de geldtransfers van migranten naar hun familie en kennissen in ontwikkelingslanden (remittances) om het belang ervan in te zien. De ontwikkelingslanden ontvingen in 2019 490 miljard euro in remittances. Daarmee zijn die voor het eerst de belangrijkste externe financieringsbron geworden. Het gaat om 3,6 keer het bedrag van de officiële ontwikkelingshulp.

Het belang van deze middelen voor de financiering van ontwikkeling en het terugdringen van de armoede staat buiten kijf.

Afrikaanse regeringen hebben dan ook gegronde redenen om niet zomaar mee te lopen in de Europese terugkeeragenda. Maatregelen die de diaspora in het buitenland treffen, zijn extreem onpopulair in Afrikaanse landen.

Legale toegang tot Europa

In 2009 al sprongen jarenlange onderhandelingen over de terugname van migranten tussen Mali en Frankrijk af. In 2016 kwam ook de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Koenders, van een kale reis terug toen zijn Malinese ambts-genoot hem publiekelijk tegensprak over een vermeend terugnameakkoord.

Een andere aanpak is nodig. Samenwerking rond migratie vraagt een volwassen dialoog met oog voor elkaars belangen. Op legitieme vragen om legale toegangswegen te openen voor studenten en werknemers uit Afrikaanse landen, wordt geen vooruitgang geboekt. Het aantal werkvisa voor mensen uit Noord-Afrika en Sub-Sahara-Afrika daalde van zowat 150.000 in 2010 tot 60.000 in 2018. Afrikaanse jongeren hebben zo goed als geen legale opties om naar Europa te komen om te studeren of werken. De EU focust in haar migratiepartnerschappen met Afrikaanse landen eenzijdig op het afremmen van migratie en op terugkeer.

Voorzien in mogelijkheden tot legale migratie is onmisbaar voor elk beleid dat stappen vooruit wil zetten rond terugkeer en het terugdringen van irreguliere migratie naar Europa. En laat net dat de doelstelling zijn van het zo verketterde VN-Migratiepact. Het is logisch dat Europese politici opkomen voor Europese belangen, maar weinig realistisch te denken dat Afrikaanse politici niet opkomen voor hun belangen.

 

11.11.11 DOOR:

Meer

Dit opiniestuk verscheen eerder in De Standaard. 

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels