Wereldrampenrapport 2004: weerbaarheid opbouwen

Het Rode Kruis lanceert, donderdag 28 oktober, zijn jaarlijkse Wereldrampenrapport. Deze twaalfde editie van het Wereldrampenrapport richt vooral de aandacht op de indrukwekkende manier waarop mensen het hoofd bieden aan zelfs de ergste noodsituaties.
Volgens het Rapport moeten hulporganisaties zich minder richten op behoeften en kwetsbaarheid maar meer peilen naar lokale sterktes en middelen. Wanneer gemeenschappen niet worden betrokken in de rampenbestrijding en rampenreductie, kan dit bovendien hun weerbaarheid tegenover risico’s ondermijnen.

Weerbaarheid opbouwen

‘De rampen van vandaag zijn niet de rampen van 50 jaar geleden. Door ongecontroleerde verstedelijking, milieuverontreiniging, armoede en ziekte, gecombineerd met seizoensgebonden gevaren, zoals overstromingen en droogtes, steekt chronische tegenspoed de kop op. De traditionele wijze waarop mensen met de crisis omgaan werkt niet meer. Echter, mensen die voortdurend bedreigd worden door natuurgeweld, vinden steeds nieuwe manieren om op eigen initiatief te reageren.
 
Hulporganisaties mogen niet achterblijven. Er is nood aan nieuwe benaderingen zodat de bevolking weerbaarder wordt voor alle lichamelijke, sociale en economische tegenspoed. Met weerbaarheid bedoel ik het vermogen om tegen een crisis opgewassen te zijn én er sterker dan voorheen uit te komen. Als de hulporganisaties falen in de overschakeling van kortetermijn-hulp naar een duurzame ondersteuning van bedreigde gemeenschappen, is er gevaar dat we onze middelen verspillen en dat de weerbaarheid, die we net willen versterken, verzwakt.

Acties van bovenaf kunnen minder doeltreffend blijken dan velen denken. In december 2003 snelden 34 hulpploegen uit 27 landen naar Bam na de verwoestende aardbeving. Zij redden 22 mensenlevens. Tegelijkertijd haalden plaatselijke hulpdiensten van de Iraanse Rode Halve Maan met veel minder speurhonden 157 mensen levend vanonder het puin. Door te investeren in plaatselijk reactievermogen blijven levens en gelden gespaard.

Natuurrampen veroorzaken meestal niet het grootste dodental. Vorig jaar zijn in Afrika, ten zuiden van de Sahara, 2,2 miljoen mensen aan HIV/aids overleden. 25 miljoen anderen leven met de infectie voort. Ziekte, droogte, ondervoeding, armoede en een gebrekkige gezondheidszorg leiden tot een complexe noodsituatie, waarop op een meer geïntegreerde wijze moet gereageerd worden dan met eenvoudige voedsel- of medicijnenhulp.

Ondertussen brengen de ongecontroleerde en toenemende verstedelijking nieuwe gevaren voort. Elk jaar sterven meer dan twee miljoen mensen - waarvan veel kinderen uit krottenwijken - aan ziekten als gevolg van besmet drinkwater en slechte sanitaire voorzieningen. Waarom blijft dit onderwerp zo goed als onaangeroerd door de nationale regeringen en hulporganisaties?

Ook de welvarende industrielanden staan voor nieuwe bedreigingen. In 2003 moesten de moderne Europese samenlevingen onder ogen zien hoe een zomertemperatuur van 5°C meer dan normaal voor een humanitaire ramp zorgde. Circa 35.000 mensen zijn in stilte en eenzaamheid overleden, aan hun lot overgelaten door afbrokkelende stelsels van sociale zekerheid.

Europa was hierop niet voorbereid. De humanitaire organisaties zijn eerder berekend op opzichtige rampen met een plotseling karakter. Maar naarmate de aard van de rampen verandert, moeten ook wij veranderen. In plaats van oplossingen aan te reiken aan de door ons als kwetsbaar omschreven mensen, zouden we ons beter afvragen wat de mensen zelf als een ramp beschouwen. Hoe passen zij zich aan nieuwe bedreigingen aan?

Je zou verrassende - en inspirerende – antwoorden kunnen krijgen. In Swaziland doen HIV/aids en droogte velen in hongersnood verkeren. Stamhoofd Masilela zegt ons dat zijn gemeenschap geen voedselhulp, maar irrigatie en zaden nodig heeft om gewassen te kunnen verbouwen, om op eigen kracht te herstellen en waardig te blijven. Tegelijkertijd verspreidt zijn regering meer medicijnen om de levensduur te verlengen en worden 10.000 adoptiemoeders aangeworven voor de duizenden wezen als gevolg van aids.

Aan de overzijde van de Indische Oceaan, in Mumbai, verhuurt een moeder haar gerieflijke flat, en heeft haar intrek genomen in een keet onder een brug, met het risico op brand of overstroming. Op die manier kan zij de opvoeding van haar dochter bekostigen. Volgens de vrouw heeft de weerbaarheid van haar gezin op lange termijn meer baat bij de investering in de studies van de dochter, dan bij een verhuizing naar een veiligere plek.
Zuidelijker hebben de vrouwen van de lage kaste in Andhra Pradesh opnieuw inlandse en krachtige zaden ontdekt. De zaden zullen landbouwers helpen om uit de schuld en wanhoop te geraken als de opbrengst van de gewassen – die deskundigen in verre hoofdsteden aanbevelen – door de droogte verloren gaat.

Het is opmerkelijk hoe een volk zich aanpast in geval van een crisis. Mensen verkiezen bestaansmiddelen en huishoudelijke goederen boven snelle noodverbanden. Ondersteuning van de weerbaarheid houdt meer in dan aanvoer van hulpgoederen of verkleining van persoonlijke gevaren. Kennis ter plaatse, handvaardigheid, besluitvaardigheid, levensmiddelen, samenwerking, toegang tot hulpbronnen en vertegenwoordiging… het zijn allemaal vitale elementen waarmee mensen een ramp te boven kunnen komen.

Een ommezwaai in onze benadering van de hulpverlening is daarom noodzakelijk. We moeten ons richten op de prioriteiten en capaciteiten van zij die we willen helpen. Het louter in kaart brengen van kwetsbaarheden en lenigen van de noden volstaat niet meer.
Dit denkbeeld is verre van nieuw; het is sinds 10 jaar vervat in de Gedragscode voor de  Internationale Rodekruis- en Rodehalvemaanbeweging en Niet-Gouvernementele Organisaties (NGO’s) werkzaam in rampenhulpverlening1. Waarom laten de humanitaire organisaties dan nog steeds na de capaciteiten van zij die gevaar lopen te evalueren, laat staan te mobiliseren?

We moeten onze aanpak grondig herzien op drie domeinen. Ten eerste moeten we begrijpen wat de mensen in staat stelt om gevaren aan te pakken, te boven te komen en om zich aan te passen. Ten tweede moeten onze reacties uitgaan van de prioriteiten, kennis en hulpbronnen van de gemeenschap zelf. Tot slot moeten we de gemeenschap op grotere schaal doen reageren door nieuwe coalities met regeringen te sluiten en op alle niveaus te pleiten voor veranderingen in het beleid en de gebruiken.

Indien we alleen maar oog hebben voor de behoeften en kwetsbaarheden, blijven we gevangen in onze gebruikelijke reactielogica zonder de plaatselijke weerbaarheid te versterken. Reeds tientallen jaren spreken we over capaciteits- en weerbaarheidsvergroting. Het is hoog tijd om die woorden om te zetten in daden, om komaf te maken met het sprookje van het hulpeloze slachtoffer en de onfeilbare hulpverlener. Het is tijd om ons te concentreren op mensen die gevaar lopen en op hun kundigheden.

Markku Niskala
Secretaris-Generaal
Internationale Federatie van Rodekruis- en Rodehalvemaanverenigingen

Meer informatie over het Wereldrampenrapport vind je op de webstek van Rode Kruis-Vlaanderen of op de website van de Internationale Federatie van Rodekruis- en Rodehalvemaanverenigingen

Deel dit artikel