Wereldvoedseldag 2012: Een coherent beleid tegen honger



Persbericht 16 oktober 2012

Bijna 1 miljard mensen lijdt honger. Nog eens 1 miljard heeft geen toegang tot kwalitatief en gezond voedsel. Tegelijk is de landbouwproductie wereldwijd nog nooit zo groot geweest. Honger is een probleem, maar niet een dat zich vertaalt in goede politieke antwoorden. Zestien Belgische ngo's verenigden zich in een Coalitie tegen de Honger om dit aan te pakken. Hun antwoorden op het terugkeren van de voedselcrisissen, voedselspeculatie en structurele honger worden vandaag besproken in het federaal parlement.

Honger moet de wereld uit. Het is een kreet die erg makkelijk te hanteren valt. Een open deur, want niemand zal je tegenspreken. Toch staan er tussen deze uitspraak en de praktijk grote hindernissen. 11.11.11 en de Coalitie tegen de Honger willen deze hindernissen de wereld uit. Op een debat in het federaal parlement leggen zij daarom vandaag drie concrete plannen van aanpak voor tegen drie basisproblemen die honger veroorzaken.

 

 

1.    Voedselspeculatie

Sinds 2000 is speculatie op voedsel toegelaten. Dat maakt dat voedselprijzen niet alleen stijgen door toenemende klimaatrampen, de prijzen van brandstoffen of het stijgend aantal mensen. Sinds 2008 stijgen de prijzen van voedsel als gevolg van een speculatieve bubble, en dat heeft een zeer zware impact op de armsten. Voor mensen die tot drie vierde van hun inkomen besteden aan eten is zelfs de minste stijging fataal. Speculatie zorgt niet alleen voor de terugkeer van voedselcrisissen in de Sahel, maar is voor iedereen voelbaar.

De ngo's vragen daarom wereldwijd investeerders die niet tot de voedselsector behoren van de termijnmarkten voor landbouwgrondstoffen te weren. Het openzetten van de markt heeft te zware gevolgen. Tot dan moet er een verbod komen op financiële producten waarvan het rendement verbonden is aan voedselspeculatie. We vragen hierin een duidelijk engagement van de Belgische banken.


2.    Een beleid zonder oogkleppen

Binnen het Belgisch ontwikkelingsbeleid engageert de overheid zich expliciet voor voedselzekerheid door ondersteuning van economisch rendabele familiale landbouw. Mooi, maar tegelijk gebeuren op andere beleidsniveaus zaken die dit net tegenwerken. Zo stemde België in de VN tegen een voorstel dat net die familiale boer meer bescherming moet geven. Tegelijk wil Europa niet dat Afrikaanse landen hun (landbouw)markt beschermen. Goed voor Europese landbouwproducten, nefast voor de Afrikaanse.

Dit beleid van twee maten en gewichten moet anders. Wij pleiten daarom voor parlementaire controle op Belgische engagementen. Het beleid moet coherent zijn, kloppen op de verschillende niveaus. Het parlement moet hiervoor concrete stappen ondernemen: de benoeming van een bijzondere rapporteur en de oprichting van een bijzondere commissie beleidscoherentie voor ontwikkeling. Deze commissie controleert de verschillende ontwikkelingsengagementen van de regering, onder meer op vlak van voedsel.


 

3.    Meer krediet voor goede landbouwprojecten

De landbouwsector in ontwikkelingslanden kampt met een kloof tussen zeer kleine boeren die zichzelf financieren met microkredieten en grote, meestal buitenlandse ondernemingen die makkelijk toegang hebben tot krediet. De Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO) ? vandaag in hervorming na een rapport van 11.11.11 ? kan hier een mouw aanpassen en ambitieuze boeren uit het Zuiden krediet verlenen. Hiervoor dient de investeringsmaatschappij wel haar rendementseis te verlagen. Die is vandaag 5 procent. Een lager rendement kan meehelpen het gat tussen zeer groot en zeer klein (the missing middle) op te vullen.

Deze en andere voorstellen leest u in de drie nota's die de parlementsleden vanmiddag bespreken met de verschillende ngo's. U vindt de nota's in bijlage.

Meer info: Hendrik Van Poele, 0497/48.19.51


Deel dit artikel