Wereldwaterdag 2014: Water en energie: motor van ontwikkeling

WWD 2014 logoWhite EN

In 1992 riepen de Verenigde Naties 22 maart uit tot Wereldwaterdag, een dag waarop de internationale gemeenschap aandacht vraagt voor water en het goed beheer ervan. Elke lidstaat van de VN informeert op die dag zijn inwoners over 'water' en de wereldwijde wateruitdagingen. Ieder jaar staat er een ander aspect van water in de schijnwerpers. In 2014 is dat 'water en energie'.


 

Motor van de economie


Water en energie zijn essentieel voor ons welzijn en onze welvaart en vormen mee de motor van onze economie. Nagenoeg elke industriële activiteit vereist immers water én energie. Het wegvallen van een van beide zou dus verstrekkende gevolgen hebben. In 2014 mag 'duurzaamheid' geen hol modewoord meer zijn, willen we tegen 2050 water en energie voor negen miljard mensen kunnen garanderen.

De twee domeinen staan bovendien niet los van elkaar. Energie opwekken en transporteren vereist water, zeker voor energie uit waterkracht en nucleaire en thermische energie. En omgekeerd wordt momenteel ongeveer 8% van de globale energieproductie gebruikt voor het oppompen, behandelen en transporteren van water.

 

Elektriciteit uit waterkracht: een goede zaak?


Bij 'water en energie' wordt al snel gedacht aan elektriciteit uit waterkracht. En niet onterecht, want dit is de grootste hernieuwbare bron voor energieopwekking. Hydro-energie is een van de oudste energiebronnen en vandaag is hydro-elektriciteit goed voor 16% van de totale elektriciteitsproductie.

Energie uit waterkracht is schone energie, want water noch lucht worden vervuild. Maar voor de productie van hydro-elektriciteit worden ook dammen gebouwd, en daar knelt het schoentje al eens.
Retentiedammen – het type dammen dat grote hoeveelheden water opslaat – kunnen immers een desastreuze impact hebben op het leefmilieu. 

Maar ook mensen komen onder druk te staan: hele gemeenschappen worden gedwongen hun huizen te verlaten, de waterkwaliteit verslechtert of de hoeveelheid beschikbaar water neemt sterk af. Lokale volkeren worden vaak niet geconsulteerd wanneer de bouw van een dergelijk megaproject gepland wordt.

Bovendien komen bij dit soort dammen grote hoeveelheden methaan vrij door het rottend organisch materiaal onder water. Methaan is een zeer sterk broeikasgas. Een stuw heeft deze problemen veel minder: hierbij blijft een regelbare hoeveelheid water van de rivier steeds doorstromen en is er geen of nauwelijks impact op mens of leefmilieu.

 

Klimaatverandering


Wie water en energie zegt, zegt ook klimaatverandering. De gevolgen van de klimaatverandering vertonen zich immers het eerst en het meest via de watercyclus.

Bij de productie van energie en het verbruik van fossiele brandstoffen komen broeikasgassen vrij, die er voor zorgen dat de warmte van de zon gevangen blijft rond de aarde. Gevolg: hogere temperaturen, waardoor er meer water verdampt en dus meer water in de atmosfeer terechtkomt. Per stijging van de temperatuur met 1°C is er ongeveer 3% meer verdamping. Daardoor is er een intensere neerslag en zijn er krachtigere orkanen, maar ook meer en langere periodes van droogte op andere plaatsen of in andere periodes van het seizoen.

Biobrandstoffen kunnen de uitstoot van het broeikasgas CO2 verminderen, maar voor de productie van biobrandstoffen zijn enorme hoeveelheden water nodig. Bovendien wordt bij de productie vaak kunstmest gebruikt. Dit leidt tot de uitstoot van N2O, een broeikasgas dat 300 keer sterker is dan CO2.


Ongelijkheid


Er zijn nog steeds 768 miljoen mensen die géén drinkbaar water hebben. Een derde van de wereld heeft geen toegang tot een proper, hygiënisch toilet en doet zijn behoefte in de openlucht. 20% van de wereldbevolking beschikt niet over elektriciteit. En zonder elektriciteit geen koelkast om je eten in te bewaren, geen moderne ziekenhuizen, geen internet...

Niet zonder reden zijn zowat alle Millenniumdoelstellingen afhankelijk van aanzienlijke verbeteringen in de toegang tot drinkwater, sanitair, sanering en energie. Door water en energie wereldwijd te garanderen, wordt armoede aangepakt bij de bron.

Door het invoeren van de Millenniumdoelstellingen wilde men het aantal mensen zonder toegang tot drinkwater en tot een sanitaire basisvoorziening halveren. Vijf jaar voor de einddatum (31-12-2015) werd de doelstelling voor drinkwater behaald. Rekening houdend met de huidige voortgang en de verwachte bevolkingsgroei zal de doelstelling voor sanitaire basisvoorzieningen met minstens een half miljard mensen gemist worden.

Voor de achterstand in ontwikkelingslanden op vlak van toegang tot water en energie is er geen 'one fits all'-methode. Elke context is anders en daarom is het zeer belangrijk om met lokale partners te werken. Lokale kennis is immers een van de succesfactoren voor het welslagen van ontwikkelingsprogramma's.

Deel dit artikel