Wereldwijde armoedebestrijding minder succesvol dan het lijkt

Tijdens een VN-top over de Millenniumdoelen (MDG's) in september zal de wereldwijde armoedebestrijding waarschijnlijk als succesverhaal worden gepresenteerd. De cijfers zijn echter minder indrukwekkend dan ze lijken.

De Verenigde Naties zijn ervan overtuigd dat de wereld op schema ligt als het gaat om het halveren van de extreme armoede tegen 2015, het eerste van de Millenniumdoelen. Wereldwijd nam het aantal mensen dat onder de armoedegrens van 1,25 dollar per dag leeft, af van 1,9 miljard in 1981 tot 1,4 miljard in 2005.

Volgens critici geven deze cijfers een vertekend beeld, omdat het succes vooral te danken is aan een paar landen: China, Vietnam en Brazilië, en in mindere mate India.

China en Vietnam droegen het meest bij aan de verminderde armoede, blijkt uit het laatste internationale onderzoek van het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP). De verminderde armoede in Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied, ook een "succesverhaal", komt vooral voor rekening van Brazilië.

Volgens het Braziliaanse Instituut voor Toegepast Economisch Onderzoek nam het aantal Brazilianen dat in extreme armoede leeft, tussen 1990 en 2008 af met 81 procent.

Actieplan

"Het klopt dat de verminderde armoede grotendeels voor rekening van China komt, als je kijkt naar absolute getallen", zegt Rob Vos, directeur van de Divisie Ontwikkelingsbeleid en Analyse het VN-Departement voor Economische en Sociale Zaken (UN-Desa).

Alleen in China, zegt Vos, nam het aantal armen af van 835,1 miljoen in 1981 tot 207,7 miljoen in 2005. In percentages is dat een daling van 84 procent tot 15,9 procent. In Vietnam daalde het aandeel armen in dezelfde periode van 90,4 tot 17,1 procent.

In percentages daalde de armoede in Zuid-Azië van 59,4 procent in 1981 tot 40,3 procent in 2005. Maar door de bevolkingsgroei bleef het aantal armen in absolute getallen toenemen, zegt Vos.

Roberto Bissio van Social Watch wijst erop dat het aantal armen in China tussen 1981 en 2005 met 627 miljoen afnam. "Dat betekent dat buiten China, de armoede in de periode tussen 1981 en 2005, is toegenomen met 127 miljoen mensen."

Na 2005 zorgden de voedselcrisis en de internationale financiële crisis ervoor dat er nog eens minimaal 100 miljoen armen bijkwamen, zegt Bissio, waarbij hij zich baseert op informatie van de Wereldbank.

Het terugdringen van de extreme armoede en honger is het eerste Millenniumdoel. Andere doelen gaan over basisonderwijs voor iedereen, gendergelijkheid, bestrijding van kinder- en moedersterfte, hiv/aids, malaria en andere ziekten, een duurzaam milieubeleid en het bevorderen van een Noord-Zuidpartnerschap voor ontwikkeling.

In 2000 beloofden de 189 wereldleiders deze doelen te bereiken voor 2015. De MDG-top in september zal worden bijgewoond door vertegenwoordigers van 192 lidstaten van de VN. Het is de bedoeling om een actieplan aan te nemen dat ervoor moet zorgen dat het proces om de doelen te halen, versneld wordt.

BRON:
IPS

Deel dit artikel