Westerse landen trekken zich terug uit Unido

Ontwikkelingslanden maken zich zorgen over de terugtrekking van steeds meer westerse landen uit de VN-Organisatie voor Industriële Ontwikkeling (Unido). Denemarken en Griekenland willen in 2017 uit Unido stappen en Nederland overweegt dit ook te doen.

Bezuiningen op ontwikkelingshulp worden in de meeste gevallen aangevoerd als reden. Negen lidstaten, allemaal uit West-Europa en/of lid van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), stapten in de afgelopen jaren uit Unido. Het gaat om Groot-Brittannië, Frankrijk, Portugal, België, Litouwen, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten.

De uittocht begon in 1993 en gaat nog steeds door. Denemarken en Griekenland willen in januari volgend jaar uit Unido stappen en in Nederland wacht een voorstel hiertoe op goedkeuring van het parlement.

Geloofwaardigheid

Plaatsvervangend VN-woordvoerder Farhan Haq zegt geen direct commentaar op de kwestie te hebben. "Hoewel wij uiteraard steun voor Unido aanmoedigen."

Bezuiningen op ontwikkelingshulp worden in de meeste gevallen aangevoerd als reden.

Momenteel heeft Unido 170 lidstaten, waarvan het merendeel ontwikkelingslanden. De VN hebben 193 lidstaten. De missie van Unido is het bevorderen en versnellen van inclusieve, duurzame industriële ontwikkeling in ontwikkelingslanden en overgangseconomieën. De VN-organisatie werd in 1966 opgericht en in 1985 omgedoopt tot een gespecialiseerd bureau.

De landen van de G77, de grootste coalitie van ontwikkelingslanden, stellen dat de terugtrekking het internationale karakter en de geloofwaardigheid van Unido ondermijnen. Een tweede implicatie is budgettair: de vermindering van inkomsten voor Unido heeft gevolgen voor de capaciteit om diensten te leven aan begunstigde landen.

SDG's

De G77 stellen dat ze het soevereine recht van elke lidstaat om over lidmaatschap te beslissen respecteren, maar dat alles moet worden gedaan om terugtrekking te voorkomen. Terugtrekkingsbesluiten ondermijnen volgens de G77 het concept van internationale solidariteit en brengen het voortbestaan van multilaterale instituten die een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkelingsdoelen, in gevaar.

Tot deze doelen behoort de implementatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's), waarbij industrialisering een belangrijke rol speelt. De nieuwe ontwikkelingsagenda van de VN, die als streefdatum voor implementatie 2030 heeft, werd in september vorig jaar aangenomen door de wereldleiders.

Ontwikkelingsdoel 9 van de 17 SDG's is het bouwen van "veerkrachtige infrastructuur, het stimuleren van inclusieve en duurzame industrialisering en het bevorderen van innovatie." Op dit moment is Unido het enige gespecialiseerde VN-bureau dat het mandaat heeft industriële ontwikkeling te stimuleren.

Heroverweging

Tijdens een bijeenkomst afgelopen week van de G77 in New York, stelden verschillende deelnemers dat de verzwakking van internationale instituten op ontwikkelingsgebied serieus moet worden besproken op een hoger politiek niveau. G77-voorzitter ambassadeur Virachai Plasai uit Thailand is gevraagd om een brief te sturen aan Nederland, Griekenland en Denemarken, met het verzoek hun (potentiële) uittreding te heroverwegen.

De landen willen ook met Unido-directeur Li Yong uit China in gesprek over de te volgen strategie voor de nabije toekomst. De G77-voorzitter is verder gevraagd de kwestie aan te kaarten tijdens de 71ste Algemene Vergadering van de VN in september.

Deel dit artikel