Zuidamerikaanse leiders en sociale organisaties discussiëren over verdere regionale integratie

Op 8-9 december had in Bolivia de tweede presidentiële top plaats van de Zuidamerikaanse Statengemeenschap. Regeringsleiders bevestigen intenties om te komen tot één, geïntegreerd Zuid-Amerika. Sociale organisaties eisen een integratie gestoeld op solidariteit en rechtvaardigheid.

In Zuid-Amerika kan men, net zoals in de rest van de wereld, een tendens waarnemen van regionale integratie. Op 8-9 december had in Cochabamba, Bolivia, de tweede presidentiële top plaats van de Zuidamerikaanse Statengemeenschap, gekend in het Spaans als de Comunidad Sudamericana de Naciones (CSN). De CSN, opgericht in 2004, moet het vehikel worden van een verdere politieke en economische integratie van Zuid-Amerika. De Gemeenschap bestaat uit de 12 landen van het continent en is geïnspireerd op de eeuwenoude droom van Simon Bolivar, de bevrijder van het koloniale Zuid-Amerika, om een verenigd, onafhankelijk Zuid-Amerika te vormen. Momenteel richt de CSN zich voornamelijk op een convergentie van de verschillende handelsblokken in de regio – zoals Mercosur en Comunidad Andina –, op de integratie op het vlak van transport, energie en telecommunicatie, en op een nauwere samenwerking rond thema’s als regionale veiligheid, democratisering en drugsbestrijding.

De top in Cochabamba heeft plaats op een politiek gevoelig moment in zowel Bolivia als Zuid-Amerika. Op het niveau van Zuid-Amerika is het afgelopen jaar een piekperiode geweest qua presidentiële verkiezingen. Rond de tafel zaten dan ook nieuwe of recent herkozen regeringsleiders, de meerderheid van een sociaal hervormingsgezinde, en vaak populistische strekking. Er waait duidelijk een nieuwe wind door het continent, die niet zomaar over één kam kan worden geschoren, maar die redelijk éénduidig een ondergeschikte houding verwerpt tegenover externe belangen als die van de Verenigde Staten of internationale instellingen zoals het IMF. Voor de Boliviaanse president Evo Morales komt de top op een moment getekend door extreme polarisatie tussen zijn eigen hervormingsgerichte politiek en een oppositie van traditionele, rechtsgetinte politieke klassen en regionalisten uit de laagvlakten van Bolivia. De top geeft de Boliviaanse president van inheemse afkomst extra legitimiteit en politieke steun voor zijn huidig beleid.

Buiten retoriek en mooie intenties heeft de top weinig concrete resultaten opgeleverd inzake een verdere regionale integratie. De uiteenlopende ontwikkelingsvisies van de verschillende regeringsleiders bemoeilijken de uitwerking van een concreet integratiemodel. Er is ondermeer het Bolivariaans, socialistisch project van de Venezolaans president Hugo Chávez en de gelijkgestemde, maar meer cultureel-etnisch getinte politiek van Evo Morales. Daartegenover staan de huidige regeringsleiders uit Colombia en Perú die volop de kaart trekken van vrijhandel met de Verenigde Staten. In Brazilië en Chili heb je regeringsleiders met een sociaal, progressief binnenlandse beleidsvisie, maar die op het vlak van externe betrekkingen hun economische machtspositie koesteren en willen versterken. Tenslotte heb je een reeks kleine staten zoals Paraguay en Uruguay die bevreesd zijn voor de toenemende asymmetrische politieke en economische verhoudingen tussen grote en kleine landen op het continent. Of zoals Hugo Chávez het kritisch uitdrukte, de Zuidamerikaanse landen hebben nog geen duidelijk project dat aangeeft waarheen ze willen. Enigszins ironisch heeft men, ondanks het gebrek aan dit eenduidig regionaal project, al wel te kennen gegeven dat een toekomstig, direct verkozen Zuidamerikaans parlement zijn zetel in Cochabamba kan hebben en is de Boliviaanse president al naarstig op zoek naar 4 hectaren om dit parlement fysiek gestalte te geven.

Parallel aan de officiële top werd een sociale top georganiseerd onder de noemer van Cumbre Social por la Integración de los Pueblos, waaraan zo’n 5.000 personen deelnamen van een verscheidenheid aan sociale organisaties uit heel Latijns-Amerika. De sociale top bood een platform voor reflectie en beleidsbeïnvloeding met alternatieve voorstellen inzake regionale integraties. Thema’s ter discussie gingen van handel over milieu tot de herwaardering van de cocateelt. Naast de klassieke discours tegen het kapitalistisch, neoliberale model en de negatieve invloed van de transnationale ondernemingen waren enkele prominent aanwezige thema’s de rechten van de vrouw en seksuele minderheden en het IIRSA project. IIRSA (Iniciativa para la Integración de la Infraestructura Regional en Sud-América) is één van meest concrete initiatieven die de Zuidamerikaanse leiders tot op heden genomen hebben op het vlak van regionale integratie. Dit initiatief heeft als doel regionale integratie te stimuleren op het vlak van transportinfrastructuur, energie en telecommunicatie. Onderdeel is bijvoorbeeld de verbetering van de wegverbinding tussen de verschillende landen via grote verbindingsassen doorheen de regio. De kritiek richt zich ondermeer op de hoofdzakelijk exportgerichte visie van waaruit dit wegennetwerk ontworpen wordt. Of met andere woorden, de ontsluiting van exportgoederen is prioritair, terwijl de ontsluiting van grote delen van de bevolking van ondergeschikt belang is.

Globaal genomen kenmerkte deze sociale top zich op twee vlakken. Vooreerst, kon men dit, in tegenstelling tot andere sociale fora, niet een “anti”-top noemen; of anders gezegd, een top die oppositie biedt aan de officiële top. Men kan zelfs zeggen dat de sociale top politieke steun bood aan verscheidene regeringsleiders aanwezig op de officiële top. De kritiek op het evenement was dan ook dat de agenda in belangrijke mate gestuurd werd door de achterban van Evo Morales, en weinig alternatieve visies toeliet. Ten tweede, was er de uitgebreide aanwezigheid van vertegenwoordigers van inheemse volkeren. Dit gaf het gebeuren een sterk etnisch getint karakter. Dat de top in Bolivia plaats vond, één van de landen met de grootste aanwezigheid van inheemse culturen, is hier niet vreemd aan. Deze inheemse volkeren eisen dat de overheden rekening houden met hun rechten, cultuur en autonomie, en maken bijvoorbeeld aanspraak op een directe vertegenwoordiging in de CSN. Waarschijnlijk de belangrijkste impact van de top is dan ook dat via hun prominente aanwezigheid in de wandelgangen, de inheemse volkeren een stap vooruit hebben kunnen zetten in het ruchtbaar maken van hun eisen.

Voor meer informatie over de Cumbre Social por la Integración de los Pueblos: http://www.integracionsolidaria.org/

Tom Pellens
NGO-coöperant van VOLENS in Cochabamba, Bolivia

Volens DOOR:

Deel dit artikel