11.Dossier biobrandstof - de strijd tussen ons pompstation en hun eten

11.Dossier biobrandstof - de strijd tussen ons pompstation en hun eten

In het kader van de campagne tegen honger brengt 11.11.11 vlak voor haar campagneweekend een derde dossier uit. Na eerdere dossiers over de rol van de Belgische overheid en bedrijven in landroof en voedselspeculatie door Belgische banken legt 11.11.11 de focus op de gevolgen van biobrandstof. 

Het gebruik van land voor biobrandstoffen is vandaag al goed voor 32% van de gecultiveerde landbouwgrond in België en kost de belastingbetaler 220 miljoen euro. En, het belangrijkste, met wat Europees verbruikt wordt kunnen we 100 miljoen mensen voeden. "Biobrandstoffen worden door veel mensen gezien als een goede zaak. Maar de bio-prefix is ook een rookgordijn", aldus algemeen directeur Bogdan Vanden Berghe.

Uit een publieksonderzoek van 11.11.11 aan het begin van de campagne tegen honger bleek het al: 2 op 3 Vlamingen denkt dat biobrandstoffen een goede zaak zijn. Terwijl het juist één van de structurele oorzaken van honger is. Dat ligt voor een deel aan het predicaat 'bio', maar ook aan de mist die er over de impact van biobrandstoffen gespuid wordt. 11.11.11 ontkracht daarom in een nieuwe paper de belangrijkste argumenten en misverstanden over biobrandstof. Met enkele opvallende vaststellingen.

1. Europese ambitie met grote impact

Tegen 2020 moet 10% van de brandstoffen voor transport in Europa uit hernieuwbare energie bestaan. In de praktijk zal dit grotendeels uit biobrandstoffen bestaan. Europa is en zal niet in staat zijn hiervoor zelf de grondstoffen te leveren. Vandaag al gaat 65% van het Europese koolzaad onze tank in en moeten we 40% van de grondstoffen voor biodiesel en 20% voor die van bio-ethanol invoeren. Dat aantal zal nog stijgen.

Omgerekend naar het huidige verbruik zou België vandaag al 32% van de gecultiveerde landbouwgrond (= landbouwgrond die gebruikt wordt voor voedselteelt) moeten gebruiken om voldoende grondstoffen te telen. Om de Europese doelstelling te halen stijgt dit tot 72%.

Hoe meer Europese koolzaadolie we in onze tank stoppen, hoe meer de voedselindustrie op zoek moet naar niet-Europese alternatieven. In de praktijk betekent dit vooral palmolie. Ongezond én met een ongewilde impact op de voedselmarkten.

2. Pompstation vs voedselprijzen

De hoeveelheid gewassen die er nodig zijn om biobrandstof te maken is enorm. De impact wordt schromelijk onderschat. 65% van de Europese plantaardige olie, 50% van het Braziliaanse suikerriet en 40% van de Amerikaanse maïs verdwijnt vandaag in onze tank. Dit zorgt voor een (te) nauwe band tussen de energiemarkt en de voedselmarkt. Met grote impact op de voedselprijzen, de beschikbaarheid van landbouwgrond en de keuze van teelt. En dus op het voedselprobleem.

  • De berekende impact van de Europese doelstelling 2020 op de voedselprijzen: plantaardige olie +36%, maïs +22%, tarwe +13%, suiker +21%.

  • Tussen 2009 en 2013 werd 6 miljoen ha Afrikaanse landbouwgrond overgenomen door Europese investeerders voor de productie van biobrandstoffen. Ter vergelijking: de totale landbouwgrond van Nederland en België samen bedraagt 3,75 miljoen ha.

  • Als de olieprijzen stijgen kan het voordeliger worden om gewassen voor biobrandstof te telen dan voor de voedselmarkt.

  • Zowel de stijgende prijzen, de overname van landbouwgrond als de shift van gewassen hebben impact op het aantal chronisch hongerigen in de wereld. Alleen al met de Europese vraag naar biobrandstoffen kunnen omgerekend 100 miljoen mensen gevoed worden. Het Belgische verbruik alleen is goed voor 4 miljoen mensen.

3. Biobrandstoffen goed voor het klimaat?

Wie niet verder kijkt dan zijn neus lang is kan denken dat de CO2-uitstoot van biobrandstoffen zwaar opweegt tegen die van fossiele brandstoffen. Reken je echter de neveneffecten mee, zoals het omhakken van regenwoud of het omzetten van andere gronden in landbouwgrond, dan is de CO2-uitstoot van zowel koolzaadolie, soja-olie en palmolie HOGER dan de gemiddelde CO2-uitstoot van fossiele brandstoffen. In het geval van palmolie benadert de uitstoot zelfs die van de zo verguisde Canadese teerzandontginning.

4. Biobrandstoffen als goedkoop alternatief?

Biobrandstoffen zijn vandaag op zichzelf niet rendabel. Zowel in België als in de rest van Europa kunnen biocentrales niet draaien zonder steun van de overheid. In heel Europa loopt dit bedrag volgens berekeningen op tot 5,5 à 6,9 miljard euro. In België alleen werd voor de steun van 7 biobrandstofproducenten tot september 2013 jaarlijks 220 miljoen euro aan vrijgestelde accijnzen toegekend. Europa veroordeelde deze steun echter, wat voor volgend jaar een halvering van dit bedrag inhoudt. Nog steeds 110 miljoen euro per jaar.

Conclusies

Het Belgische beleid lijkt zich niet bewust van deze vaststellingen. Ondanks een progressief standpunt op de Europese Raad keurde het parlement recent een wet goed die het percentage biobrandstof voor zowel diesel als benzine verhoogt. Het Belgische verbruik staat nu al op de negende plaats in Europa, enkel voorafgegaan door veel grotere markten.

11.11.11 vraagt dat België fundamenteel rekening houdt met de impact van biobrandstof op de hongerproblematiek én het klimaat. Door het aandeel biobrandstof op basis van voedsel in onze tank opnieuw te verlagen, door te investeren in echte duurzame mobiliteit en door het opheffen van het rookgordijn over biobrandstoffen.

Algemeen directeur 11.11.11 Bogdan Vanden Berghe: "We hopen dat dit overzicht voldoende duidelijk maakt wat de werkelijke impact van het onschuldig klinkende biobrandstoffen is. Voor onszelf zowel als voor de mensen in het Zuiden. Er hoeft geen strijd te zijn tussen ons pompstation en hun eten. Maar daar moeten we wel de juiste beslissingen voor nemen."

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels