Aantal wezen in Zuid-Afrika stijgt

Het aantal wezen in Zuid-Afrika is sinds 2005 met 4,9 procent gestegen. Deze kinderen krijgen vaak niet de zorg die ze nodig hebben, blijkt uit onderzoek van de Human Sciences Research Council (HSRC).

Twee jongens spelen rustig op een sportveldje, op enige afstand van de andere kinderen. De tweeling van zes jaar oud, die woont in het Masigcine kindertehuis in de township Mfuleni, 35 kilometer van Kaapstad, is zwaar getraumatiseerd. De jongens werden wees op 1-jarige leeftijd en hebben moeite met contact met leeftijdgenoten.

"We hebben geprobeerd psychologische hulp voor deze jongens te krijgen, maar het is extreem moeilijk om in arme gemeenschappen overheidshulp te krijgen voor kinderen met speciale behoeften", zegt Juliana Petersen van Masigcine.

Die tekortkoming in het openbare gezondheidssysteem van het land heeft negatieve gevolgen voor een groot aantal Zuid-Afrikaanse kinderen. Drie miljoen jongens en meisjes jonger dan achttien jaar zijn één ouder of beide ouders kwijt, blijkt uit de studie 'The Health of our Children in South Africa' van HSRC.

De emotionele en fysieke gezondheid van deze kinderen is vaak slecht, zegt Petersen. "We zien veel kinderen met een slechte gezondheid of een verzwakt immuunsysteem. Los van het emotionele trauma van het verlies van één of beide ouders, hebben deze kinderen vaak te maken met postnatale syndromen veroorzaakt door drugs- of alcoholmisbruik of hiv."

Moedersterfte

De tweeling heeft autistische symptomen, spraakstoornissen, gedraagt zich agressief en heeft concentratieproblemen. "Wezen hebben niet alleen onderdak nodig, ze hebben ook psycho-sociale zorg nodig", zegt Petersen. Tot nu toe slaagde de leiding van het kindertehuis er echter niet in die zorg te vinden voor de kinderen.

Op het Zuid-Afrikaanse platteland is 20 procent van de kinderen één of beide ouders kwijt. Het hoge aantal wezen wordt deels veroorzaakt door de slechte gezondheid van de moeders. In 2008 was 29 procent van de zwangere vrouwen besmet met het hiv-virus.

Uit de HSRC-studie blijkt dat 97 procent van de zwangere vrouwen tijdens de zwangerschap prenatale zorg kreeg en dat dat bij bijna driekwart van de zwangeren vijf keer gebeurde. Ondanks deze goede cijfers, sterven er jaarlijks 2500 vrouwen in het kraambed.

"Het lijkt erop dat het probleem niet de kwantiteit, maar de kwaliteit van de zorg is", zegt Nompumelelo Zungu van de HSRC.

In 2008, het jaar waar het onderzoek zich op richt, lag een op vijf kinderen jonger dan twee jaar, gemiddeld 6,8 dagen in het ziekenhuis. Minder dan 70 procent van de kinderen was ingeënt tegen besmettelijke kinderziekten, met uitzondering van tuberculose.

BRON:
IPS

Deel dit artikel