De schone schijn van commerciële sociale audits

 De Europese Clean Clothes Campaign heeft zopas een uitvoerig rapport gepubliceerd over de sociale-auditpraktijken in de kleding- en sport-schoenenindustrie (Looking for a quick fix – How weak auditing is keeping workers in sweatshops). Het rapport werd mee opgesteld door een aantal internationale partners van de CCC die vertrouwd zijn met de arbeidssituatie in de productielanden.

Een tiental jaren geleden stelden grote kleding- en sportmerkbedrijven de eerste sociale gedragscodes op als antwoord op beschuldigingen dat de elementairste arbeidsrechten bij hun leveranciers zwaar geschonden werden. Een gedragscode op papier is natuurlijk niet voldoende. Van de multinationals werd dan ook geëist dat ze de naleving ervan zorgvuldig zouden controleren en de eigen controles onafhankelijk zouden laten verifiëren.

Proliferatie van sociale audits
De meeste bedrijven doen voor die controles een beroep op commerciële sociale-auditfirma’s. Momenteel is er een ware proliferatie van die sociale audits of inspecties. Ieder jaar vragen kledingbedrijven en -distributeurs er tienduizenden aan. Er is een hele auditsector ontstaan. De vraag is of al die activiteit uiteindelijk de arbeidsomstandigheden in de kledingsector verbetert. De bevindingen van het rapport bevestigen de scepsis die velen al langer koesterden: de frequentst gebruikte auditprocedures hebben zoveel zwakke punten dat ze de ergste schendingen van gedragscodes niet ontdekken. Echte sweatshops worden door inspecteurs als in orde beoordeeld. Op die manier meten multinationals zich onterecht een ethisch imago aan en misleiden ze de consument.

Checklistbenadering
Meestal wordt een checklist of ‘snap-shot’ methode gehanteerd. Eén of een paar inspecteurs brengen een kort bezoek aan een fabriek en vullen daarbij de items op hun checklist in. Enkele arbeiders worden op de fabriek zelf geïnterviewd. Soms worden de inspecties vooraf aangekondigd. De bedrijfsleiding heeft dan de tijd om een vals beeld te geven. Ook worden arbeiders door het management ‘gecoacht’ voor eventuele interviews. De inspecties zijn veel te kort, te oppervlakkig en te sterk gericht op meetbare gegevens om schendingen van complexe normen - zoals recht op organisatie en op collectief onderhandelen - op het spoor te komen. Afwezigheid van een vakbond bijv. kan te wijten zijn aan systematische discriminatie of onderdrukking. Een vakbond kan een gele ‘bedrijfsvakbond’ zijn. Een onderhandelingscomité is soms een door de bedrijfsleiding gemanipuleerd systeem van arbeidersvertegenwoordiging. Arbeiders zijn vaak te geïntimideerd om vrijuit te spreken tegen vreemde inspecteurs met een onduidelijke functie. In veel gevallen weten de arbeiders niet eens wat de normen van de gedragscode inhouden. Daarbij komt dat de auditsector zelf een gesloten circuit vormt, zodat discussie over methodes en resultaten onmogelijk is.
Het rapport brengt aan het licht dat de auditpraktijken bij de merkenloze distributeurs over het algemeen van veel slechtere kwaliteit zijn dan die van de merkenbedrijven. Die laatste lopen uiteraard meer risico dat het imago van hun merk beschadigd wordt indien erge schendingen bekend geraken. Ze zijn daarvoor erg gevoelig en daarom hechten ze meer belang aan ernstige controle.

Distributeurs
Vooral de grote distributeurs (Wal-Mart, KarstadtQuelle, Carrefour,…) zijn er verantwoordelijk voor dat de kwaliteit van veel sociale auditing aan het verslechteren is en dat het  commerciële sociale-auditsysteem zijn geloofwaardigheid aan het verliezen is. Dat bleek nog eens toen Spectrum Sweater in Bangladesh instortte met als gevolg een 70-tal dodelijke slachtoffers. Spectrum bleek een sweatshop van het slechtste soort, waar zowat alle normen van Carrefour en KarstadtQuelle  - die er aankochten - geschonden werden. Toch hadden beide distributeurs een sociale audit uitgevoerd of laten uitvoeren en beweren ze dat ze ethisch laten produceren. Overigens zijn zij dikwijls de voortrekkers van minimale gezamenlijke auditing initiatieven vanuit de industrie zelf. Karstadt bijv. ligt aan de basis van het Europese BSCI (Business Social Compliance Initiative) dat beoogt de resultaten van (onbetrouwbaar gebleken) commerciële audits onder de distributeurs wederzijds te laten erkennen.

Multi-stakeholderinitiatieven
Enkele grote merkenbedrijven (Nike, Reebok, Gap,…) hebben wel een belangrijke positieve stap gezet door toe te treden tot een zgn. multi-stakeholderinitiatief, zoals het FLA, ETI, SAI, FWF. Controles door die organisaties worden uitgevoerd in nauw partnerschap met de lokale vakbonden, arbeidsorganisaties en andere instanties. Ook klachtenmechanismen, de zo noodzakelijke vorming en training van zowel arbeidsters als management, en verbeterplannen worden samen met lokale vakbonden en organisaties uitgewerkt. In plaats van een 3-jarige snapshot-inspectie, wordt gestreefd naar een omvattend continu proces voor geleidelijke en duurzame verbetering van de arbeidsnormen en rechten.

Aankooppraktijken
Rest nog één element dat cruciaal is voor de naleving van de gedragscode door kledingproducenten. Om werkelijk te bewijzen dat het hun menens is met de rechten van hun arbeidsters, zullen de Westerse bedrijven hun aankooppraktijken (te lage prijzen en te korte leveringstijden) moeten wijzigen: de producent moet de naleving van de gedragscode uiteindelijk kunnen betalen! Een CAO met menswaardige lonen, aanvaardbare werkweken en een veilige en gezonde werkplaats heeft letterlijk zijn prijs.

Het rapport kan geraadpleegd en gedownload worden op de website van de Clean Clothes Campaign

Deel dit artikel