Eilanden betalen het klimaatgelag

Cheick Sidi Diarra is een hoge diplomaat uit Mali, die op dit moment ondersecretaris-generaal van de Verenigde Naties is en Hoge Vertegenwoordiger voor de Minst Ontwikkelde Landen (MOL), Kleine Eilandstaten in Ontwikkeling (SIDS) en Ontwikkelingslanden zonder Toegang tot de Zee (LLDN). MO* stelde hem drie vragen over economische ontwikkeling en
klimaatddreiging voor de kleine eilandstaten.

Er zijn 52 landen of gebieden op de VN-lijst van 'small island developing states'. Namen als Kaapverdië, Aruba en Frans Polynesië roepen vooral beelden op van witte stranden en azuurblauwe oceanen. Zijn zij het paradijs op aarde?

Cheick Sidi Diarra: Van de 52 eilandstaten of -gebieden die tot de SIDS-categorie behoren, zijn er acht die de status van minst ontwikkelde landen hebben, zoals Haïti en Papoea-Nieuw-Guinea. De andere hebben een bruto nationaal product dat hen tot middeninkomenslanden maakt, zoals Cuba of Mauritius, of zelfs tot rijke landen, zoals Singapore en Bahrein. Maar bijna allemaal zijn ze uiterst kwetsbaar, zowel economisch als ecologisch. Ze hebben een kleine bevolking en zijn meestal ver van de economische centra gelegen, waardoor de invoer van goederen extra duur wordt. Bovendien zijn de meeste erg afhankelijk van één of twee economische sectoren, met name van toerisme en de bankensector. Die eenzijdigheid is bedreigend, maar bovendien is zowel het toerisme als – zo is gebleken – de financiële wereld uiterst gevoelig voor externe schokken.





BRON:
MO* Magazine
Wereldmediahuis MO* DOOR:

Deel dit artikel