Er is verandering op til in Indonesië


indonesia
2014 is het jaar van de verkiezingen, niet enkel voor België maar ook in India, Brazilië, Nigeria, Zuid-Afrika, Turkije, en Indonesië. Ruim 2 miljard inwoners kiezen dit jaar nieuwe leiders.

Op 9 april gaat Indonesië naar de stembus, maar waarom horen we zo weinig over deze parlementsverkiezingen in het vierde grootste land ter wereld? Wat speelt er zich af in dit G20-land met 250 miljoen inwoners, het grootste moslimland ter wereld? Nochtans klinkt ook daar de roep naar verandering.




Tot midden maart was het enthousiasme in Indonesië zelf ook maar matig. De parlementsverkiezingen zijn immers maar een voorspel van de presidentsverkiezingen 3 maand later en het ontslagnemend parlement heeft de afgelopen 5 jaar weinig opzienbarend werk verricht.

Uit peilingen blijkt dat slechts 13% van de bevolking tevreden is met het werk van de verkozenen des volks. De voornaamste inzet van de verkiezingen is het behalen van een ticket voor een race naar het presidentschap die beslecht wordt op 9 juli. De twee kiesbeurten zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden, en zullen trouwens vanaf 2019 op hetzelfde moment doorgaan.

Nochtans doen die partijen heel wat moeite om keizers te winnen. Prabowa, de leider van Gerindra bereed een praalpaard in het grootste stadium van Jakarta, er wordt een leger aan modellen ingehuurd om het kiespubliek moeten bekoren, en alle partijen pakken uit met artiesten en soap-acteurs op hun lijsten.

Veel kandidaten spelen in op het veelvuldige gebruik van de sociale media door jongeren en de groeiende middenklasse. Google Indonesië organiseert zelfs cursussen voor kandidaten om hun virtuele zichtbaarheid op te schroeven.

Uiteraard spelen ook de traditionele media een belangrijke rol, want die zijn vaak in handen van partijleiders of belangrijke -kaders. Zowel Paloh van de Nasional Democrats, Bakrie van Golkar als de vice-voorzitter van Hanura hebben hun eigen TV-station. Het officiële kanaal TVRI werd onlangs op de vingers getikt voor de rechtstreekse uitzending van de partijconventie van de Democratic Party van president Yudhoyono.

 

 
Wit konijn

Al deze inspanningen nemen niet weg dat alle ogen gericht zijn op slechts één man, de immens populaire 54-jarige gouverneur van Jakarta, Joko Widodo. Het bleef lange tijd onduidelijk of zijn partij, de PDI-P hem zou voordragen als presidentskandidaat, maar toen peilingen aangaven dat zijn partij niet zo denderend scoorde in de peilingen, besloot de leiding toch maar hun witte konijn te verzilveren. De vraag is nu of hij de PDIP naar nieuwe hoogtes zal kunnen stuwen. Een score van 25% is vereist opdat hij zijn eigen runningmate mag kiezen, en dat is niet zo evident.

De belangrijkste redenen voor zijn populariteit is zijn directe stijl en no-nonsense aanpak. In zijn thuisstad Solo werd hij in 2010 herkozen met een monsterscore van 90%, nadat hij gratis basisgezondheidszorg en onderwijs mogelijk maakte, de corruptie aanpakte en politiek bedreef op een participatieve niet-bureaucratische wijze. Hij verlaat geregeld zijn residentie om een praatje te maken met mensen uit alle lagen van de bevolking.

Dit staat in schril contrast met de andere partijleiders die het Soeharto-imago van 'sterke man' cultiveren. In zijn 2 jaar als gouverneur als Jakarta heeft hij dit imago in stand weten te houden, en nu wil hij helemaal naar de top.

 

 

Integriteit


Eén van de thema's die bij deze verkiezingen op ieders lippen ligt is "integriteit". De bevolking is de wijdverspreide corruptie beu, en zal daarom ook SBY's partij, de Democratic Party een flinke pandoering geven. In 2009 haalde die 21% en 148 zetels, een winst van maar liefst 93. De verwachting is nu dat die onder de 10% zal blijven, en de rekening gepresenteerd krijgt voor de vele corruptieschandalen waarbij ze betrokken raakte.

Ondanks enkele pogingen heeft het parlement de anti-corruptie commissie (KPK) niet aan banden kunnen leggen. De KPK is zo populair geworden dat de bevolking telkens met revolutie dreigde wanneer politici haar wilden kortwieken.

 

 

Nationalisme


Een tweede thema dat de kop opsteekt is 'nationalisme', en hoe het beleid meer greep kan krijgen op de buitenlandse bedrijven. Hét voorbeeld is de Grasberg-mijn in West Papua die reeds meer dan 40 jaar lang uitgebaat wordt door Freeport. Het is de grootste goudmijn en derde grootste kopermijn ter wereld en inzet van zware onderhandelingen over te betalen taksen op de uitvoer van onverwerkte ertsen en mineralen. De in 2009 goedgekeurde Mijnbouwwet bepaalt dat vanaf 2014 alle ertsen in het land zelf verwerkt moeten worden, in een poging om meer toegevoegde waarde in Indonesië zelf te houden. Dit leverde een intense strijd op tussen de overheid en de sector, want er is onvoldoende capaciteit om alle ertsen uit de boomende mijnbouw te verwerken.

De overheid lijkt nu toch aan een aantal grote bedrijven, zoals Freeport, een uitzondering toe te staan om toch te blijven exporteren. Het lijkt erop dat de regulering de grote bedrijven in de kaart speelt, want die hebben een sterkere onderhandelingspositie en meer middelen om te investeren in de bouw van nieuwe smelters.

Van alle partijen belooft Gerindra om het verst te gaan in het verdedigen van de nationale belangen, maar hoe dat zal gebeuren blijft onduidelijk. Tijdens het laatste decennium investeerden heel wat buitenlandse bedrijven in Indonesië, een veelbelovende afzetmarkt met een groeiende groep enthousiaste consumenten.

Het lijkt er dus op dat de nationalistische spierballen het vooral gemunt hebben op de extractieve sector, en opvallend lief blijven voor andere sectoren. Cijfers wijzen de gezonde kooplust van de lokale consumenten een goede remedie is om de tegenvallende inkomsten uit de mijnbouwsector op te vangen. De markt houdt van stabiliteit en speculeert nu al dat de deur voor de investeerders wagenwijd open blijft. In de week nadat Jokowi zijn kandidatuur bekend maakte stegen zowel de aandelen als de koers van de Rupiah.


De echte uitdagingen


Maar, wat wij vooral niet mogen vergeten is het feit dat zowat de helft van de gezinnen moet rondkomen met een daginkomen van $2 of minder. Eén van de cruciale punten voor het aanpakken van de armoede is het verbeteren van de publieke diensten en infrastructuur. Het huidige subsidiëringsbeleid van de overheid faalt in de herverdeling van de toegenomen welvaart. Er worden miljarden gespendeerd om brandstof te subsidiëren, maar die komen vooral de middenklasse ten goede, en nemen middelen weg die nodig zijn voor investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, water, elektriciteit en openbaar vervoer. Daar liggen de echte uitdagingen: de toegenomen welvaart omzetten in meer welzijn. De partij die het best de hoop op een betere toekomst kan doen opleven beschikt over de beste kaarten. Dit is uiteraard voor de oppositiepartijen iets makkelijker, dit verklaart ook mede de stijgende lijn voor de PDIP.

De armoede maakt tegelijk dat de kiezers makkelijk omkoopbaar zijn. Ondanks de luide roep voor integriteit en een harde aanpak van de corruptie, slaan kiezers de geschenken van de kandidaten niet af. Het gaat vaak om kleine bedragen per kiezer, maar het maakt campagne voeren duur en creëert de sfeer dat een stem koopbaar is.

Een aantal ngo's hebben de handen in elkaar geslagen en een website opgezet waar ze kandidaten over de partijgrenzen heen promoten die steun verdienen en waar melding kan gemaakt worden van onregelmatigheden. "Vijf jaar geleden hadden we het enkel over de 'rotten politicians', maar met deze campagne willen we de hand uitsteken naar de goede kandidaten, waarmee we hopen samen te werken de komende 5 jaar om op heel wat vlakken een betere wetgeving te krijgen", aldus Nego, de directeur van 11.11.11-partner Walhi en mede-initiatiefnemer van Bersih2014.

Kris Vanslambrouck, 11.11.11  partnerwerking Azië
11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel